ECLI:NL:RBZWB:2026:5719

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448593 / FA RK 26-2708
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel bij bipolaire stoornis en middelengebruik

Betrokkene, een vrouw met een bipolaire stoornis en een stoornis in middelengebruik, verblijft sinds kort in Nederland zonder vaste woon- of verblijfplaats. Zij is opgenomen in een GGZ-instelling in manisch psychotische toestand. De officier van justitie verzoekt om voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken.

Tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene niet bereid is de noodzakelijke zorg te accepteren en zich verzet tegen opname en controle. De psychiater en verpleegkundige bevestigen de ernst van de situatie, waarbij sprake is van levensgevaar, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid van betrokkene en anderen.

De rechtbank oordeelt dat de crisismaatregel noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De machtiging wordt verleend voor drie weken, met verplichte zorgvormen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking, onderzoek aan kleding of lichaam en opname in een accommodatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met verplichte zorgvormen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448593 / FA RK 26-2708
Datum uitspraak: 29 mei 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1986,
hierna te noemen betrokkene,
zonder vaste woon- of verblijfplaats, verblijvende te [plaats 1] , [accommodatie] ,
advocaat mr. F.M.M.M. Vogels uit Amsterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 28 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat en een tolk in de Poolse taal;
  • de heer [persoon 1] , psychiater;
  • de heer [persoon 2] , afdelingsverpleegkundige.

2.Wat vaststaat

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van de gemeente Breda heeft de crisismaatregel op 27 mei 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1
Betrokkene merkt op ongeduldige en nerveuze toon op dat zij niet langer in de GGZ instelling opgenomen wil blijven. Ook heeft zij geen (verplichte) zorg nodig en wil zij niet dat er controle op haar doen en laten wordt uitgeoefend. Zij wacht op haar vriend, die haar mee terug zal nemen naar Polen.
4.2
De psychiater brengt naar voren dat bij betrokkene in Polen een bipolaire stoornis is gediagnostiseerd. Betrokkene heeft daarvoor in Polen medicatie voorgeschreven gekregen. Betrokkene is op 27 mei 2026 in manisch psychotische toestand opgenomen. Er was op dat moment geen gesprek met betrokkene mogelijk. Ook werd vastgesteld dat zij weinig of niet had gegeten en gedronken en rook zij naar urine. Duidelijk is geworden dat er bij betrokkene van een combinatie van problemen sprake is en dat met name middelengebruik de laatste tijd op de voorgrond staat. Daarover heeft betrokkene zelf aangegeven dat zij in Polen uitsluitend cannabis gebruikte, dat zij circa 3 maanden in Nederland verblijft en dat zij sindsdien ook andere middelen gebruikt. Urinecontroles hebben uitgewezen dat dit inderdaad het geval is. Verder is gebleken dat betrokkene de haar voorgeschreven medicatie voor haar bipolaire stoornis niet gebruikt, omdat zij daar in Nederland niet over beschikt.
De toestand van betrokkene is vergeleken met het opname moment enigszins verbeterd omdat zij nu geen middelen kan gebruiken. Betrokkene heeft in Nederland geen vaste woon- of verblijfplaats, geen inkomen en geen concrete plannen voor de toekomst. Het is lastig om contact te leggen met familie van betrokkene. Betrokkene zegt dat een vriend haar komt ophalen om naar Polen terug te gaan. Nog nader moet worden onderzocht of dit een reële optie is. Betrokkene krijgt momenteel de anti-psychotische medicatie toegediend, die haar in Polen is voorgeschreven. Zij wilde eerst niet andere rustgevende medicatie nemen, maar doet dat nu wel. Voortzetting van de crisismaatregel acht hij ter voorkoming van ernstig nadeel noodzakelijk. Het psychotische toestandsbeeld is nog onvoldoende opgeklaard. Betrokkene vertoont nog steeds druk en labiel gedrag, wat het nodige vraagt aan begeleiding en bescherming om de veiligheid van betrokkene en die van anderen te kunnen waarborgen. Er is geen noodzaak voor het verplicht toedienen van vocht en voeding, insluiten, uitoefenen van toezicht op betrokkene en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
4.3
De afdelingsverpleegkundige sluit zich aan bij dat wat door de psychiater naar voren is gebracht.
4.4
De advocaat van betrokkene voert aan dat zij voor wat betreft de formeel-juridische vereisten van het verzoek betreft geen opmerkingen heeft. In het voorgesprek met haar heeft betrokkene aangegeven dat zij betwist dat er bij haar op dit moment sprake is van een psychische stoornis. Er is bij haar wel een bipolaire stoornis gediagnostiseerd, maar onder meer door medicatiegebruik heeft zij die stoornis al langere tijd onder controle. Betrokkene erkent wel dat er bij haar van een middelenverslaving sprake is. Deze middelenverslaving is echter op zichzelf geen reden om de opname nog langer te laten voortduren. Betrokkene woont in [plaats 2] (Polen). Betrokkene is van mening dat, als zij een recept voorgeschreven krijgt voor medicatie voor haar bipolaire stoornis en haar vriend naar Nederland komt om haar op te halen, zij het verder zelf prima kan redden. De advocaat stelt zich primair op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen. Als de rechtbank anders beslist verzoekt zij subsidiair afwijzing van het toedienen van vocht en voeding, onderzoek aan kleding of lichaam en de zorgvormen die zien op opname.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot voortzetting crisismaatregel. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
Er is sprake van het vermoeden dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een bipolaire stoornis en een stoornis in middelengebruik.
5.4.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene vanuit Polen naar Nederland is gekomen en dat zij gedurende circa 3 maanden in Nederland verblijft. Zij heeft in Nederland geen vaste woon- of verblijfplaats en ook geen familie of ander sociaal netwerk. In de periode voorafgaand aan de crisisopname zijn er meerdere politiemeldingen geweest in verband met door betrokkene veroorzaakt overlast. Betrokkene is in manisch psychotische toestand opgenomen. Zij was op dat moment niet aanspreekbaar, zij had niet of nauwelijks gegeten of gedronken en zij rook naar urine. Ook had zij vermoedelijk verschillende middelen gebruikt. Verder is duidelijk geworden dat betrokkene de haar in Polen voorgeschreven medicatie in verband met haar bipolaire stoornis sinds haar verblijf in Nederland niet had gebruikt, omdat zij daarover hier niet beschikt. Sinds de crisisopname blijkt door medicatiegebruik en bij gebrek aan mogelijkheden om middelen te gebruiken de toestand van betrokkene enigszins verbeterd, maar nog niet voldoende opgeklaard.
5.5.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- het opnemen in een accommodatie.
Het verzoek zal, voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, worden afgewezen omdat deze niet nodig zijn.
5.6.
Betrokkene zegt dat zij zichzelf met hulp van haar vriend en zodra zij een recept krijgt om haar medicatie te kunnen blijven gebruiken, weer voldoende buiten de instelling zal kunnen redden. Daaruit leidt de rechtbank af dat betrokkene onvoldoende gemotiveerd is om de nog noodzakelijk geachte zorg te accepteren en daaraan mee te werken en dat zij zich daartegen verzet.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en diens omgeving.
5.8.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een machtiging tot voortzetting crisismaatregel verlenen voor de duur van 3 weken, zoals verzocht.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene] ,geboren op [geboortedag] 1986, wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.5. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 juni 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier, en op schrift gesteld op 12 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.