ECLI:NL:RBZWB:2026:5669

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
27 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448137 / FA RK 26-2463
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Willemsen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor psychotische betrokkene met toezicht ambulant team

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 27 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 2000 in Litouwen. Betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis die ernstig nadeel veroorzaakt, waaronder psychische schade en maatschappelijke teloorgang, met impact op haar zoontje. Eerder was een zorgmachtiging afgewezen, waarna betrokkene psychotisch decompenseerde met ernstige gevolgen.

Tijdens de zitting gaf betrokkene aan dat het momenteel beter gaat, zij medicatie gebruikt en haar afspraken nakomt. De casemanager van het ambulante VIP-team bevestigde het herstel, maar waarschuwde voor risico's bij het stoppen van medicatie en cannabisgebruik. De advocaat van betrokkene verzocht primair afwijzing van het verzoek en subsidiair toewijzing van een beperkte verplichte zorgvorm gericht op contact met het VIP-team.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene zorg nodig heeft om ernstig nadeel af te wenden en dat vrijwillige zorg onvoldoende is vanwege het risico op ontregeling. Daarom werd een zorgmachtiging verleend voor zes maanden, waarbij als verplichte zorg werd opgelegd dat betrokkene contact moet onderhouden met het ambulante VIP-team. Andere vormen van verplichte zorg, zoals medicatiecontrole, werden niet noodzakelijk geacht. De beschikking is op 27 mei 2026 mondeling gegeven en op 8 juni 2026 schriftelijk vastgesteld.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorg gericht op contact met het ambulante VIP-team.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448137 / FA RK 26-2463
Datum uitspraak: 27 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] , Litouwen,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat mr. F.P. Aarts uit Eindhoven.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • de officier van justitie;
  • mevrouw [persoon] , casemanager van het ambulant VIP-team.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
De officier van justitie heeft tijdens de zitting aangevoerd dat de medewerking van betrokkene aan de zorg nog heel pril is. Eerder is er een zorgmachtiging verzocht, echter is dat verzoek destijds afgewezen door de rechtbank. Betrokkene is vervolgens psychotisch gedecompenseerd met ernstig nadeel voor betrokkene zelf en haar omgeving tot gevolg, waaronder voor het zoontje van betrokkene. Ook hebben er recent nog twee incidenten plaatsgevonden. Het cannabisgebruik van betrokkene is daarnaast nog niet onder controle en zou een psychotische decompensatie kunnen veroorzaken. Daarnaast heeft betrokkene mogelijk moeite met medicatie die zij nodig heeft. De officier van justitie acht een zorgmachtiging de komende periode nog nodig, aangezien het nog voorzienbaar is dat betrokkene zich niet aan de afspraken gaat houden en zij opnieuw psychotisch zal decompenseren.
3.2.
Betrokkene geeft aan dat het momenteel over het algemeen goed gaat. Zij zit goed in haar vel en haar dagelijkse bezigheden verlopen goed. Het zoontje van betrokkene heeft al enkele weekenden bij betrokkene geslapen en ook ziet zij hem doordeweeks. Vanaf 23 juni komt het zoontje weer bij betrokkene wonen. Eerder is betrokkene gestopt met de medicatie, omdat zij destijds niet meer afhankelijk wilde zijn van de medicatie en zij daardoor zelfstandig de medicatie is gaan afbouwen. Ook kwam zij de afspraken niet na, omdat haar zoontje toen in [plaats 2] verbleef en zij daar was. In combinatie met een vape is betrokkene toen ontregeld. Op dit moment gebruikt zij nog dagelijks cannabis voor het slapen. Er staat wel een afspraak gepland met de psychiater om te bespreken of betrokkene medicatie kan krijgen, zodat zij niet meer zal roken. Sinds de aanvraag van de zorgmachtiging is betrokkene de medicatie gaan innemen. Momenteel heeft zij andere medicatie. Deze medicatie werkt goed en zij merkt dat de medicatie helpend is. Zij weet dat zij de medicatie nu zal moeten blijven innemen. Daarnaast komt zij haar afspraken na. Verder geeft betrokkene aan dat er een kans is dat zij haar zoontje kwijtraakt, indien zij opnieuw ontregelt.
