ECLI:NL:RBZWB:2026:5718

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448059 / FA RK 26-2430
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Borm
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:1 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor verplichte zorg bij schizofreniespectrumstoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 29 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1967, die lijdt aan een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene was niet bereid gehoord te worden en de procedure vond daarom buiten zijn aanwezigheid plaats.

Betrokkene verblijft sinds 2004 in een zorgaccommodatie en is onder mentorschap geplaatst. Het toestandsbeeld vertoonde het afgelopen jaar schommelingen, met terugtrekgedrag, barricaderen van de kamer en slechte zelfzorg. Na het tijdelijk stoppen van depotmedicatie verslechterde zijn toestand, waarna medicatie werd hervat met stabilisatie.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt, waaronder verwaarlozing en gevaar voor de veiligheid, en dat verplichte zorg noodzakelijk is omdat betrokkene medicatie weigert en geen ziekte-inzicht heeft. De toegewezen zorg omvat medicatietoediening en medische handelingen. Gezien de wisselende toestand wordt de machtiging beperkt tot één jaar, waarna evaluatie plaatsvindt.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor één jaar voor verplichte zorg bij betrokkene met een schizofreniespectrumstoornis.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/448059 / FA RK 26-2430
Datum uitspraak: 29 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1967 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. M.A. Breewel-Witteveen uit Goes.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 mei 2026;
  • het gewijzigde verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 27 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van betrokkene, mr. [persoon 1] ;
  • mevrouw [persoon 2] , begeleidster;
  • mevrouw [persoon 3] , begeleidster.
1.3.
Uit artikel 6:1 Wvggz Pro volgt dat de rechter betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor het verlenen van een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat betrokkene niet in staat is of niet bereid is zich te doen horen. De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was om gehoord te worden. Hij weet van de zitting en het belang ervan, maar ziet af van zijn recht om gehoord te worden. Betrokkene heeft aangegeven niet bij de zitting aanwezig te willen zijn. De rechtbank heeft hierop besloten de procedure voort te zetten, buiten de aanwezigheid van betrokkene.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 20 juni 2026. Betrokkene verblijft met deze machtiging in een [accommodatie] te [plaats] .
2.2.
Voor betrokkene is een mentorschap ingesteld.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank in het gewijzigde verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 27 mei 2026, een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van 2 jaar.

4.De standpunten

4.1.
De begeleidster, mevrouw [persoon 2] , geeft tijdens de zitting aan dat geprobeerd is te stoppen met de depotmedicatie. Dit ging goed voor de periode van 2 maanden, waarna het toestandsbeeld van betrokkene verslechterde. Tijdens de verslechtering van het toestandsbeeld was er bij betrokkene sprake van terugtrekken in zijn kamer en het barricaderen van de deur van de kamer. Ook was er sprake van slechte zelfzorg. Hierop is besloten de depotmedicatie weer op te starten waarna het toestandsbeeld weer verbeterde. Wegens een administratieve fout is het depot een keer niet toegediend. Op dit moment is het toestandsbeeld stabiel. Betrokkene praat echter niet met zijn begeleiders. De begeleidster verzoekt de zorgmachtiging toe te wijzen voor de periode van 2 jaar nu de aanloop naar een zitting erg belastend is voor betrokkene.
4.2.
De begeleidster, mevrouw [persoon 3] , sluit zich aan bij mevrouw [persoon 2] . Het is lastig om in contact te komen met betrokkene, maar hij geeft het aan als hij iets nodig heeft.
4.3.
De advocaat bepleit namens betrokkene primair afwijzing van het verzoek. Betrokkene vindt dat hij prima functioneert zonder de medicatie en hij wenst terug naar huis te keren. Subsidiair bepleit de advocaat, bij toewijzing van het verzoek, de zorgmachtiging te beperken tot een periode van een jaar opdat daarna bekeken kan worden of de situatie stabiel is. De advocaat betwijfelt namelijk of op dit moment gesproken kan worden van een stabiele situatie omdat er het afgelopen jaar schommelingen in het toestandsbeeld van betrokkene waren.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van een jaar. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat bij betrokkene sprake is van een chronisch paranoïde psychose. Betrokkene is opgenomen sinds 2004 waarbij sprake was van een psychotisch toestand beeld met agressie naar familieleden. Aanvankelijk is betrokkene op vrijwillige basis opgenomen maar vanwege agressie naar personeel is een dwangbehandeling aangevraagd. Na toediening van dwangmedicatie stabiliseerde het beeld. Afgelopen jaar is geprobeerd de depotmedicatie af te bouwen, maar dit ging niet goed. Betrokkene vertoonde bizar gedrag. Hij isoleerde zichzelf, trok zich terug op zijn kamer, barricadeerde de deur en ging op de vloer voor de deur liggen. Ook is er het afgelopen jaar per ongeluk een onderbreking in de toediening van het depot geweest. Het beeld van betrokkene is achteruitgegaan in de zin van mutisme.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene de voor hem noodzakelijke antipsychotica weigert. Verder onttrekt hij zich aan elke vorm van onderzoek en diagnostiek. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef en ziekte-inzicht. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Evenals de advocaat ziet de rechtbank redenen om de duur van de zorgmachtiging te beperken, om zo te bezien of de inname van medicatie leidt tot een stabiele situatie. Er zijn het afgelopen jaar door verschillende oorzaken schommelingen geweest in het toestandsbeeld van betrokkene en er kan op dit moment dus niet gesproken worden van een stabiel toestandsbeeld. De rechtbank zal de zorgmachtiging dan ook verlenen voor de duur van een jaar.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1967 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
29 mei 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van mr. De Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 12 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.