ECLI:NL:RBZWB:2026:5631

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448075 / FA RK 26-2436
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging voor opname en verblijf wegens verstandelijke beperking en multi-problematiek

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 26 mei 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging te verlenen voor opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1995, die kampt met een verstandelijke beperking en psychische stoornissen. Betrokkene woont momenteel in een setting van [accommodatie 1], maar heeft een meer passende zorgomgeving nodig die aansluit bij zijn problematiek.

Tijdens de zitting, die deels met gesloten deuren plaatsvond, werd betrokkene gehoord in de trappenhal bij zijn woning, waar hij aangaf niet te willen deelnemen aan de zitting zonder sleutel van zijn brievenbus. De psychiater en andere betrokkenen gaven aan dat betrokkene een verstandelijke beperking heeft die voorliggend is op zijn psychische stoornis, en dat hij ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang vertoont. Betrokkene mijdt zorg, is onverzorgd en vertoont onbegrepen gedrag.

Het CIZ verzocht om een machtiging voor zes maanden om betrokkene op te nemen in een Wzd-accommodatie ([accommodatie 2]) die hem de noodzakelijke structuur en begeleiding kan bieden. Pogingen om betrokkene vrijwillig te laten verhuizen zijn mislukt. De rechtbank concludeerde dat opname noodzakelijk en geschikt is om ernstig nadeel te voorkomen, dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn, en dat de criteria voor verlening van de machtiging zijn vervuld.

De rechtbank verleende daarom de machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden, tot en met 26 november 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene voor zes maanden wegens ernstig nadeel en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448075 / FA RK 26-2436
Datum uitspraak: 26 mei 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een
machtiging voor als bedoeld in artikel 24 Wet Pro zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat: mr. E.J.L. Mulderink uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 mei 2026 op het adres van betrokkene aan de [adres] , betreffende een [locatie] van [accommodatie 1] . Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • psychiater, de heer [persoon 1] ;
  • de mentor van betrokkene, de heer [persoon 2] ;
  • de moeder van betrokkene.
1.3.
Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat zij betrokkene heeft gehoord in de trappenhal bij zijn woning in aanwezigheid van diens advocaat. Betrokkene was bezig om zijn brievenbus te openen, maar had geen sleutel. Betrokkene gaf aan niet deel te willen nemen aan de zitting (die plaatsvond in een aparte vergaderruimte) als hij geen sleutel zou krijgen van zijn brievenbus. De rechtbank heeft betrokkene vervolgens kort bevraagd over het verzoek, zoals hier te melden in rechtsoverweging 4.1., waarna betrokkene wegliep en niet deelnam aan de verdere zitting. Zowel de rechtbank als de advocaat hebben betrokkene uitgelegd dat zijn aanwezigheid bij de zitting van belang is en wordt gewaardeerd. Betrokkene was echter niet op andere gedachten te krijgen.

