ECLI:NL:RBZWB:2026:5705

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448351 / FA RK 26-2583
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging wegens toegenomen zorgbehoefte en agressief gedrag

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 29 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1959. Betrokkene vertoonde problematisch gedrag en weigerde noodzakelijke somatische en psychiatrische zorg, wat leidde tot een verhoogd risico op levensgevaar en maatschappelijke teloorgang.

Tijdens de zitting was betrokkene niet aanwezig vanwege haar verzet, maar haar advocaat en meerdere zorgprofessionals werden gehoord. De GZ-psychologen en arts bevestigden de noodzaak van verplichte zorg vanwege het weigeren van medicatie en zorg, en het vertonen van agressie naar medebewoners en personeel.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene lijdt aan een schizoaffectieve stoornis en functioneert op een laag begaafd niveau. Gezien het ernstig nadeel en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven, werd de zorgmachtiging verleend voor zes maanden met verplichte zorgvormen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie.

De beschikking werd op 29 mei 2026 mondeling gegeven en op 12 juni 2026 schriftelijk bevestigd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgvormen vanwege ernstig nadeel en weigering van zorg.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448351 / FA RK 26-2583
Datum uitspraak: 29 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1959 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. C.G. Matze uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 mei 2026.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 29 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • de advocaat van betrokkene,
  • mevrouw [persoon 1] , GZ-psycholoog;
  • de heer [persoon 2] , arts;
  • de heer [persoon 3] , GZ-psycholoog FACT.
1.3.
Betrokkene is aanwezig in de hoorruimte voordat haar advocaat is gearriveerd. Tijdens het wachten op de advocaat spreekt betrokkene op geagiteerde toon. Zij gaat met haar rolstoel naar de deur en probeert deze te openen. Wanneer de psycholoog aangeeft dat het belangrijk is om te blijven en op haar advocaat te wachten om op het verzoek te worden gehoord roept betrokkene op luide toon “nee, nee”. Betrokkene vraagt om voor haar de deur te openen, waarop zij uit de hoorruimte vertrekt. De behandelend rechter stelt vast, terwijl de advocaat van betrokkene inmiddels is gearriveerd, dat betrokkene niet in persoon over het verzoek wenst te worden gehoord. De mondelinge behandeling van het verzoek vindt vervolgens met instemming van haar advocaat plaats buiten aanwezigheid van betrokkene.

