ECLI:NL:RBZWB:2026:5790

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
02-800002-15
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege wegens schizofrenie en recidiverisico

Betrokkene is in 2018 veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf en tbs met verpleging van overheidswege wegens bedreiging, mishandeling en belaging. De tbs-maatregel is sindsdien meerdere malen verlengd, laatstelijk in 2024 voor twee jaar.

In 2026 heeft het openbaar ministerie een vordering tot verlenging van de tbs ingediend. Tijdens de zitting op 16 juni 2026 zijn betrokkene, de officier van justitie en een deskundige van de tbs-instelling gehoord. De tbs-instelling en externe gedragsdeskundigen adviseren verlenging met één jaar vanwege de diagnose schizofrenie, een stoornis in het gebruik van amfetamine in remissie, en een nog aanwezig recidiverisico.

Betrokkene functioneert stabiel, werkt 28 uur per week en heeft positieve stappen gezet, maar blijft afhankelijk van begeleiding en medicatie (clozapine). De rechtbank oordeelt dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld en verlengt de tbs-maatregel met één jaar.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met één jaar wegens een blijvend recidiverisico en noodzaak tot begeleiding.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-800002-15
Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 16 juni 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [FPC]
te [plaats] ,
hierna: betrokkene
raadsvrouw mr. Y.H.G. van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage.

1.Inleiding

Bij arrest van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 26 juni 2018 is betrokkene veroordeeld
wegens een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, mishandeling begaan tegen een ambtenaar en belaging, meermalen gepleegd, tot een gevangenisstraf van twaalf maanden en tbs met verpleging van overheidswege. De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De tbs is op 11 juli 2018 aangevangen en laatstelijk bij beslissing van 25 juni 2024 verlengd
voor een termijn van twee jaren.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 26 mei 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 16 juni 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. M. van Leeuwen, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord.
Voorts is [deskundige] , regiebehandelaar bij de tbs-instelling, als deskundige gehoord.

