ECLI:NL:RBZWB:2026:5723

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448152 / FA RK 26-2473
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Borm
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor betrokkene met katatoon psychotisch toestandsbeeld en ASS

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 29 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1998, die verblijft in een gespecialiseerde accommodatie. Betrokkene heeft een katatoon mutistisch psychotisch toestandsbeeld met onderliggende ASS en ADHD, en vertoont ernstig nadeel zoals levensgevaar en verwaarlozing.

Tijdens de zitting gaf betrokkene aan geen zorgmachtiging nodig te hebben en wilde zij terug naar huis, terwijl de behandelaar en ouders het belang van voortgezette zorg benadrukten. De behandelaar lichtte toe dat betrokkene recent een terugval had met onvoldoende vocht- en voedinginname en dat medicatie geleidelijk moet worden afgebouwd voordat terugkeer mogelijk is.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene onvoldoende ziekte-inzicht heeft en dat vrijwillige zorg niet mogelijk is. De kans op terugval bij thuiskomst is groot, met ernstige gevolgen. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk voor zes maanden. De toegewezen zorg omvat onder meer medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie.

De rechtbank concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de toegewezen zorg evenredig en effectief is. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, met de mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden vanwege ernstig nadeel en gebrek aan ziekte-inzicht bij betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/448152 / FA RK 26-2473
Datum uitspraak: 29 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvend in een [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Yeral;
- mevrouw [persoon 1] , psychiater, behandelaar;
- mevrouw [persoon 2] , coassistent;
  • [persoon 3] , verpleegkundige;
  • de ouders van betrokkene.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 15 mei 2026. Betrokkene verblijft op grond van de nawerking van deze machtiging in een [accommodatie] te [plaats 2] .

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene vertelt tijdens de zitting dat zij haar verblijf op de huidige afdeling ‘wel oké’ vindt. Betrokkene vindt dat zij geen zorgmachtiging nodig heeft nu zij goed is in de samenwerking en een stabiele thuissituatie heeft. Zij wil dan ook zo snel mogelijk naar huis.
4.2.
De behandelaar licht tijdens de zitting toe dat bij betrokkene sprake was van een ernstig katatoon mutistisch toestandsbeeld. Betrokkene heeft een hoge dosering medicatie via een sonde toegediend gekregen waarna zij herstelde. De bedoeling was dan ook dat betrokkene afgelopen week terug naar huis zou keren met Intensive Home Treatment. Betrokkene heeft vorige week echter een terugval gekregen. Er was toen nauwelijks sprake van een vocht- en voedinginname en de medicatie moest opgehoogd worden. Ook was betrokkene toen niet goed in de samenwerking. Hierop is besloten dat betrokkene niet terug naar huis kon keren. Op dit moment gaat het beter met betrokkene. Betrokkene is goed in de samenwerking maar er is nog sprake van een onstabiele balans. Verder is bij betrokkene sprake van een beperkt ziektebesef en -inzicht. Volgens de behandelaar dient de medicatie geleidelijk afgebouwd te worden alvorens betrokkene terug naar huis kan keren. De behandelaar verwacht dat dit ongeveer vier weken zal duren. De behandelaar acht een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden noodzakelijk nu de terugkeer naar huis veel spanningen zal opleveren. De kans bestaat dat het katatoon toestandsbeeld toeneemt bij te veel spanningen.
4.3.
De moeder van betrokkene vertelt tijdens de zitting dat zij afgelopen zondagmiddag bij betrokkene op bezoek is geweest. Betrokkene was op dat moment niet aanspreekbaar. De afgelopen dagen gaat het weer beter met betrokkene. Betrokkene is welkom thuis, mits zij voldoende stabiel is.
4.4.
De vader van betrokkene vindt het belangrijk dat betrokkene, in verband met haar ASS, duidelijkheid krijgt over het verloop van haar behandeling.
4.5.
De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek nu er op dit moment geen sprake is van verzet. Betrokkene is namelijk goed in de samenwerking. Subsidiair bepleit de advocaat, bij toewijzing van het verzoek, de zorgmachtiging toe te wijzen voor de duur van twee maanden. Volgens de behandelaar zal de afbouw van de medicatie namelijk ongeveer vier weken duren.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen). Bij betrokkene is sprake van een katatoon pyschotisch toestandsbeeld met onderliggend ASS en ADHD.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene tijdens een ontregeling stopt met eten en drinken en niet meer in staat is tot basale zelfzorg. Zo blijkt uit de overgelegde stukken dat betrokkene afgelopen periode gedurende ongeveer twee weken in het ziekenhuis via sonde vocht, voeding en medicatie toegediend kreeg. Verder is betrokkene tijdens een ontregeling steeds minder hanteerbaar wat zorg voor overbelasting van haar omgeving en verlies van een veilige woonplek.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het ontbreekt betrokkene aan voldoende ziekte-inzicht. Betrokkene begrijpt de noodzaak van een voortgezette behandeling onvoldoende en zij wil terugkeren naar haar oude leven. Betrokkene vindt psychiatrische zorg niet noodzakelijk. Het is te voorzien dat betrokkene in de thuissituatie snel zal stoppen met het innemen van medicatie waardoor een reële kans bestaat op een terugval. De gevolgen daarvan zijn ernstig. Daarom is verplichte zorg nodig voor de duur zoals verzocht en niet korter.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
29 november 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van mr. De Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 12 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.