Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het stilstaan op het voetpad op de Schrepelstraat te Breda op 14 januari 2024. Betrokkene stelde dat de boete onredelijk was vanwege de chronische reuma van zijn partner en de komst van een eerste kind, waardoor parkeren dicht bij huis noodzakelijk was. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar vroeg om matiging vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat betrokkene terecht de boete kreeg. Wel was er begrip voor de situatie, maar betrokkene had anders kunnen handelen, bijvoorbeeld door eerst zijn partner af te zetten. De redelijke termijn van twee jaar was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd.
De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd, de boete werd verlaagd tot € 82,50 plus € 9 administratiekosten, en het teveel betaalde bedrag van € 27,50 werd terugbetaald. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.