ECLI:NL:RBZWB:2026:5725

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
02-344781-25
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 313 SvArt. 350c SrArt. 350d SrArt. 416 lid 1 SrArt. 417 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor gewoonteheling van gestolen auto-onderdelen en bezit van jammers

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 1 juli 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die zich schuldig heeft gemaakt aan heling van (auto-)onderdelen van meerdere gestolen personenauto's en het voorhanden hebben van twee jammers zonder vergunning. De feiten betreffen onder meer het aantreffen van een volledig gedemonteerde gestolen Volkswagen Golf en meerdere andere gestolen auto-onderdelen in de loods van verdachte, die een garagebedrijf exploiteerde.

De rechtbank oordeelde dat verdachte wist of had moeten vermoeden dat de goederen van misdrijf afkomstig waren, mede gelet op de omvang van de helingsactiviteiten, het ontbreken van een gedegen administratie en de aanwezigheid van jammers die GPS- en telecommunicatiesignalen verstoorden. Verdachte werd vrijgesproken van het aanleggen en gebruik van de jammers vanwege een onvolledige tenlastelegging, maar veroordeeld voor het voorhanden hebben ervan.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 18 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, lager dan de eis van 24 maanden. De strafverzwarende omstandigheden waren de professionele wijze van handelen, de omvang van de heling en het gebruik van jammers. Daarnaast werden inbeslaggenomen goederen verbeurd verklaard. De griffier kon het vonnis niet medeondertekenen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor gewoonteheling van gestolen auto-onderdelen en het voorhanden hebben van jammers.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-344781-25
vonnis van de meervoudige kamer van 1 juli 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1993 in [plaats]
wonende in [woonadres]
thans preventief gedetineerd in de penitentiaire inrichting in [locatie]
raadsman mr. G.J. Woodrow, advocaat te Tilburg

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 juni 2026, waarbij de officier
van justitie, mr. S.A.A.P. van Hees, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is overeenkomstig artikel 313 van Pro het Wetboek van Strafvordering gewijzigd en als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
op 21 juli 2025 zich schuldig heeft gemaakt aan heling van (auto-)onderdelen van acht verschillende gestolen personenauto’s, een gestolen Volkswagen Golf met bijbehorende gestripte onderdelen en een dashboard van een gestolen Volkswagen Polo;
op 16 december 2025 zich schuldig heeft gemaakt aan heling van een stuurwiel
en een versnellingspook van een gestolen Volkswagen Golf R;
3. op 21 juli 2025 twee jammers heeft aangelegd, gebruikt en/of voorhanden heeft gehad;
4. op 21 juli 2025 twee jammers voorhanden heeft gehad.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
Feiten 1 tot en met 4
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten.
4.2
Het standpunt van de verdediging
Feit 1
De verdediging bepleit vrijspraak van het feit. Niet kan worden bewezen dat verdachte ten tijde van de verwerving of het voorhanden hebben van de in de tenlastelegging genoemde goederen wist of had moeten vermoeden dat deze van misdrijf afkomstig waren.
Feit 2
De verdediging betoogt dat niet kan worden bewezen dat verdachte op 16 december 2025 wist of had moeten vermoeden dat het stuurwiel en de versnellingspook van misdrijf afkomstig waren. Hoewel zij hieraan geen rechtsgevolg heeft verbonden, begrijpt de rechtbank dat zij hiervan vrijspraak bepleit.
Feit 3
De verdediging betoogt dat niet kan worden bewezen dat verdachte de jammers op 21 juni 2025 heeft aangelegd en/of heeft gebruikt. Hoewel zij hieraan geen rechtsgevolg heeft verbonden, begrijpt de rechtbank dat zij hiervan partieel vrijspraak bepleit.
Voor wat betreft het voorhanden hebben van de jammers refereert, zo begrijpt de rechtbank, de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
Feit 4
De verdediging refereert zich ten aanzien van de bewezenverklaring van het feit aan het oordeel van de rechtbank.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt de volgende feiten vast
Sinds 14 maart 2019 exploiteerde verdachte een eenmanszaak onder de naam [eenmanszaak] , die zich onder meer bezighield met de handel in en reparatie van personenauto’s. Het garagebedrijf was gevestigd in een loods aan [adres] . Deze loods was van de vader van verdachte en verdachte huurde de loods van zijn vader.
