ECLI:NL:RBZWB:2026:5686

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
28 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448296 / FA RK 26-2556
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Maandag
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor twaalf maanden wegens schizofreniespectrumstoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 28 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1983 in Irak. Betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, met chronische psychotische verschijnselen zoals auditieve hallucinaties. De zorgmachtiging was eerder verleend van 28 november 2025 tot 28 mei 2026.

Betrokkene gaf aan dat het momenteel goed met hem gaat, mede dankzij medicatie, maar vreest dat hij deze in de toekomst niet meer zal accepteren. De casemanager en behandelaren bevestigden het risico op terugval bij medicatiestop, met ernstige psychische ontregeling en agressie naar zijn omgeving. Er is geen mogelijkheid tot passende vrijwillige zorg, en betrokkene staat zelf achter de machtiging.

De rechtbank oordeelde dat het ernstig nadeel bestaat uit psychische schade, maatschappelijke teloorgang en agressief gedrag, en dat verplichte zorg noodzakelijk is om dit af te wenden. De toegewezen zorg omvat medicatietoediening, medische controles, beperkingen in vrijheid en opname bij decompensatie. Gezien het zorgverleden en de aanstaande verhuizing van betrokkene's gezin, is een machtiging voor twaalf maanden passend.

De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk bevestigd op 4 juni 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden wegens het risico op ernstige psychische ontregeling bij medicatiestop.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448296 / FA RK 26-2556
Datum uitspraak: 28 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] , Irak,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. Z. Yeral te Roosendaal.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 mei 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mw. [persoon] , casemanager.
1.3.
De officier van justitie is, zoals reeds aangekondigd in het verzoekschrift, niet ter zitting verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

