Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet dragen van een autogordel op 22 mei 2023 te Breda. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de beroepstermijn.
Betrokkene ging vervolgens in beroep bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 9 juni 2026 was betrokkene niet aanwezig. De officier van justitie werd vertegenwoordigd door mr. W. Geijlvoet. De kantonrechter overwoog dat het beroep bij de officier van justitie uiterlijk op 28 september 2023 had moeten worden ingediend, maar pas op 21 december 2023 werd ontvangen.
Volgens artikel 6:11 Awb Pro kan een te laat ingesteld beroep toch ontvankelijk zijn als bijzondere omstandigheden aannemelijk worden gemaakt. Betrokkene slaagde hier niet in. Daarom werd het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring ongegrond verklaard, waardoor de inhoudelijke beoordeling van de boete achterwege bleef.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen de verkeersboete is ongegrond verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare omstandigheden.