Op 21 juli 2025 werd in genoemde loods onder meer een blauwe Volkswagen Golf aangetroffen die volledig was gedemonteerd. Op deze personenauto zat het Spaanse [kenteken 1] met daaronder het Nederlandse [kenteken 2] . Uit onderzoek is gebleken dat de Volkswagen Golf op 21 juli 2025 rond 03:00 uur was gestolen. Op camerabeelden van die nacht is te zien dat de Volkswagen Golf met het Spaanse kenteken en een Audi A2 met [kenteken 3] , die op naam van verdachte bleek te staan, binnen zeer korte tijd na elkaar naar de loods aan [adres] reden. De Volkswagen rond 03:11 uur en de Audi rond 03:09 uur.
Uit onderzoek door de RDW is voorts gebleken dat bij deze gestolen blauwe Volkswagen Golf losse onderdelen zijn aangetroffen van vijf andere gestolen personenauto’s, waaronder twee van de hieronder genoemde personenauto’s.
Uit onderzoek door de RDW is daarnaast gebleken dat er zich in de loods ook nog zeven andere personenauto’s bevonden die waren voorzien van meerdere (auto-)onderdelen van verschillende gestolen personenauto’s. Het gaat om de volgende gestolen personenauto’s:
  • een zwarte Audi A6, die op 24 februari 2023 als gestolen is opgegeven;
  • een witte Volkswagen Golf, die op 25 maart 2025 als gestolen is opgegeven;
  • een grijze Volkswagen Tiguan, die op 5 maart 2025 als gestolen is opgegeven;
  • een grijze Mercedes CLA45, die op 22 december 2024 als gestolen is opgegeven;
  • een witte Volkswagen Tiguan, die op 20 juni 2025 als gestolen is opgegeven;
  • een grijze Volkswagen Tiguan, die op 9 juli 2025 als gestolen is opgegeven;
  • een witte Volkswagen Tiguan, die op 30 juni 2025 als gestolen is opgegeven;
  • een witte Mercedes-Benz E200, die op 20 mei 2025 als gestolen is opgegeven.
Ook werden er in de loods twee jammers aangetroffen. De jammers zijn onderzocht en uit dat onderzoek is het volgende gebleken. De kleine jammer met zes antennes stond uit en de grote jammer met zestien antennes was in werking en stond tussen de blauwe Volkswagen Golf die volledig was gedemonteerd en een zwarte Renault. Beide jammers, waarvoor geen vergunning was verleend, waren gebouwd en ontworpen teneinde doelgericht frequenties te verstoren en gaven onder meer verstoringen in telecommunicatie. De grote jammer gaf ook verstoringen in GPS-signalen.
Verder is gebleken dat een maand voor de doorzoeking in de loods, te weten op 24 juni 2025, een Volkswagen Golf met [kenteken 4] ter keuring was aangeboden, die als gestolen stond geregistreerd in België. Deze personenauto stond al op naam van verdachte geregistreerd en verdachte was ook degene die deze auto voor de keuring heeft gebracht.
Uit onderzoek door de RDW is gebleken dat deze auto meerdere (auto-)onderdelen bevat van een personenauto waarvoor het [kenteken 5] is afgegeven. Een maand eerder, te weten op 7 mei 2025, was deze auto door de eigenaar als gestolen opgegeven. Bij de auto behoorde ook het stuurwiel dat verdachte op Marktplaats te koop heeft aangeboden en op
16 december 2025 aan de eigenaar probeerde te verkopen. Ook had verdachte die dag de versnellingspook bij zich die bij diezelfde auto hoorde.