3.3.
De casemanager verklaart dat betrokkene eerder niet goed in haar vel zat. Inmiddels gaat het beter met betrokkene en is zij verder in haar herstel. De afgelopen periode is betrokkene goed in contact gebleven met de zorgverleners en heeft zij haar medicatie ingenomen. Uit het verleden blijkt echter dat er sprake is van ambivalentie en dat betrokkene zonder een zorgmachtiging uit contact kan gaan met de zorgverleners. Er zijn daarom twijfels over wat er zal gebeuren, indien er geen zorgmachtiging is. Betrokkene is daarnaast recent nog opgenomen geweest en de psychose heeft ernstig nadeel teweeg gebracht. Hoewel betrokkene op dit moment goed in contact is met de zorgverleners en zij open staat voor behandeling, moet voorkomen worden dat betrokkene opnieuw ontregelt. Een zorgmachtiging kan zorgen voor extra bescherming voor betrokkene.
3.4.
De advocaat voert aan dat betrokkene geen zorgmachtiging wenst en heel gemotiveerd is om de zorg vrijwillig te accepteren. De advocaat verzoekt daarom primair het verzoek af te wijzen. Subsidiair verzoekt de advocaat enkel de verplichte zorgvorm die ziet op het onderhouden van contact met het VIP-team toe te wijzen. Met die vorm van verplichte zorg kan er tijdig worden ingegrepen in het geval dat betrokkene decompenseert en kan ernstig nadeel worden voorkomen. Betrokkene stemt verder vrijwillig in met het innemen van de medicatie.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling.
4.4.
Tijdens een vorige psychose ontstond er maatschappelijke teloorgang, psychische schade aan het zoontje van betrokkene en impact op zijn ontwikkeling. Betrokkene was achterdochtig, verwaarloosde haar appartement en vertrouwde de situatie rondom haar zoontje niet. Het zoontje van betrokkene is tijdens de vorige psychotische decompensatie in een pleeggezin geplaatst. Inmiddels is er een opbouw in het contact tussen betrokkene en haar zoontje en is de verwachting dat het zoontje van betrokkene ergens in de komende tijd weer bij betrokkene zal gaan wonen. Hierbij bestaat het risico dat betrokkene onvoldoende haar rol als moeder kan vervullen, indien zij onbehandeld blijft en zij opnieuw ontregelt.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Ondanks dat betrokkene sinds de aanvraag van de zorgmachtiging vrijwillig meewerkt met de inname van de medicatie en zij haar afspraken met het ambulante team nakomt, acht de rechtbank, mede gezien de verklaring hierover van de casemanager van het VIP-team en wat er in het zorgplan is uiteengezet, een stok achter de deur noodzakelijk voor betrokkene. De vrijwilligheid van betrokkene is nog vrij pril en gelet op het dagelijkse cannabisgebruik van betrokkene, is er nog een risico op ontregeling. De rechtbank neemt daarbij mede in overweging dat betrokkene zich eerder tijdens een psychotische decompensatie onttrok aan afspraken met de zorgverleners, zij toenemend cannabis gebruikte en stopte met haar medicatie. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
4.7.1.
Ten aanzien van de vorm van verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ overweegt de rechtbank dat daaronder wordt verstaan dat betrokkene contact moet blijven onderhouden met het ambulante VIP-team. De rechtbank wijst deze verplichte zorgvorm op deze wijze toe.
4.7.2.
De overige door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de casemanager van het VIP-team tijdens de zitting heeft bevestigd dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden. Tijdens de zitting is namelijk gebleken dat toezicht vanuit het ambulante team voldoende is om het ernstig nadeel af te wenden, waardoor de zorgvormen die zien op de medicatie van betrokkene niet noodzakelijk worden geacht.
4.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] , Litouwen, wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 november 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot, griffier en op schrift gesteld op 8 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.