Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- mevrouw [persoon 2] , verpleegkundige;
- de partner van betrokkene.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene verblijft op grond van een crisismaatregel in een accommodatie te een plaats. De burgemeester van de gemeente Bergen op Zoom heeft deze maatregel op 22 mei 2026 afgegeven. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om verlenging van deze maatregel voor drie weken.
Tijdens de zitting gaf betrokkene aan dat het aanvankelijk niet goed met haar ging, met angsten en wanen zoals het idee gehackt te zijn en een deepfake aan de telefoon te hebben. Momenteel gaat het beter en wenst zij de zorg vrijwillig voort te zetten. De behandelaar bevestigt dat de psychotische klachten nog aanwezig zijn, maar dat er geen sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Betrokkene is bereid tot vrijwillige zorg.
De advocaat van betrokkene pleitte voor afwijzing van het verzoek vanwege het ontbreken van ernstig nadeel en verzet. De rechtbank oordeelt dat niet wordt voldaan aan de wettelijke criteria voor voortzetting van de crisismaatregel en wijst het verzoek af. De beschikking is op 29 mei 2026 mondeling gegeven en op 12 juni 2026 schriftelijk vastgesteld.
Uitkomst: Verzoek tot voortzetting crisismaatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.