ECLI:NL:RBZWB:2026:5685

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
28 juni 2026
Zaaknummer
C/02/427161 / FA RK 24-4545
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van Triest
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek bijzondere curator voor vaststelling vaderschap minderjarige

Een minderjarige heeft bij de kinderrechter verzocht om een bijzondere curator te benoemen om te onderzoeken wie zijn biologische vader is. De kinderrechter benoemde mr. E.M.G. van Nuenen-Meulesteen als bijzondere curator, die meerdere gesprekken voerde met de minderjarige en betrokkenen. De bijzondere curator concludeerde dat het niet in het belang van de minderjarige is om een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap te starten, mede omdat de vermeende vader niet reageerde op contactpogingen en de minderjarige geen behoefte heeft aan contact, maar alleen wil weten van wie hij afstamt.

De minderjarige werd meerdere malen uitgenodigd voor gesprekken, maar verscheen niet en reageerde niet op brieven waarin hij werd gevraagd zijn wensen kenbaar te maken. De kinderrechter ging daarom ervan uit dat de minderjarige zijn verzoek introk. De kinderrechter besloot de zaak af te sluiten en de bijzondere curator te ontslaan, omdat haar taak was voltooid.

De beslissing werd op 28 mei 2026 uitgesproken door kinderrechter Van Triest. De minderjarige krijgt een aparte brief met uitleg over de afwijzing en het ontslag van de bijzondere curator. Er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: Verzoek tot benoeming bijzondere curator voor vaststelling vaderschap wordt afgewezen en bijzondere curator wordt ontslagen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
zaaknummer: C/02/427161 / FA RK 24-4545
datum uitspraak: 28 mei 2026
nadere beschikking van de kinderrechter
in de zaak van:
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2010,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
wonende te [plaats 1] ,
vertegenwoordigd door
mr. E.M.G. van Nuenen-Meulesteen,advocaat kantoorhoudende te Hilvarenbeek, in haar hoedanigheid als bijzondere curator over voornoemde minderjarige, hierna te noemen: de bijzondere curator.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
hierna: de gecertificeerde instelling (GI),
locatie Etten-Leur.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [plaats 2] .

1.Welke documenten heeft de kinderrechter en wat is er gebeurd?

1.1
Tot de stukken behoren:
- de beschikking van deze rechtbank van 13 december 2024 en alle daarin genoemde stukken;
- het advies van de bijzondere curator van 5 februari 2026, ingekomen bij de griffie op 5 februari 2026;
- de brief van de griffier van 1 april 2026.
1.2
Op 25 maart 2026 heeft de kinderrechter de mondelinge behandeling voortgezet behandeld.
1.3.
[minderjarige] is weer uitgenodigd voor een gesprek met de kinderrechter, maar hij is niet gekomen.

2.De feiten

2.1
Bij beschikking van rechtbank Den Haag van 28 augustus 2015 is het gezag van de moeder over [minderjarige] beëindigd en is de GI benoemd tot voogdes over [minderjarige] .

3.De vraag van [minderjarige]

3.1
heeft op 2 oktober 2024 aan de kinderrechter gevraagd om een bijzondere curator over hem te benoemen, omdat hij graag wil weten wie zijn biologische vader is en dit ook vastgesteld wil hebben.