Het oordeel van de rechtbank:
Feit 1
Vast staat dus dat in de loods waarin verdachte al jarenlang zijn autogarage exploiteerde, onder meer zeven personenauto’s zijn aangetroffen die zijn hersteld met meerdere (auto-) onderdelen van in totaal acht verschillende andere personenauto’s die nagenoeg allemaal binnen een halfjaar zijn gestolen. Eveneens staat vast dat in de loods een volledig gestripte blauwe Volkswagen Golf is aangetroffen, waarvan op camerabeelden is te zien dat deze die nacht de loods werd ingereden en vlak daarvoor was gestolen.
De vraag die moet worden beantwoord is of kan worden bewezen dat verdachte ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van de goederen wist of had moeten vermoeden dat het om gestolen goederen ging.
Verdachte heeft ontkend dat hij die bewuste nacht de bestuurder was van zijn Audi A2, die nagenoeg gelijktijdig met de gestolen blauwe Volkswagen Golf naar zijn loods in [plaats] reed. Verdachte heeft verklaard dat hij er niets mee te maken heeft en dat meerdere mensen toegang hadden tot zijn loods. De sleutels van zijn Audi A2 lagen volgens hem op de zaak.
Nu de verklaring van verdachte op geen enkele wijze concreet is gemaakt en dus ook niet is te controleren, schuift de rechtbank, gelet op de gegeven omstandigheden, de verklaring als ongeloofwaardig terzijde. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte degene is geweest die in die nacht in de Audi A2 reed en dus ook aanwezig was in de loods.
Hiermee staat voor de rechtbank ook vast dat verdachte ten tijde van de verwerving en het voorhanden hebben van deze Volkswagen Golf wist dat deze van diefstal afkomstig was.
Naar het oordeel van de rechtbank is het binnen de autobranche ook een feit van algemene bekendheid dat het omkatten van auto’s in relatie staat tot de criminele activiteit waarbij aan gestolen auto’s een andere identiteit wordt gegeven. Nu verdachte al jarenlang een garage- bedrijf exploiteerde, had ook hij hiervan op de hoogte moeten zijn.
Verdachte hield verder ook niet, zoals in geval van een fatsoenlijke en bonafide bedrijfs- voering mag worden verwacht, een gedegen administratie bij, zodat niet eenvoudig is te herleiden hoe het bedrijf van verdachte aan de aangetroffen (auto-)onderdelen is gekomen. Verdachte heeft ook verklaard dat veel (auto-)onderdelen contant werden betaald.
Verdachte heeft ten aanzien van de zeven personenauto’s, waarin meerdere onderdelen van verschillende gestolen auto’s zijn aangetroffen, verklaard dat hij deze heeft laten herstellen door verschillende schadeherstelbedrijven. Gelet op de grote hoeveelheid aan onderdelen die van gestolen auto’s afkomstig bleken te zijn en de korte tijd waarin deze gestolen zijn, acht de rechtbank deze verklaring onaannemelijk. Met name ook doordat dit zou betekenen dat meerdere schadeherstelbedrijven, die verdachte overigens niet heeft willen noemen, in korte tijd gebruik zouden hebben gemaakt van gestolen onderdelen.
Bij gebrek aan een aannemelijke verklaring, onderbouwd door een gedegen boekhouding, gaat de rechtbank ervan uit dat de (auto-)onderdelen in het garagebedrijf van verdachte van de oorspronkelijk gestolen personenauto’s zijn afgehaald en dat verdachte telkens wist dat deze onderdelen uit misdrijf afkomstig waren.
De rechtbank wordt hierbij in haar overtuiging gesterkt door aanwezigheid van een jammer, waarmee GPS-signalen werden verstoord. Deze was in werking en stond bovendien naast de blauwe Volkswagen Golf die in die nacht was gestolen en direct was gedemonteerd, waarbij ook nog eens onderdelen zijn aangetroffen van meerdere gestolen auto’s.
Gelet op het aantal betrokken auto’s, de grote hoeveelheid gestolen goederen, en de aangetroffen jammers acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte van het plegen van opzetheling een gewoonte heeft gemaakt.
Feit 2
Ook staat vast dat verdachte op 16 december 2025 een stuurwiel en versnellingspook in zijn bezit heeft gehad die van diefstal afkomstig waren.