2.Wat vaststaat

2.1.
Voor betrokkene is mentorschap ingesteld.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
Op de vraag van de rechtbank of betrokkene bij [accommodatie 2] wil wonen, antwoordt betrokkene: “Is goed. Ik verwacht brieven. Ik heb meerdere gesprekken bij [accommodatie 2] gehad.”
4.2.
De psychiater verklaart, samengevat, als volgt. Hoewel betrokkene eerder bekend is met machtigingen in het kader van de Wvggz, is nu voor betrokkene een rechterlijke machtiging aangevraagd. Het is een langdurig en intensief traject geweest om tot die conclusie te komen. Betrokkene is bekend met een psychische stoornis. Echter, hij heeft een dieperliggend probleem. Hij mist vaardigheden om het overzicht te bewaren. Ook zijn er twijfels over zijn contactuele vaardigheden. Betrokkene is komen wonen bij een accommodatie van [accommodatie 1] . Daar is een goed beeld ontstaan van hoe betrokkene functioneert. Daaruit is geconcludeerd, ook door specialisten van [accommodatie 2] , dat bij betrokkene sprake is van een verstandelijke beperking. Dit is het meest voorliggend. Betrokkene heeft directe aansturing nodig, een omgeving die hem structuur biedt en een benadering die past bij problematiek op het gebied van een verstandelijke beperking. De zorgbehoefte van betrokkene is dan ook gelegen in een Wzd-kader. Voor betrokkene is een plek gevonden bij [accommodatie 2] . Geprobeerd is om betrokkene vanuit een vrijwillig kader naar [accommodatie 2] te krijgen, echter dit is niet gelukt. Het lijkt daarbij in eerste instantie dat betrokkene meewerkt, maar als het puntje bij paaltje komt, men klaar staat om met hem daadwerkelijk naar de locatie te gaan, haakt betrokkene af en lukt het betrokkene niet om de stap naar [accommodatie 2] te maken. Op dit moment is het psychische toestandsbeeld van betrokkene erg slecht. Er is in de afgelopen tijd een glijdende schaal van terugval zichtbaar. Betrokkene mijdt zorg, ziet er onverzorgd, zwerft rond op straat en bedelt. Betrokkene lijdt hieronder. Wanneer de machtiging wordt verleend zal vanuit [accommodatie 1] worden gezorgd voor een warme overdracht aan [accommodatie 2] .
4.3.
De moeder van betrokkene verklaart, samengevat, dat is geprobeerd om betrokkene naar [accommodatie 2] te laten gaan zonder machtiging. Dit is niet gelukt omdat betrokkene aangeeft niet naar [plaats 2] te willen gaan. In [plaats 1] heeft hij zijn veilige plek. De moeder bevestigt dat het steeds slechter met betrokkene gaat. Betrokkene staat in de overlevingsstand. Zij krijgt geen contact meer met betrokkene. Zij ziet dat hij steeds meer in zichzelf is gekeerd.
4.4.
De mentor brengt, samengevat, naar voren dat hij vaart op de expertise van de professionals. Als die zeggen dat [accommodatie 2] het beste bij betrokkene past, dan sluit de mentor zich daarbij aan.
4.5.
De advocaat voert, samengevat, aan dat wordt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Hoewel betrokkene heeft verklaard dat hij wel naar [accommodatie 2] wil, is het niet goed te plaatsen of hij dit echt meent.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en toelichting van de psychiater ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een verstandelijke handicap met een psychische stoornis in de vorm van een schizofreniespectrum of andere psychotische stoornis. Daarnaast wordt door de psychiater vermoed dat sprake is van autisme en is sprake van problematisch gebruik van nicotine en energydrank. De psychiater licht toe dat de problematieken van betrokkene met elkaar vervlochten zijn, maar dat na een langdurig traject van observeren en behandelen is geconcludeerd dat de verstandelijke beperking van betrokkene voorliggend is op de psychotische stoornis. De psychiater onderschrijft dan ook hetgeen in medische verklaring door de onafhankelijke psychiater is opgenomen. De rechtbank heeft geen reden om aan de medische verklaring en de toelichting van de psychiater te twijfelen. In het kader van de medische verklaring is weliswaar kort met betrokkene gesproken, echter de conclusies uit die verklaring worden ondersteund door de psychiater (dei betrokkene al lang behandelt) en ook door de overige onderliggende stukken. De conclusie dat de verstandelijke beperking van betrokkene voorliggend is, leidt ertoe dat betrokkene valt binnen de kaders van de Wzd.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze handicap en stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat in ieder geval uit:
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
5.4.
De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat bij betrokkene sprake is van slechte zelfzorg, zwerven op straat en het vertonen van onbegrepen gedrag (zoals niet op een toilet willen plassen). Betrokkene is niet in staat om voor zichzelf te zorgen. Het lukt hem niet om zijn woning schoon te houden en om zelf boodschappen te doen. Daarnaast wordt gezien dat betrokkene zich terugtrekt en zorg mijdt, wat kan leiden tot een risico op psychotische ontregeling. Zowel de psychiater als de moeder van betrokkene verklaren dat het toestandsbeeld van betrokkene in de afgelopen periode fors is verslechterd. Betrokkene is in zichzelf gekeerd en lijdt onder de omstandigheden waarin hij thans verkeert.
5.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Hoewel betrokkene in het korte gesprek met de rechtbank aangeeft akkoord te zijn met een verhuizing naar Amarant, heeft de rechtbank er geen vertrouwen in dat dit daadwerkelijk lukt zonder machtiging. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat in de afgelopen periode tevergeefs is getracht om betrokkene over te plaatsen naar [accommodatie 2] . Betrokkene lijkt in eerste instantie mee te werken, maar als er daadwerkelijk iets dreigt te veranderen, dan weigert betrokkene zijn medewerking. Daarbij komt ook dat betrokkene in de afgelopen periode zorg mijdt en hulpverlening nauwelijks toelaat. Hij loopt weg, weert mensen af en neemt geen medicatie in. Het voorgaande maakt dat de rechtbank er geen vertrouwen in heeft dat met betrokkene afspraken zijn te maken over een verhuizing in een vrijwillig kader en daarom is een rechterlijke machtiging nodig.
5.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overgelegde stukken en de toelichting van de psychiater ter zitting is gebleken dat betrokkene op zijn huidige woonsetting wordt overvraagd. Om betrokkene een kans te geven om te stabiliseren en zich te ontwikkelen is een langdurige plaatsing in een meer passende setting noodzakelijk. Een opname bij [accommodatie 2] , een Wzd-accommodatie, is geschikt om betrokkene een stabiel en intensief begeleidings- en behandelingskader te bieden. Minder ingrijpende middelen, zoals een vrijwillige verhuizing of intensivering van ambulante hulpverlening, leiden niet tot een duurzame afwending van het ernstig nadeel. De rechtbank overweegt daarbij dat genoegzaam is gebleken dat betrokkene een bejegening nodig heeft die past bij problematiek in het kader van zijn verstandelijke beperking. Bij [accommodatie 2] kan hem deze bejegening worden geboden. Indien nodig kan daarbij tevens psychiatrische expertise ingezet worden om eventuele psychotische ontregelingen op te vangen.
5.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 november 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier, en op schrift gesteld op 02 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.