ECLI:NL:RBZWB:2026:5714

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448508 / FA RK 26-2664
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Borm
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel wegens ontbreken ernstig nadeel

Betrokkene verblijft op grond van een crisismaatregel in een accommodatie te een plaats. De burgemeester van de gemeente Bergen op Zoom heeft deze maatregel op 22 mei 2026 afgegeven. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om verlenging van deze maatregel voor drie weken.

Tijdens de zitting gaf betrokkene aan dat het aanvankelijk niet goed met haar ging, met angsten en wanen zoals het idee gehackt te zijn en een deepfake aan de telefoon te hebben. Momenteel gaat het beter en wenst zij de zorg vrijwillig voort te zetten. De behandelaar bevestigt dat de psychotische klachten nog aanwezig zijn, maar dat er geen sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Betrokkene is bereid tot vrijwillige zorg.

De advocaat van betrokkene pleitte voor afwijzing van het verzoek vanwege het ontbreken van ernstig nadeel en verzet. De rechtbank oordeelt dat niet wordt voldaan aan de wettelijke criteria voor voortzetting van de crisismaatregel en wijst het verzoek af. De beschikking is op 29 mei 2026 mondeling gegeven en op 12 juni 2026 schriftelijk vastgesteld.

Uitkomst: Verzoek tot voortzetting crisismaatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/448508 / FA RK 26-2664
Datum uitspraak: 29 mei 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvend in een [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. M.M.M. Heesmans uit Roosendaal.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 26 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Heesmans;
- de heer [persoon 1] , psychiater, behandelaar;
  • mevrouw [persoon 2] , verpleegkundige;
  • de partner van betrokkene.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft op grond van nawerking van de crisismaatregel in een [accommodatie] te [plaats 2] . De burgemeester van de gemeente Bergen op Zoom heeft de crisismaatregel op 22 mei 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat het eerst niet goed met haar ging. Zij dacht dat zij gehackt was en dat zij een deepfake aan de telefoon had. Op dit moment gaat het goed met betrokkene. Zij is rustig. Betrokkene wenst de zorg op basis van vrijwilligheid voort te zetten.
4.2.
De behandelaar licht tijdens de zitting toe dat betrokkene is opgenomen met extreme angsten. Vanuit deze angsten kan betrokkene impulsief handelen. Zo heeft betrokkene gedreigd haar hals door te snijden. Op dit moment zijn de psychotische klachten nog wel aanwezig, maar gaat het beter. Er is geen sprake meer van ernstig nadeel. Volgens de behandelaar kan de behandeling in een vrijwillig kader voortgezet worden. Betrokkene is namelijk bereid de benodigde zorg op vrijwillige basis voort te zetten.
4.3.
De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek nu er op dit moment geen sprake is van onmiddellijke dreigend ernstig nadeel en verzet.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank constateert – gelet op hetgeen tijdens de zitting naar voren is gebracht – dat er op dit moment geen sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Tevens oordeelt de rechtbank dat er nu geen sprake is van verzet.
5.3.
Gelet op het voorgaande wordt niet voldaan aan de wettelijke criteria om het voorliggende verzoek tot het verlenen van een voortzetting van de crisismaatregel toe te wijzen. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van mr. De Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 12 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.