De vraag die moet worden beantwoord is of kan worden bewezen dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen hiervan wist of had moeten vermoeden dat het om gestolen goederen ging.
Verdachte heeft dit ontkend en verklaard dat deze goederen ten tijde van de doorzoeking op 21 juli 2025 door de politie zijn achtergelaten en hij daarom in de veronderstelling was dat deze niet van misdrijf afkomstig waren.
Gelet op alle belastende omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, en al hetgeen onder feit 1 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat hij wist dat deze goederen ook van diefstal afkomstig waren.
Derhalve acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling.
Feiten 3 en 4
Op grond van artikel 350d, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is het verboden om, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 350a, eerste lid, of 350c wordt gepleegd een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf, voorhanden te hebben.
Op grond van artikel 10.15, eerste lid, van de Telecommunicatiewet (Tw) is het aanleggen, het geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben, of het gebruik van radioapparaten slechts toegestaan indien voor het gebruik ervan aan de houder van die radioapparaten op grond van hoofdstuk 3 een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte is verleend.
Feit 4
De rechtbank constateert dat de tenlastelegging onder feit 4 is toegesneden op artikel 350d, aanhef en onder a, Sr. Verdachte heeft bekend dat de twee aangetroffen jammers van hem waren. De rechtbank is van oordeel dat de jammers - die naar hun aard geen andere bestemming kennen dan het verstoren van onder meer telecommunicatie en/of GPS-signalen - in het criminele circuit worden gebruikt om ontdekking van criminele activiteiten te bemoeilijken. Hoewel dit niets afdoet aan de strafbaarheid ervan, acht de rechtbank het onder de gegeven omstandigheden volstrekt onaannemelijk dat verdachte niet wist waarvoor deze bedoeld waren. De rechtbank acht feit 4 dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Feit 3
De rechtbank constateert dat de tenlastelegging onder feit 3 óók is toegesneden op artikel 350d, aanhef en onder a, Sr, maar dat die aanvullend bestanddelen bevat van artikel 10.15, eerste lid, Tw (‘
heeft aangelegd, geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad en/of heeft gebruikt’). De officier van justitie heeft tijdens de zitting desgevraagd toegelicht dat het haar bedoeling is om onder feit 3 het gebruik van de jammers ten laste te leggen (de rechtbank begrijpt: artikel 10.15, eerste lid, Tw), en onder feit 4 het voorhanden hebben ervan (de rechtbank begrijpt: artikel 350d, aanhef en onder a, Sr). In weerwil van de bedoeling van de officier van justitie, bevat feit 3 echter niet alle essentiële bestanddelen van artikel 10.15, eerste lid, Tw. Als de rechtbank deze bestanddelen in de tenlastelegging zou inlezen, en de overige bestanddelen van de tenlastelegging zou weglaten, zou de rechtbank de grondslag van de tenlastelegging verlaten. Dit mag de rechtbank niet doen.
Dit betekent dat verdachte zal worden vrijgesproken van het aanleggen, aangelegd aanwezig hebben en gebruik van de jammers, omdat die termen niet kunnen worden gebezigd in dezelfde betekenis als toekomt aan de dienovereenkomstige uitdrukkingen in artikel 10.15, eerste lid, Tw. Voor het overige zal feit 3 wettig en overtuigend bewezen worden verklaard, onder verwijzing naar de overweging onder feit 4. Hieraan zullen bij de kwalificatie gevolgen worden verbonden.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
1.
