ECLI:NL:RBZWB:2026:5691

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
28 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448146 / FA RK 26-2468
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Maandag
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens psychogeriatrische aandoening

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1934, vanwege haar psychogeriatrische aandoening, de ziekte van Alzheimer. De mondelinge behandeling vond plaats met betrokkene, haar advocaat, een geriatrisch verpleegkundige en haar zus. Betrokkene verzette zich tegen opname in een verpleeghuis, terwijl de zoon en schoondochter zwaar belast zijn met de verzorging.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstige cognitieve stoornissen heeft, waaronder geheugenverlies, apraxie en verminderd woordgebruik, wat leidt tot ernstig nadeel zoals psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De mantelzorgers zijn overbelast en betrokkene en haar zus weigeren regelmatig noodzakelijke hulp, zoals douchen en thuiszorg. De woning is ongeschikt en er is een risico op valgevaar en dwalen.

De rechtbank oordeelde dat opname in een verpleeghuis noodzakelijk en geschikt is om het ernstig nadeel te voorkomen. Er is een tweepersoonskamer beschikbaar zodat betrokkene en haar zus samen kunnen verblijven en 24-uurs zorg kunnen ontvangen. Minder bezwarende alternatieven zijn onvoldoende gebleken. De machtiging geldt voor zes maanden tot 28 november 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in verpleeghuis voor zes maanden verleend wegens ernstige cognitieve stoornissen en overbelasting mantelzorgers.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448146 / FA RK 26-2468
Datum uitspraak: 28 mei 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1934 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat: mr. F.E.R.M. Verhagen te Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 mei 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mw. [persoon 1] , geriatrisch verpleegkundige (hierna: de behandelaar);
  • de zus van betrokkene, mw. [persoon 2] .
1.3.
Gelet op de nauwe samenhang tussen het onderhavige verzoek en het verzoek van het CIZ tot het verlenen van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van de zus van betrokkene, mw. [persoon 2] (in de zaak met kenmerk
C/02/448320 / FA RK 26-2561), zullen deze verzoeken gezamenlijk worden behandeld. Er zal per separate beschikking worden beslist.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene vertelt dat zij niet wil verhuizen naar een verpleeghuis. De zoon en schoondochter van betrokkene helpen haar veel mee, zoals bij het douchen en de verzorging. Betrokkene weet niet of de dagelijkse verzorging te zwaar is voor haar zoon en schoondochter.
3.2.
De advocaat stelt namens betrokkene dat zij duidelijk is in haar wens. Ze wil niet weg uit haar woning. De advocaat ziet dat de zoon van betrokkene erg veel doet in de verzorging. Juridisch gezien zou eerst moeten worden bekeken of de zoon wat ontlast kan worden, bijvoorbeeld door de inzet van thuiszorg. Echter, de zus van betrokkene lijkt de noodzakelijke hulp niet te accepteren. Er is ook een tweepersoons appartement beschikbaar voor de zussen binnen een verpleeghuis waar zij meteen terecht zouden kunnen. Het is een lastige afweging. De advocaat verzoekt namens betrokkene om dit mee te nemen in het oordeel.
3.3.
De behandelaar licht toe dat betrokkene veel ruzie heeft met haar zus. De zorg voor betrokkene en haar zus komt ook volledig terecht op de zoon en schoondochter van betrokkene. Zij zijn overbelast. Betrokkene en haar zus willen daarnaast niet altijd geholpen worden. Zo moet de zus van betrokkene worden gedwongen om te douchen. Betrokkene was voorts recent bevuild door ontlasting Ook zijn buurtbewoners een huis aan het renoveren en loopt betrokkene te pas en te onpas onder de steigers door. Voorts wordt de zoon van betrokkene regelmatig gebeld door de buren dat betrokkene over straat loopt. Betrokkene kan niet altijd de weg terug vinden. Het gevolg is dat de zoon de deuren van de woning op slot moet doen. Het is de bedoeling om de zussen per vandaag over te plaatsen naar [verpleeghuis] te [plaats 2] , waar een tweepersoons kamer meteen voor hen beschikbaar is. Tot slot is er geprobeerd om avondzorg in te zetten, maar betrokkene en haar zus laten niemand binnen.
3.4.
De zus van betrokkene vertelt dat zij en betrokkene niet gaan verhuizen naar een verpleeghuis. Daarnaast geeft de zus aan dat zij betrokkene vaak helpt, bijvoorbeeld met de was. Tot slot geeft de zus van betrokkene aan dat zij geen hulp wil.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten de ziekte van Alzheimer. Bij betrokkene is sprake van forse cognitieve stoornissen van het kortetermijngeheugen en soms ook het langetermijngeheugen. Er is tevens sprake van apraxie in handelingen en verminderd woordgebruik.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat er sprake is van een toename van conflicten tussen betrokkene en haar (inwonende) zus, die ook is gediagnosticeerd met neurocognitieve stoornissen op het niveau van een dementieel syndroom. De zussen kunnen niet meer voor elkaar zorgen en zijn volledig afhankelijk van de dagelijkse intensieve verzorging door de zoon en schoondochter van betrokkene. De mantelzorgers helpen bij het douchen, doen boodschappen, brengen eten en leggen betrokkene en haar zus op bed. De mantelzorgers zijn echter zwaar overbelast en zijn niet meer in staat om deze zorg te bieden. Hierdoor dreigt ernstige verwaarlozing. Daarnaast is de woning van betrokkene te klein en niet aangepast voor ouderen. Ook worden er woningen in de buurt gerenoveerd, waarbij betrokkene te pas en te onpas onder de steigers doorloopt. Voorts is betrokkene slecht ter been en bestaat er een risico op valgevaar. Tot slot heeft betrokkene moeite met oriëntatie in het dorp en bestaat een risico op dwalen. Zij heeft hierbij geen inzicht in verkeersdeelname.
4.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene is aangewezen op 24-uurs zorg en begeleiding in de nabijheid. Deze zorg kan niet in de thuissituatie worden geboden. Binnen een verpleeghuis krijgt betrokkene de structurele zorg en begeleiding die zij nodig heeft en kan het ernstig nadeel worden afgewend. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene samen het haar zus per direct kan worden opgenomen in een verpleeghuis, nu daar een tweepersoons kamer beschikbaar voor hen is. Op deze wijze blijven de zussen bij elkaar wonen, maar krijgen ze wel de noodzakelijke 24-uurs zorg, toezicht en begeleiding die zij behoeven.
4.5.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling verklaart betrokkene niet te willen verhuizen naar een verpleeghuis. Daarnaast weigeren betrokkene en haar zus regelmatig de noodzakelijke hulp, zoals douchen. Tot slot laten betrokkene en haar zus de thuiszorg niet binnen.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Er is al veel ingezet in de thuissituatie, zoals thuiszorg en casemanagement, maar dit heeft niet tot het gewenste resultaat geleid. Ook is avondzorg aangeboden, maar dit wordt geweigerd door betrokkene en haar zus. Tot slot zijn de mantelzorgers overbelast.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1934 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
28 november 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026 door mr. Maandag, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 4 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.