ECLI:NL:RBZWB:2026:5641

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
C/02/441050 / HA RK 25-239 H
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van Noort
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelbeschikking inzake voorschotbedragen deskundigen in civiele zaak

Op 3 juni 2026 wees de rechtbank een beschikking in een civiele zaak waarbij de voorschotbedragen voor deskundigen niet apart waren vermeld. Dit werd ambtshalve geconstateerd als een kennelijke fout die eenvoudig te herstellen was.

De rechtbank heeft partijen op 4 juni 2026 geïnformeerd over het voornemen tot herstel en verzocht om eventuele bezwaren. Beide partijen gaven op 5 en 7 juni 2026 aan geen bezwaar te hebben tegen de voorgestelde aanpassing.

De rechtbank besloot daarom rechtsoverweging 4.9. te wijzigen door de specifieke voorschotbedragen van de deskundigen dr. [deskundige 1] en drs. [deskundige 2] toe te voegen. Deze bedragen zijn respectievelijk € 6.872,80 en € 10.066,11 inclusief btw. De wijziging wordt op de minuut van de beschikking van 3 juni 2026 vermeld en partijen worden verzocht de ontvangen stukken na ontvangst van deze herstelbeschikking aan de griffie te retourneren.

Uitkomst: De rechtbank herstelt de beschikking door de voorschotbedragen van de deskundigen expliciet te benoemen en wijzigt rechtsoverweging 4.9.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer / rekestnummer: C/02/441050 / HA RK 25-239
Herstelbeschikking van 18 juni 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. J.F. Roth,
tegen

1.[verweerder] B.V.,

te [plaats 2],
hierna te noemen: [verweerder]
2.
NATIONALE NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,
advocaat: mr. J.M. Bruidegom,
te 's-Gravenhage,
hierna te noemen: Nationale Nederlanden
verwerende partijen,

1.De procedure

1.1.
Op 3 juni 2026 is in deze zaak een beschikking gewezen. De rechtbank heeft ambtshalve geconstateerd dat in deze beschikking de voorschotbedragen voor de deskundigen niet apart benoemd zijn in de beschikking. Voor een juiste financiële afwikkeling is dit wel nodig. Daarom heeft de rechtbank op 4 juni 2026 aan partijen het voornemen geuit om de beschikking op dit punt aan te passen en hen verzocht een eventueel bezwaar tegen de aanpassing kenbaar te maken.
1.2.
De advocaten van partijen hebben op respectievelijk 5 en 7 juni 2026 aangegeven tegen dit voorstel geen bezwaar te hebben.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank is van oordeel dat het niet opnemen van de voorschotbedragen van de deskundigen in de beschikking van 3 juni 2026 een kennelijke fout betreft die zich voor eenvoudig herstel leent. De rechtbank zal daarom rechtsoverweging 4.9. aanvullen op de wijze als in het dictum vermeld.
3. De beslissing
De rechtbank
3.1.
bepaalt dat rechtsoverweging 4.9. in de beschikking van 3 juni 2026 waar staat:
“Volgens de hoofdregel moet het voorschot op de kosten van de deskundigen in beginsel door de verzoekende partij worden voldaan. In dit geval heeft Nationale Nederlanden de aansprakelijkheid voor het voorval erkend en aangegeven bereid te zijn de kosten van deze onderzoeken te dragen. De rechtbank oordeelt daarom dat Nationale Nederlanden de voorschotten van de deskundigen zal betalen. Partijen hebben zich schriftelijk akkoord verklaard met de begrotingen van dr. [deskundige 1] en drs. [deskundige 2] .”
wordt gewijzigd in:
“Volgens de hoofdregel moet het voorschot op de kosten van de deskundigen in beginsel door de verzoekende partij worden voldaan. In dit geval heeft Nationale Nederlanden de aansprakelijkheid voor het voorval erkend en aangegeven bereid te zijn de kosten van deze onderzoeken te dragen. De rechtbank oordeelt daarom dat Nationale Nederlanden de voorschotten van de deskundigen zal betalen. Partijen hebben zich schriftelijk akkoord verklaard met de begrotingen van dr. [deskundige 1] en drs. [deskundige 2] . Het voorschot van dr. [deskundige 1] bedraagt € 6.872,80 (inclusief btw) en het voorschot van drs. [deskundige 2] bedraagt € 10.066,11 (inclusief btw)”
3.2.
bepaalt dat deze wijziging onder vermelding van de datum 18 juni 2026 wordt vermeld op de minuut van de beschikking gedateerd op 3 juni 2026,
3.3.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het beschikking van 3 juli 2025 na ontvangst van deze herstelbeschikking aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Noort en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026.