4.De nadere beoordeling

4.1.
De vraag van [minderjarige] is op 30 oktober 2024 met hem besproken in een persoonlijk gesprek met de kinderrechter. Op 3 december 2024 is de vraag van [minderjarige] besproken met de voogdes (jeugdbescherming Brabant) en de moeder. Bij beschikking van 13 december 2024 heeft de kinderrechter mevrouw mr. E.M.G. van Nuenen-Meulesteen benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige] en de verdere behandeling van de vraag van [minderjarige] aangehouden in afwachting van het verslag van de bijzondere curator.
4.2.
De bijzondere curator heeft op 5 februari 2026 een verslag aan de kinderrechter gestuurd. Zij heeft geschreven dat zij het niet in zijn belang acht om een verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap in te dienen.
De bijzondere curator heeft in de afgelopen twee jaar meerdere gesprekken met [minderjarige] gevoerd. [minderjarige] wil weten van wie hij afstamt. Hij heeft ook aangegeven dat hij geen behoefte heeft aan een geregeld contact met zijn biologische vader en wil het alleen maar weten. Er is bij hem geen sprake van een uitdrukkelijke wens tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. Ook komt persoonlijke ontwikkeling niet in het gedrang als het niet officieel vastgesteld wordt. De moeder heeft in een gesprek met de bijzondere curator verteld wie volgens haar de vader is. Het zou gaan om de heer [persoon] . Hij woont in [plaats 3] . De bijzondere curator heeft de heer [persoon] meerdere brieven geschreven. Hierop is geen reactie gekomen, maar de brieven kwamen ook niet retour. De bijzondere curator trekt hieruit de conclusie dat de heer [persoon] geen contact wenst of dat hij toch niet meer op het adres woont dat de moeder heeft gegeven. De bijzondere curator heeft niet de mogelijkheden om een verdere zoektocht te ondernemen naar hem. Het is niet met zekerheid vast komen te staan dat de heer [persoon] inderdaad de biologische vader is van [minderjarige] . Daarom vindt de bijzondere curator het geen goed idee om op basis van de huidige informatie een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de heer [persoon] in te dienen. Dit vindt zij niet in het belang van [minderjarige] . De uitkomst van die procedure is onvoorspelbaar. De spanning die zo’n procedure brengt zou niet goed zijn voor [minderjarige] , Een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap gaat verder dan alleen maar weten van wie je afstamt. Bij toewijzing zou de juridische status van [minderjarige] veranderen. Hij zou er immers een juridisch vader bijkrijgen met alle bijbehorende rechten en plichten. Dit is niet wat [minderjarige] wil. De bijzondere curator ziet verder geen mogelijkheden om vanuit haar rol [minderjarige] verder te helpen bij het tot stand brengen van contact met de heer [persoon] of het regelen van een DNA-onderzoek. [minderjarige] is hiervan op de hoogte en staat achter het besluit van de bijzondere curator.
4.3.
De kinderrechter heeft naar aanleiding van het verslag op 25 maart 2026 een nieuwe zitting ingepland en [minderjarige] opnieuw uitgenodigd voor een gesprek. [minderjarige] heeft ervoor gekozen om niet te komen.
4.4.
De kinderrechter heeft vervolgens na de zitting een brief aan [minderjarige] gestuurd. De bijzondere curator heeft hiervan een afschrift gekregen. In deze brief is aan [minderjarige] gevraagd om aan te geven wat hij verder wil met zijn vraag die nog aan de kinderrechter voorligt en is hij gevraagd om dit uiterlijk 17 april 2026 – al dan niet via de bijzondere curator- te laten weten. In diezelfde brief is aangegeven dat wanneer de kinderrechter geen reactie ontvangt, dat zij ervan uit gaat dat [minderjarige] zijn vraag intrekt en dat dit betekent dat de zaak verder schriftelijk zal worden afgedaan. [minderjarige] heeft daarop niet gereageerd. De kinderrechter heeft daarnaast geen bezwaren van de bijzondere curator ontvangen om de zaak af sluiten.
4.5.
De kinderrechter kan alleen beslissen als er een verzoek of vraag aan haar voorligt. Nu [minderjarige] niet opnieuw op gesprek is gekomen en hij niet heeft gereageerd op de brieven die hem daarna zijn gestuurd, gaat zij ervan uit dat hij zijn vraag aan de kinderrechter intrekt. De kinderrechter kan dan verder geen beslissingen meer nemen en daarom wijst zij – om de zaak af te sluiten - de vraag van [minderjarige] af.
4.6.
Met deze stand van zaken is de kinderrechter verder van oordeel dat de bijzondere curator haar taak heeft volbracht. Zij heeft [minderjarige] , daar waar nodig, ondersteuning geboden en zijn stem naar voren gebracht. Gelet op de uitkomst van deze procedure zal de rechtbank mr. E.M.G. van Nuenen-Meulesteen van haar taak als bijzondere curator van [minderjarige] ontslaan.
Brief aan de minderjarige
4.7.
De kinderrechter vindt het belangrijk dat [minderjarige] , ondanks hij op de hoogte is dat de zaak verder schriftelijk zal worden afgedaan, hij toch een terugkoppeling krijgt van deze beslissing. Daarom zal in een aparte brief aan [minderjarige] worden uitgelegd wat de beslissing is.
Beste [minderjarige] ,
Op 1 april 2026 heeft de kinderrechter jou een brief gestuurd waarin zij jou heeft gevraagd om aan te geven wat er moet gebeuren met jouw vraag over jouw biologische vader. In diezelfde brief is aangegeven dat wanneer je niet reageert, de kinderrechter ervan uit gaat dat je de vraag intrekt. Een kopie van deze brief is aan jouw bijzondere curator verzonden
Nu de kinderrechter van zowel jou als de bijzondere curator geen reactie heeft ontvangen, gaat zij er dan ook van uit dat er geen vraag van jou meer voorligt.
De kinderrechter zal daarom jouw zaak afsluiten. Daarnaast ontslaat de kinderrechter jouw bijzondere curator mevrouw van Nuenen-Meulesteen. Omdat de gerechtelijke procedure klaar is, is ook de taak van jouw bijzondere curator klaar.
De kinderrechter wenst jou het beste toe in de toekomst.
Met vriendelijke groet, namens de kinderrechter,
de griffier

5.De beslissing

De kinderrechter van de rechtbank:
wijst de vraag van [minderjarige] af;
ontslaat mr. E.M.G. van Nuenen-Meulesteen van haar taak als bijzondere curator van [minderjarige] .
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026 in tegenwoordigheid van Akkermans-Bruijs als griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.