2.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
De GZ-psycholoog van het FACT brengt naar voren dat betrokkene al langere tijd in beeld is wegens onderliggende psychiatrische problematiek, deels ook veroorzaakt door langdurig drankgebruik. Betrokkene woonde gedurende een langere periode onder begeleiding van het RIBW. Dit verliep moeizaam mede wegens de grote mate van wantrouwen bij betrokkene. Betrokkene is opgenomen in het kader van een revalidatieproces bij [afdeling] wegens een fractuur aan haar bovenarm. Betrokkene kan wegens haar toegenomen zorgbehoefte niet langer bij RIBW blijven en inmiddels is daar haar woonplek ook opgezegd. Naast dat betrokkene duidelijk laat blijken niet in [afdeling] te willen zijn, maar naar het RIBW te willen terugkeren, is zij gaandeweg in toenemende mate problematisch gedrag gaan vertonen. Dit in de vorm van verbale en fysieke agressie naar medebewoners en zorgpersoneel. Met haar gedrag roept betrokkene ook agressieve reacties op van medebewoners. [afdeling] beschikt slechts over beperkte mogelijkheden om het gedrag van betrokkene te corrigeren. Het is daarom de bedoeling dat zij naar [accommodatie] zal verhuizen naar een niet gesloten afdeling met een aangepaste woning waar wel maximaal toezicht aanwezig is. Er zal daar op korte termijn een plek beschikbaar komen. Op dit moment eet en drinkt betrokkene voldoende, maar verder weigert zij alle vormen van zorg en controles op het somatische vlak, zoals wondzorg en controles/zorg in verband met diabetes. Hij ziet geen noodzaak voor het verplicht (kunnen) toepassen van het toedienen van vocht en voeding en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
3.2.
De GZ-psycholoog en de arts sluiten zich aan bij dat wat door de GZ-psycholoog van het FACT naar voren is gebracht. De arts bevestigt dat betrokkene haar medicatie niet consequent gebruikt dan wel accepteert en dat zij medische adviezen in verband met haar somatische aandoeningen niet opvolgt, waardoor er gevaar is voor infecties. Verder wijst hij erop dat betrokkene een medebewoner heeft belaagd, waarbij zij die medebewoner aan de haren heeft getrokken en het shirt van die medebewoner kapot heeft gemaakt. Meer recent is betrokkene door een andere medebewoner aangevallen, die haar gedrag niet langer tolereerde. De GZ-psycholoog vult daarop aan dat betrokkene van meet af aan verzet heeft laten zien ten aanzien van haar verblijf in [afdeling] en dat haar gedrag op de afdeling een verstorend effect heeft. Ten slotte acht zij van belang op te merken dat de aanvraag van een zorgmachtiging wegens meerdere daarbij betrokken instanties een moeizaam proces was en daardoor vertraging heeft opgelopen.
3.3
De advocaat van betrokkene voert aan dat zij over het verzoek met haar cliënt niet of nauwelijks een gesprek heeft kunnen voeren, omdat betrokkene vooral aan het schelden was. Uit het gedrag van haar cliënt heeft zij opgemaakt dat zij zich tegen alles verzet. Ook heeft zij van haar cliënt begrepen dat zij de aangevraagde zorgmachtiging onzin vindt en dat zij geen medicatie of andere zorg op het psychische en/of somatische vlak nodig heeft. Afgaande op de stukken stelt zij vast dat juridisch-inhoudelijk aan de formele vereisten wordt voldaan. Namens betrokkene stelt zij zich primair op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen. Als de rechtbank anders mocht beslissen, wijst zij erop dat in geval van een verhuizing naar [accommodatie] het in contact blijven met de ART-zorgmedewerkers onderdeel uitmaakt van het opnemen in een accommodatie. Dat betekent dat de zorgvorm ‘het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ niet nodig is. Dit geldt ook voor het verplicht (kunnen) toedienen van vocht en voeding.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de bij het verzoek overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een schizoaffectieve stoornis en dat zij functioneert op een laag begaafd niveau.
4.3.
Ook is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van haar stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene wegens haar toegenomen zorgbehoefte niet langer bij RIBW kon blijven. Zij is vervolgens in [afdeling] opgenomen mede in het kader van een revalidatietraject. Betrokkene laat blijken niet in [afdeling] te willen zijn. Ook weigert zij de haar voorgeschreven medicatie en zorg in verband met somatische aandoeningen en worden zorg/behandeladviezen door haar niet opgevolgd, waarmee zij haar gezondheid in gevaar brengt. Betrokkene laat bovendien heftig verzet zien tegen haar verblijf in [afdeling] door middel van verbale en fysieke agressie naar medebewoners en zorgpersoneel. Dit gedrag heeft recent nog geleid tot een agressieve reactie van een medebewoner.
4.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.5.
Betrokkene accepteert niet consequent de haar voorgeschreven medicatie. Ook weigert zij de zorg/behandeling voor haar somatische aandoeningen, te weten diabetes en in de vorm van wondzorg en worden medische adviezen door haar niet overeenkomstig opgevolgd. Daarnaast laat betrokkene overduidelijk blijken dat zij aan geen enkele opname mee wil werken en dat zij eigenlijk zou willen terugkeren naar het RIBW, wat echter niet langer mogelijk is. Al deze factoren en omstandigheden maken naar het oordeel van de rechtbank dat er geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- het opnemen in een accommodatie.
Het verzoek zal voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen worden afgewezen omdat die zorgvormen niet nodig zijn.
4.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
4.8.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor de duur van zes maanden, zoals verzocht.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene] ,geboren op [geboortedag] 1959 in [geboorteplaats] wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.6 staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 november 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier, en op schrift gesteld op 12 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.