ECLI:NL:RBZWB:2026:5716

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448301 / FA RK 26-2558
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging wegens schizofreniespectrumstoornis en risico op ernstig nadeel

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 29 mei 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en een middelengerelateerde stoornis. De machtiging geldt voor de duur van twaalf maanden en omvat het verplicht toedienen van medicatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid, waaronder periodiek contact met het ambulant behandelteam van het FACT.

Tijdens de zitting met gesloten deuren zijn betrokkene, zijn advocaat, twee psychiaters en zijn moeder gehoord. Betrokkene stelt dat hij geen psychische stoornis meer heeft en geen medicatie nodig acht, terwijl de behandelaars en zijn moeder benadrukken dat er nog steeds een aanzienlijk risico bestaat op ontregeling en ernstig nadeel, mede door het ontbreken van ziekte-inzicht.

De rechtbank oordeelt dat zorg op vrijwillige basis niet haalbaar is omdat betrokkene zijn ziekte niet erkent en daardoor de kans groot is dat hij stopt met noodzakelijke zorg. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De toegewezen zorgmaatregelen zijn evenredig en gericht op het bevorderen van zijn maatschappelijke deelname en veiligheid.

De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af en stelt dat tegen deze beschikking cassatie openstaat. De beschikking is op 29 mei 2026 mondeling gegeven en op 12 juni 2026 schriftelijk vastgesteld.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden wegens het ontbreken van ziekte-inzicht en het risico op ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448301 / FA RK 26-2558
Datum uitspraak: 29 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende te [plaats] ,
advocaat mr. H.M.Th. de Pont uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , psychiater;
  • de moeder van betrokkene;
  • mevrouw [persoon 2] , psychiater in opleiding.

2.Wat vaststaat

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 14 juli 2026.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene merkt op dat hij momenteel één maal per drie maanden verplicht depotmedicatie krijgt toegediend. Hij is bereid om aan de toediening van medicatie ook in een vrijwillig kader consequent mee te blijven werken. Wel blijft hij van mening dat er bij hem al gedurende twee en een half jaar door natuurlijk verloop en dus niet door het medicatie gebruik geen sprake meer is van een psychische stoornis. Ook staat voor hem vast dat hij eigenlijk geen medicatie nodig heeft.
4.2.
De psychiater brengt naar voren dat het haar verrast dat betrokkene zojuist heeft aangegeven bereid te zijn om aan de medicatie vrijwillig consequent mee te blijven werken. Toch blijft zij bij haar standpunt dat in geval van vrijwilligheid er nog steeds een aanmerkelijke kans is dat betrokkene op enig moment aan de toediening van depotmedicatie niet meer zal meewerken. Daarbij weegt voor haar zwaar dat betrokkene nog altijd niet onderkent dat hij psychotische momenten heeft gekend en hij van opvatting blijft dat hij eigenlijk geen medicatie nodig heeft. Zij ziet niet de noodzaak voor het verplicht toedienen van vocht en voeding; het verrichten van medische controles; het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening en het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen.
4.3.
De moeder van betrokkene merkt op dat zij ziet dat haar zoon met de ambulante hulpverlening stappen maakt. Echter baart het haar ook zorgen dat hij geen realistisch beeld heeft van zijn stoornis, het daaraan verbonden risico op ernstig nadeel en de zorg die hij nodig heeft om ontregelmomenten in de toekomst te voorkomen. Temeer nu haar zoon na zeer lange tijd van plan is om weer te gaan werken, vreest zij voor een nieuwe terugval als het verplichte kader komt te ontbreken.
4.4.
De advocaat van betrokkene voert aan dat hij gisteren met zijn cliënt een voorgesprek heeft gehad. Daaruit bleek dat zijn cliënt een aanbod heeft gekregen om 4 dagen per week te gaan werken in het vakgebied waar hij eerder werkzaam is geweest. Bij die gelegenheid is ook besproken dat dit mogelijk voor nieuwe spanningen kan gaan zorgen en dat het om die reden wellicht verstandig is om de ambulante FACT zorg voorlopig voort te zetten. Daarom stelt hij zich op het standpunt dat de zorgmachtiging kan worden verleend, maar in duur moet worden beperkt tot een periode van maximaal 6 maanden, in afwachting van de vorderingen van zijn cliënt en het verdere verloop. Ook zal die periode door zijn cliënt kunnen worden gebruikt om een plan van aanpak tot stand te brengen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de bij het verzoek overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een schizofreniespectrum stoornis en een middelengerelateerde stoornis.
5.3.
Ook is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade.
Er is tijdens eerdere momenten van psychotische ontregeling, mogelijk geluxeerd door middelengebruik, sprake geweest van geagiteerd en verbaal en fysiek agressief gedrag naar personen, waaronder zijn moeder en zijn zus en naar materialen.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene nog steeds zorg nodig.
5.5.
Naar het oordeel van de rechtbank is zorg op basis van vrijwilligheid niet haalbaar. Betrokkene laat blijken dat in zijn visie er van een psychotisch ziektebeeld of van psychotische kwetsbaarheid geen sprake is en dat hij ook geen zorg nodig heeft en zich op zijn toekomst kan gaan richten. Zijn behandelaar ziet hierin een reëel risico dat betrokkene zijn medewerking aan de nog noodzakelijke zorg op enig moment zal beëindigen. In dat geval acht zij de kans groot dat betrokkene opnieuw ontregeld zal raken en het ernstig nadeel, als hiervóór weergegeven, zich zal herhalen.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, daaronder in dit geval te verstaan dat betrokkene periodiek contact moet blijven onderhouden met het ambulant behandelteam van het FACT.
Het verzoek zal voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen worden afgewezen omdat deze niet nodig zijn.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.8.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor de duur van twaalf maanden, zoals verzocht.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene] ,geboren op [geboortedag] 2980 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast:
  • het toedienen van medicatie;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, daaronder in dit geval te verstaan dat betrokkene periodiek contact moet blijven onderhouden met het ambulant behandelteam van het FACT.
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 mei 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier, en op schrift gesteld op 12 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.