ECLI:NL:RBZWB:2026:5661

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
27 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448443 / FA RK 26-2628
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Willemsen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voortzetting crisismaatregel wegens ontbreken onmiddellijk dreigend ernstig nadeel

Betrokkene verblijft op de High Intensive Care van een zorgaccommodatie op grond van een crisismaatregel die door de burgemeester van Tilburg is afgegeven. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om deze crisismaatregel met drie weken te verlengen.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, zijn betrokkene, zijn advocaat, een verpleegkundig specialist en de echtgenote van betrokkene gehoord. Betrokkene geeft aan dat hij de psychotische decompensatie als van een afstand heeft ervaren en dat de trigger de ziekte van zijn moeder was. Hij wil graag handvatten om toekomstige ontregelingen te voorkomen en staat open voor ambulante hulp.

De verpleegkundig specialist verklaart dat er geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel meer is en dat de ontregeling snel voorbij was. Betrokkene stemt in met ambulante hulpverlening. De advocaat voert aan dat niet wordt voldaan aan de wettelijke criteria voor voortzetting van de crisismaatregel. De rechtbank oordeelt dat vanwege het ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel het verzoek moet worden afgewezen.

Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448443 / FA RK 26-2628
Datum uitspraak: 27 mei 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 22 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon] , verpleegkundig specialist;
  • de echtgenote van betrokkene.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel op de High Intensive Care van [accommodatie] , [adres] . De burgemeester van Tilburg heeft de crisismaatregel op 22 mei 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft aan dat hij geschrokken is door wat er is gebeurd. Hij heeft de psychotische decompensatie beleefd in de derde persoon, dus niet alsof hij dat zelf was. Hij is momenteel aan het kijken of hij door middel van de arbeidsongeschiktheidsverzekering de komende weken of maanden rust kan hebben. De trigger voor de psychotische decompensatie was de ziekte van de moeder van betrokkene. Betrokkene wil verder graag handvaten om ervoor te zorgen dat een ontregeling in de toekomst kan worden voorkomen. Hij geeft aan dat daarvoor een ambulant team ter beschikking staat.
4.2.
De verpleegkundig specialist verklaart dat er momenteel geen sprake meer is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De ontregeling was vrij hevig en was ook snel weer voorbij. Er zal een ambulant team betrokken raken om op te volgen of het goed blijft gaan met betrokkene. Betrokkene stemt in met de ambulante hulpverlening en heeft al kennis gemaakt met het team.
4.3.
De advocaat voert aan dat er niet wordt voldaan aan de wettelijke criteria voor het voortzetten van de crisismaatregel, nu er geen sprake meer is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De advocaat verzoekt daarom het verzoek af te wijzen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De verpleegkundig specialist heeft tijdens de zitting verklaard dat er op dit moment geen sprake meer is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Ook zal de behandelsamenwerking vrijwillig in het ambulante kader worden gecontinueerd. Vanwege het ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel stelt de rechtbank vast dat niet wordt voldaan aan de wettelijke criteria om de crisismaatregel voort te zetten. De rechtbank zal daarom het verzoek tot een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel afwijzen.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot, griffier en op schrift gesteld op 8 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.