2.1.
Bij beschikking van 28 november 2025 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend met ingang van 28 november 2025 en tot en met 28 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene vertelt dat het goed met hem gaat. De afgelopen twintig jaar heeft hij periodes gekend waarin het eerst goed met hem ging en daarna ineens niet meer goed. Als het niet goed met hem gaat, dan wordt hij opgenomen. Hij maakt dan spullen kapot en gooit ze weg. Ook heeft hij dan ruzie met zijn kinderen. Verder hoort betrokkene stemmen die hem soms nare opdrachten geven. Als hij zijn medicatie inneemt, dan gaat het goed. Betrokkene is echter bang dat hij op een gegeven moment van gedachte gaat veranderen en zijn medicatie niet meer zal accepteren. Daarom is het beter als er een zorgmachtiging is. Betrokkene wil liever niet worden opgenomen. De laatste keer dat hij is opgenomen, was vorig jaar oktober. In januari 2026 mocht hij weer naar huis. Tot slot vertelt betrokkene dat zijn vrouw en kinderen in juni de sleutel krijgen van hun nieuwe woning.
4.2.
De advocaat stelt zich namens betrokkene op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen. Er is immers geen sprake van verzet. Betrokkene heeft ziektebesef en -inzicht en is in samenwerking met de behandelaren. De medicatie werkt. Er is ook geen sprake van een aannemelijk risico op een terugval en de relatieproblemen van betrokkene staan hier los van. Een zorgmachtiging is een te vergaande inbreuk op het leven van betrokkene. Subsidiair voert de advocaat namens betrokkene aan dat de zorgmachtiging moet worden beperkt tot drie maanden. Het gaat goed met hem. Mocht er toch sprake zijn van een terugval, dan kan binnen drie maanden worden ingegrepen. Tot slot heeft de zorg altijd een stok achter te deur, namelijk de mogelijkheid tot het aanvragen van een crisismaatregel.
4.3.
De casemanager licht toe dat betrokkene sinds januari 2026 weer thuis verblijft. Het gaat nu goed met hem. Voor de laatste opname had betrokkene geen inzicht in de noodzaak van medicatie. Hij kreeg toen maandelijks een depot. Op een gegeven moment is de zorg overdragen naar de huisarts, hetgeen vervolgens is misgegaan. Betrokkene heeft zijn depot toen een tijd niet gehad met als gevolg een psychotische ontregeling. Hij werd toen agressief naar zijn kinderen en herkende zijn vrouw en kinderen niet meer. Betrokkene is nu stabiel en accepteert het depot. Hij erkent ook dat het beter is als hij zijn medicatie krijgt. Betrokkene wil echter nog steeds niet dat zijn vrouw en kinderen bij hem in huis wonen, hetgeen losstaat van zijn psychotische belevingen. Hij hoort nog wel stemmen. Het is lastig te voorspellen hoe het met betrokkene zal gaan als hij voor zichzelf moet gaan zorgen. Betrokkene krijgt wekelijks begeleiding om zijn thuissituatie te monitoren. Hij houdt zich aan de afspraken. De behandelaren van betrokkene vrezen dat betrokkene op een gegeven moment zonder zorgmachtiging zal besluiten om hen niet meer binnen te laten en geen depot meer te halen, met als gevolg dat hij snel zal ontregelen. Ook drinkt betrokkene de laatste tijd weer alcohol. Dit gaat niet goed samen met het depot.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Bij betrokkene is sprake van chronisch psychotische verschijnselen in het kader van paranoïde schizofrenie, waaronder auditieve hallucinaties.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstige psychische schade, ernstige financiële schade, maatschappelijke teloorgang, ernstige verstoorde ontwikkeling en het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene tijdens een psychotische decompensatie bekend is met fysieke en verbale agressie naar anderen. Tijdens de laatste ontregeling is betrokkene ook agressief geweest naar zijn vrouw en heeft hij gevochten met zijn zoon. Daarnaast hoort betrokkene stemmen die hem soms gevaarlijke en vervelende opdrachten geven. Ook maakt betrokkene spullen kapot, bestelt hij veel spullen op het internet en gooit hij zijn huisraad weg. Tevens bestaat er een risico op ernstige psychische schade, aangezien betrokkene een behandeling van een psychotisch toestandsbeeld kan weigeren. Een onbehandelde psychose is schadelijk voor het brein. Tot slot kan het agressieve, roekeloze en (soms seksueel) ontremde gedrag van betrokkene zorgen voor agressie vanuit anderen. Indien betrokkene zijn medicatie niet inneemt, volgt een snelle ontregeling met als gevolg een herleving van hiervoor genoemd ernstig nadeel.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene aangeeft achter een zorgmachtiging te staan, aangezien hij vreest dat hij in de toekomst zijn medicatie niet meer zal innemen. Betrokkene geeft daarbij ook aan dat het in de afgelopen twintig jaar met momenten slecht is gegaan met hem en hij zijn medicatie op dat moment ook geweigerd heeft. In het verleden is voorts gebleken dat, indien betrokkene stopt met de inname van zijn medicatie, een psychotische ontregeling volgt. Het is tevens aannemelijk dat betrokkene een terugval zal krijgen, gelet op zijn zorgverleden en (vrij) recente ontregeling. Er kan derhalve niet worden gesproken van consistente en duurzame vrijwilligheid. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk
indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.8.
De rechtbank zal de zorgmachtiging verlenen voor de verzochte duur van twaalf maanden. Betrokkene heeft een behoorlijk zorgverleden en het gaat met periodes goed, maar er zijn ook periodes dat het slechter met betrokkene gaat. Daarnaast zal binnenkort een ingrijpende verandering plaatsvinden in het leven van betrokkene, namelijk het verhuizen van zijn vrouw en kinderen. Betrokkene heeft nog nooit alleen gewoond en moet dan voor zichzelf gaan zorgen. Het is daarom belangrijk dat de behandelaren gedurende een langere periode de thuissituatie van betrokkene kunnen monitoren en, indien nodig, kunnen ingrijpen. Hierbij overweegt de rechtbank tot slot dat betrokkene zelf een zorgmachtiging noodzakelijk vindt en hier geen hinder van lijkt te ondervinden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] , Irak, wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
28 mei 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026 door mr. Maandag, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 4 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.