op 21 juli 2025 te [plaats]
- meerdere (auto-)onderdelen, horende bij een zwarte Audi A6, welke op 24 februari 2023 als gestolen was opgegeven ( [aangever 1] ), en
- meerdere (auto-)onderdelen, horende bij een witte Volkswagen Golf, welke op 25 maart 2025 als gestolen was opgegeven ( [aangever 2] ), en
- meerdere (auto-)onderdelen, horende bij een Volkswagen Tiguan, welke op 5 maart 2025 als gestolen was opgegeven ( [aangever 3] ), en
- meerdere (auto-)onderdelen, horende bij een Mercedes CLA45, welke op 22 december 2024 als gestolen was opgegeven ( [aangever 4] ), en
- meerdere (auto-)onderdelen, horende bij een witte Volkswagen Tiguan, welke op 20 juni 2025 als gestolen was opgegeven ( [aangever 5] ), en
- meerdere (auto-)onderdelen, horende bij een grijze Volkswagen Tiguan, welke op 9 juli 2025 als gestolen was opgegeven ( [aangever 6] ), en
- meerdere (auto-)onderdelen, horende bij een witte Volkswagen Tiguan, welke op 30 juni 2025 als gestolen was opgegeven ( [aangever 7] ), en
- een Volkswagen Golf (met bijbehorende gestripte onderdelen), welke op 21 juli 2025 als gestolen was opgegeven ( [aangever 8] ), en
- een dashboard, horende bij een grijze Volkswagen Polo, welke op 21 juni 2024 als gestolen was opgegeven ( [aangever 9] ), en
- meerdere (auto-)onderdelen, horende bij een witte Mercedez-Benz E200, welke op 20 mei 2025 als gestolen was opgegeven,
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het door misdrijf verkregen goederen betroffen, van welk misdrijf hij, verdachte een gewoonte heeft gemaakt;
2.
op 16 december 2025 te [plaats] , een stuurwiel en een versnellingspook, horend bij een grijze Volkswagen Golf R, welke op 8 mei 2025 als gestolen was opgegeven ( [aangever 10] ), voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
3.
op 21 juli 2025 te [plaats] met het oogmerk daarmee opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk of door middel van telecommunicatie zijn opgeslagen en/of worden verwerkt en/of overgedragen te veranderen, te wissen, onbruikbaar en/of ontoegankelijk te maken, en/of met het oogmerk daarmee opzettelijk enig geautomatiseerd werk of enig werk voor telecommunicatie te vernielen, te beschadigen of onbruikbaar te maken, een stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk te veroorzaken, of een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel te verijdelen, twee jammers die hoofdzakelijk geschikt zijn gemaakt en/of ontworpen tot het plegen van een zodanig bovenomschreven misdrijfvoorhanden heeft gehad;
4.
op 21 juli 2025 te [plaats] met het oogmerk daarmee opzettelijk en wederrechtelijk enig geautomatiseerd werk of enig werk voor telecommunicatie te vernielen, te beschadigen of onbruikbaar te maken, een stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk te veroorzaken, of een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel te verijdelen, twee jammers, die hoofdzakelijk geschikt zijn gemaakt en/of ontworpen tot het plegen van een zodanig bovenomschreven misdrijf, voorhanden heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
6.2
Het standpunt van de verdediging
Indien de rechtbank tot een veroordeling van verdachte komt, bepleit de verdediging bij de op te leggen straf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich onder meer schuldig gemaakt aan gewoonteheling. In het door hem geëxploiteerde garagebedrijf zijn zeven personenauto’s aangetroffen, waarin een grote hoeveelheid (auto-)onderdelen van gestolen personenauto’s verwerkt waren. In totaal gaat het om acht verschillende gestolen personenauto’s. Ook bevond zich in zijn bedrijf een gestolen personenauto die volledig was gedemonteerd en een dashboard van een gestolen personenauto. Verder heeft hij zich schuldig gemaakt aan opzetheling van een stuurwiel en versnellingspook van een gestolen personenauto.
Uit de omvang en de aard van de aangetroffen goederen leidt de rechtbank af dat er geen sprake was van een incidenteel geval, maar van een structurele handelwijze, gericht op het voorhanden hebben en het verwerken van goederen afkomstig van misdrijf.
Heling vormt een onmiskenbare schakel in de keten van vermogenscriminaliteit. Door het handelen van verdachte wordt een afzetmarkt gecreëerd die diefstallen van voertuigen en onderdelen daarvan in stand houdt. Hierdoor wordt forse financiële schade veroorzaakt aan de rechtmatige eigenaren en verzekeraars, terwijl ook gevoelens van onveiligheid in de samenleving worden versterkt.
