ECLI:NL:RBZWB:2026:5660

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
27 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448184 / FA RK 26-2491
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Willemsen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met schizofreniespectrumstoornis voor zes maanden

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 27 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1983, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene betwist de diagnose en wil vrijwillig opgenomen blijven om te bewijzen dat hij geen schizofrenie heeft, maar de medische verklaringen en het advies van de psychiater in opleiding bevestigen de aanwezigheid van een ernstige psychische stoornis.

De rechtbank constateert dat betrokkene ernstig nadeel veroorzaakt, waaronder levensgevaar, lichamelijk letsel en gevaar voor de veiligheid van anderen. Gedurende de opname vertoont betrokkene agressie, wanen en agitatie, en is er sprake van wisselende behandelbereidheid en medicatie-inname. Vrijwillige zorg wordt als niet duurzaam mogelijk geacht.

Op basis van het zorgplan en medische adviezen acht de rechtbank verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatietoediening, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid (insluiten) voor maximaal twee dagen aaneensluitend, en beperkingen in het eigen leven zoals contact met het FACT-team. De rechtbank wijst de gevraagde zorgmachtiging toe voor de duur van zes maanden tot 27 november 2026.

De rechtbank overweegt dat insluiten noodzakelijk is vanwege eerdere ontregelingen en agressie, maar beperkt dit tot maximaal twee dagen per keer. Andere door de officier van justitie verzochte zorgvormen worden niet toegewezen wegens onvoldoende noodzaak. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar die hetzelfde effect bereiken. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgvormen waaronder insluiten voor maximaal twee dagen aaneensluitend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448184 / FA RK 26-2491
Datum uitspraak: 27 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. C.L.M. Gommers uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 15 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door waarnemend advocaat mr. E.J.L. Mulderink;
  • de heer [persoon 1] , psychiater in opleiding;
  • mevrouw [persoon 2] , verpleegkundige.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 15 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft aan dat hij geen schizofrenie heeft. Hij wil vrijwillig opgenomen blijven, tot bewezen is dat hij geen schizofrenie heeft. Betrokkene neemt de medicatie, ondanks dat hij deze mag weigeren, en wil een psycholoog inhuren, om zo te bewijzen dat hij geen schizofrenie heeft. Verder beslist betrokkene zelf of hij orale medicatie inneemt of depotmedicatie. Hij heeft al meerdere zorgmachtigingen gehad op basis van valsheid in geschrifte.
4.2.
De psychiater in opleiding verklaart de wanen al jarenlang aanwezig zijn bij betrokkene en momenteel nog steeds. Betrokkene heeft last van gedesorganiseerd denken, waanideeën en in het verleden ook hallucinaties. Wellicht is het niet mogelijk om te wanen volledig weg te nemen door middel van medicatie. Wel is betrokkene inmiddels een stuk rustiger, waardoor de zorgverleners in gesprek kunnen met betrokkene en met hem kunnen samenwerken. Betrokkene ageert echter tegen het contact met het FACT-team en is het niet eens met de medicatievoorstellen. Er is alleen geen alternatief voor het FACT-team. De medicatie blijft daarnaast noodzakelijk en ook medische controles zijn nodig, vanwege de bijwerkingen van de medicatie die betrokkene ervaart. Het plan is om betrokkene in te stellen op depotmedicatie, omdat betrokkene wisselend is in het innemen van de orale medicatie in de thuissituatie. Verder heeft betrokkene aan het begin van de huidige opname op de Intensive Care verbleven en is betrokkene in het verleden ontregeld, ondanks dat sprake was van verplichte medicatie. De psychiater in opleiding acht de verplichte zorgvorm ‘insluiten’ daarom noodzakelijk, mede gelet op de agressie die betrokkene in de thuissituatie heeft laten zien tijdens de ontregeling.
4.3.
De verpleegkundige sluit zich aan bij het standpunt van de psychiater in opleiding.
4.4.
De advocaat van betrokkene voert aan dat betrokkene vrijwillig opgenomen wil blijven, omdat hij van de diagnose schizofrenie af wil. De advocaat verzoekt daarom primair het verzoek af te wijzen. Subsidiair verzoekt de advocaat, indien de rechtbank een zorgmachtiging noodzakelijk acht, de verplichte zorgvorm ‘insluiten’ af te wijzen. De afgelopen periode gaat het redelijk goed met betrokkene. Zo neemt hij de medicatie in en is insluiten de afgelopen drie weken niet meer nodig geweest.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene betwist dat sprake is van een psychische stoornis bij betrokkene. De rechtbank heeft echter geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring en de verklaring van de psychiater in opleiding dat bij betrokkene sprake is van een psychische stoornis. Betrokkene is bekend met schizofrenie, waarbij hij gedesorganiseerd denken, paranoïde wanen en agitatie laat zien.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
Tijdens een psychotische decompensatie heeft betrokkene agressie laten zien naar zijn ouders en medewerkers van [accommodatie] . Ook heeft hij bedreigingen gedaan naar de huisarts. Gedurende de opname staat de agitatie op de voorgrond bij betrokkene. Hij raakte regelmatig in discussie en heeft zich dreigend opgesteld naar zorgverleners. Daarnaast heeft betrokkene voorafgaand aan de opname geprobeerd voorwerpen, die in zijn lichaam gestopt zijn, eruit te snijden met een mes. Verder belde hij veel naar de spoedlijn van de huisarts en naar het noodnummer.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Er is sprake van sterk wisselende behandelbereidheid. Hoewel betrokkene tijdens de zitting aan heeft gegeven vrijwillig opgenomen te willen blijven, baseert hij deze vrijwilligheid enkel op het feit dat hij wil bewijzen dat er geen sprake is van een psychische stoornis. Daarnaast is betrokkene wisselend in het innemen van de medicatie in de thuissituatie. Er wordt door ontbrekend ziektebesef en -inzicht bij betrokkene op dit moment geen duurzame vrijwilligheid gezien. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten,
gedurende maximaal twee dagen aaneensluitend per keer;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.1.
Ten aanzien van de vorm van verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ overweegt de rechtbank dat daaronder wordt verstaan dat betrokkene contact moet blijven onderhouden met het ambulante FACT-team. Die vorm van verplichte zorg zal dan ook op die wijze worden toegewezen.
5.7.2.
Ten aanzien van de zorgmodaliteit ‘insluiten’ overweegt de rechtbank hier nog als volgt. Anders dan betrokkene en zijn advocaat acht de rechtbank ‘insluiten’ als vorm van verplichte zorg noodzakelijk. Onweersproken is gesteld dat het bij aanvang van zijn huidige opname noodzakelijk was om betrokkene in te sluiten. Bij een mogelijk nieuwe ontregeling is een herhaling die situatie voorzienbaar. Wel zal de rechtbank gelet op het verweer op dit punt en de reactie van de psychiater in opleiding bepalen dat insluiting per keer voor maximaal twee dagen aaneensluitend mag plaatsvinden.
5.7.3.
De overige door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de psychiater in opleiding tijdens de zitting heeft bevestigd dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 november 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot, griffier en op schrift gesteld op 8 juni 2026
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.