De rechtbank rekent het verdachte daarbij aan dat de feiten zijn gepleegd vanuit een garagebedrijf. Van een ondernemer die werkzaam is in de autobranche mag immers worden verwacht dat hij zich houdt aan de geldende wet- en regelgeving en zorgvuldig omgaat met de herkomst van voertuigen en (auto-)onderdelen. Verdachte heeft het vertrouwen dat in een dergelijk professionele positie mag worden gesteld geschonden.
Daarnaast zijn in het garagebedrijf twee zogenoemde jammers aangetroffen. Eén van deze apparaten stond ingeschakeld tussen twee voertuigen. Uit de omstandigheden waaronder deze jammer is aangetroffen leidt de rechtbank af dat deze bedoeld was om GPS-signalen
en andere communicatiesignalen te verstoren. Daarmee werd het voor de rechthebbenden bemoeilijkt om de personenauto’s te lokaliseren en te traceren. De rechtbank ziet in het voorhanden hebben van de jammers een omstandigheid die de ernst van de feiten verder vergroot. Dit getuigt immers van een doelgerichte en professionele voorbereiding dat er op was gericht om opsporing te voorkomen.
Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 29 mei 2026. Uit het strafblad blijkt weliswaar dat hij eerder is veroordeeld voor opzetheling van auto’s, maar nu dit langer is geleden, zal dit niet in strafverzwarende zin worden meegewogen.
Wel zal de rechtbank de omvang van de helingsactiviteiten en de aanwezigheid van twee jammers in strafverzwarende in meewegen. Deze omstandigheden wijzen immers op een professionele wijze waarop verdachte te werk is gegaan. Daarnaast weegt de rechtbank als strafverzwarend mee dat verdachte door de politie meerdere keren is aangesproken op de aanwezigheid van gestolen goederen (op 24 juni 2025 en 21 juli 2025), maar zich daar kennelijk niets van heeft aangetrokken. Hij is daarna immers aangehouden nadat hij een gestolen stuurwiel via Marktplaats probeerde te verkopen.
Alles afwegende zal de rechtbank, in afwijking van de eis, aan verdachte opleggen een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank komt tot deze lagere straf dan geëist, omdat de feiten 3 en 4 identiek zijn aan elkaar en daarom niet bijdragen aan een hogere straf.

7.Het beslag

De volgende in beslag genomen voorwerpen worden verbeurd verklaard, nu deze hiervoor vatbaar zijn, aangezien wezenlijke onderdelen van deze personenauto’s zijn gestolen en het onder 1 bewezen verklaarde feit met betrekking tot deze voorwerpen is begaan:
  • een Audi met goednummer PL2000-2025191625-G2888229;
  • een Volkswagen met goednummer PL2000-2025191625-G2888235;
  • een Mercedes met goednummer PL2000-2025191625-G2888240;
  • een Volkswagen met goednummer PL2000-2025191625-G2888243;
  • een Volkswagen met goednummer PL2000-2025191625-G2888291;
  • een Volkswagen met goednummer PL2000-2025191625-G2888302;
  • een Volkswagen met goednummer PL2000-2025191625-G2888237.

8.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 57, 417 en 350d van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1: van het plegen van opzetheling een gewoonte maken;
feit 2: opzetheling, meermalen gepleegd;
feit 3 en 4: met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 350a of 350c van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf voorhanden hebben, niet meermalen gepleegd;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
- bepaalt dat het
voorwaardelijke deelvan de straf
niet ten uitvoerwordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat
de tijddie verdachte voor de tenuitvoerlegging van de uitspraak in
voorarrestheeft doorgebracht
in minderingwordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Beslag
- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:
  • een Audi met goednummer PL2000-2025191625-G2888229;
  • een Volkswagen met goednummer PL2000-2025191625-G2888235;
  • een Mercedes met goednummer PL2000-2025191625-G2888240;
  • een Volkswagen met goednummer PL2000-2025191625-G2888243;
  • een Volkswagen met goednummer PL2000-2025191625-G2888291;
  • een Volkswagen met goednummer PL2000-2025191625-G2888302;
  • een Volkswagen met goednummer PL2000-2025191625-G2888237.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Skalonjic, voorzitter, mr. C.H.W.M. Sterk en mr. B. Akdikan, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.E. van Wijk, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 1 juli 2026.
De griffier in niet in staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
De tenlastelegging
1.
hij op of omstreeks 21 juli 2025 te [plaats] , althans in Nederland,
- meerdere (auto-)onderdelen, horende bij een zwarte Audi A6, welke op 24 februari 2023 als gestolen was opgegeven ( [aangever 1] ), en/of
- meerdere (auto-)onderdelen, horende bij een witte Volkswagen Golf, welke op 25 maart 2025 als gestolen was opgegeven ( [aangever 2] ), en/of
- meerdere (auto-)onderdelen, horende bij een witte Volkswagen Tiguan, welke op 5 maart 2025 als gestolen was opgegeven ( [aangever 3] ), en/of
- meerdere (auto-)onderdelen, horende bij een witte Mercedes CLA45, welke op 22 december 2024 als gestolen was opgegeven ( [aangever 4] ), en/of
- meerdere (auto-)onderdelen, horende bij een witte Volkswagen Tiguan, welke op 20 juni 2025 als gestolen was opgegeven ( [aangever 5] ), en/of
- meerdere (auto-)onderdelen, horende bij een grijze Volkswagen Tiguan, welke op 9 juli 2025 als gestolen was opgegeven ( [aangever 6] ), en/of
- meerdere (auto-)onderdelen, horende bij een witte Volkswagen Tiguan, welke op 30 juni 2025 als gestolen was opgegeven ( [aangever 7] ), en/of
- een Volkswagen Golf (met bijbehorende gestripte onderdelen), welke op 21 juli 2025 als gestolen was opgegeven ( [aangever 8] ), en/of
- een dashboard, horende bij een grijze Volkswagen Polo, welke op 21 juni 2024 als gestolen was opgegeven ( [aangever 9] ), en/of
- meerdere (auto-)onderdelen, horende bij een witte Mercedez-Benz E200, welke op 20 mei 2025 als gestolen was opgegeven,
althans een of meerdere goederen heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof(fen), van welk misdrijf hij, verdachte een gewoonte heeft gemaakt;
( art 416 lid 1 ahf Pro/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417 Wetboek Pro van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht )
2.
hij op of omstreeks 16 december 2025 te [plaats] , althans in Nederland een stuurwiel en/of een versnellingspook, horend bij een grijze Volkswagen Golf R, welke op 8 mei 2025 als gestolen was opgegeven ( [aangever 10] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
( art 416 lid 1 ahf Pro/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht )
3.
hij op of omstreeks 21 juli 2025 te [plaats] , althans in Nederland, met het oogmerk daarmee opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk of door middel van telecommunicatie zijn opgeslagen en/of worden verwerkt en/of overgedragen te veranderen, te wissen, onbruikbaar en/of ontoegankelijk te maken, en/of met het oogmerk daarmee opzettelijk enig geautomatiseerd werk of enig werk voor telecommunicatie te vernielen, te beschadigen of onbruikbaar te maken, een stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk te veroorzaken, of een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel te verijdelen, twee jammer(s)/stoorzender(s), althans een technisch(e) hulpmiddel(en) dat hoofdzakelijk geschikt is/zijn gemaakt en/of ontworpen tot het plegen van een zodanig bovenomschreven misdrijf, heeft aangelegd, geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad en/of heeft gebruikt en/of voorhanden heeft gehad;
( art 350c lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 350d ahf/ond a Wetboek van Strafrecht )
4.
hij op of omstreeks 21 juli 2052 te [plaats] , althans in Nederland, met het oogmerk daarmee opzettelijk en wederrechtelijk enig geautomatiseerd werk of enig werk voor telecommunicatie te vernielen, te beschadigen of onbruikbaar te maken, een stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk te veroorzaken, of een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel te verijdelen, twee jammers/stoorzenders, althans een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt is gemaakt en/of ontworpen tot het plegen van een zodanig bovenomschreven misdrijf, voorhanden heeft gehad.
( art 10.15 lid 1 Telecommunicatiewet )