3.Adviezen

3.1.
Advies instelling
De tbs-instelling heeft in het rapport van 4 mei 2026 geadviseerd de tbs te verlengen met één jaar. De tbs-instelling heeft daartoe aangevoerd dat betrokkene gediagnosticeerd is met schizofrenie. Ook is er sprake van een stoornis in het gebruik van amfetamine, maar dit is in remissie in een gereguleerde omgeving.
Betrokkene is op 20 mei 2025 middels een machtiging transmuraal verlof overgeplaatst naar de [afdeling 1] . Ook hier heeft betrokkene wederom geruime tijd stabiel gefunctioneerd, waarbij hij op 28 oktober 2025 kon doorstromen naar de [afdeling 2] .
De algemene huidige indruk is dat betrokkene meer rust ervaart en minder piekert over hoe anderen over hem denken. Hij is echter nog steeds geregeld onzeker en bang om fouten te maken. Hierdoor kunnen spanningen ontstaan. De therapieën zijn inmiddels afgerond en betrokkene werkt 28 uur per week bij [werkgever] . Dit verloopt naar wens. Impulsief (koop)gedrag is niet meer aan de orde, maar het zoeken naar bevestiging wel. Betrokkene laat zich hier echter goed in begeleiden.
De onbegeleide verloven verlopen naar wens en het stappenplan is inmiddels afgerond. Tijdens onbegeleid verlof wordt getoetst hoe betrokkene omgaat met meer vrijheden en of hij in dit kader stabiel blijft. In de afgelopen periode heeft betrokkene zijn moeder volledig onbegeleid kunnen bezoeken. Tot op heden is gebleken dat dit op positieve wijze verloopt.
Op de lange termijn is de verwachting dat betrokkene blijvend ondersteuning nodig zal hebben, bijvoorbeeld in de vorm van begeleid of beschermd wonen. Er zal daarom worden gezocht naar een passende vervolgsetting die bij hem aansluit. Betrokkene is geaccepteerd bij [zorginstelling] in [plaats] , voor een fasehuis.
Recentelijk heeft betrokkene toestemming gekregen voor overnachtingen bij moeder. Tot op heden is gebleken dat betrokkene goed om kan gaan met de verruimde vrijheden op de [afdeling 2] . De komende periode zal in het teken komen te staan van toewerken naar een overplaatsing naar een fasehuis (tweepersoons) van [zorginstelling] en in het komende jaar zal betrokkene toewerken naar proefverlof. De kliniek adviseert om de tbs met dwangverpleging met 1 jaar te verlengen.
Ter zitting heeft de deskundige hieraan toegevoegd dat betrokkene goede stappen heeft gezet en toe is aan de volgende stap. Hij staat op een wachtlijst voor plaatsing bij [zorginstelling] . Helaas is er nog geen doorstroming. De instelling heeft wel besloten om betrokkene alvast in te schrijven als woningzoekende met urgentie. Mocht hij een woning toegewezen krijgen, dan kan de begeleiding door [zorginstelling] verzorgd worden. Betrokkene zal die begeleiding ook nodig hebben. Hij leert nog elke dag en het is van belang dat er structuur is en betrokken dit ook vasthoudt. Betrokkene kan goed voor zichzelf zorgen.
Er is sprake van een recidiverisico. Betrokkene heeft nu een goede ritme en begeleiding en het recidiverisico wordt daarom nu als laag geschat. Als die begeleiding echter weg zou vallen, dan wordt dat anders.
3.2.
Adviezen (externe) gedragsdeskundigen
Advies psychiater
Uit het rapport van [psychiater] van 23 februari 2026 blijkt dat bij betrokkene sprake is van een chronische psychotische stoornis, die naast psychotische episodes wordt gekenmerkt door ontremming. Schizofrenie met een uitgesproken stemmingscomponent is de meest passende classificatie. Verder is er sprake van een stoornis in het gebruik van amfetamine, in remissie in een gereguleerde omgeving. Ten slotte kan worden gesproken van antisociaal gedrag dat betrokkene in het verleden heeft getoond.
De kern van het risico op herhaling is gelegen in betrokkenes psychotische stoornis. Onder de omstandigheden dat de psychotische stoornis niet adequaat behandeld en gemanaged wordt en betrokkene psychotisch en ontremd raakt, wordt het risico op herhaling ingeschat als hoog. Dit geldt zowel voor het risico op gewelddadig gedrag in brede zin als voor het risico op belaging. De risico’s zijn afhankelijk van betrokkenes toestandsbeeld. Wanneer zijn toestandsbeeld stabiel is, is het risico op recidive laag. Onder de huidige omstandigheden is het recidiverisico laag.
Betrokkene heeft een context nodig waarin voldoende ondersteuning worden geboden. Het blijft van belang om het signaleringsplan te hanteren. Voortzetting van de medicamenteuze behandeling blijft noodzakelijk, waarbij het gebleken is dat betrokkene het beste reageert op clozapine, een potent antipsychoticum dat naast antipsychotisch ook stemming-stabiliserend en impuls- en agressie-remmend werkt. Ook is het nodig dat betrokkene abstinent blijft van middelen. Betrokkene zal vanwege zijn stoornis afhankelijk blijven van enige mate van ondersteuning vanuit de hulpverlening.
Gesteld kan worden dat er sprake is van een positief traject, waarbij betrokkene zich naar vermogen heeft ingezet en geprofiteerd heeft van de behandeling. Betrokkene moet nog stappen maken binnen het traject, maar zijn positieve attitude, meewerkende houding en het ontbreken van probleemgedrag maken dat de psychiater adviseert om de tbs-maatregel met één jaar te verlengen.
Advies psycholoog
Ook [psycholoog] komt in diens rapport van 29 maart 2026 tot de conclusie dat bij betrokkene onderbouwing is voor schizofrenie, waarbinnen tevens een stemmings/affectieve component speelt en verslavingsproblematiek in de zin van een stoornis in het gebruik van amfetamine middel (speed), in remissie binnen gereguleerde omstandigheden. Bij beëindiging van de tbs-maatregel, in een situatie uit zorg, wordt ingeschat dat er nog een matige tot hoge kans is op gewelddadig gedrag.
Voor de psycholoog is duidelijk dat het blijvend innemen van clozapine de belangrijkste factor is binnen het risicomanagement. Betrokkene moet abstinent blijven van middelen, vooral speed. Enige vorm van begeleiding en toezicht blijft eveneens van belang om oplopende spanningen en onduidelijkheden bij betrokkene het hoofd te kunnen bieden.
Een plaatsing binnen een fasehuis van [zorginstelling] zou hierin kunnen voldoen. De psycholoog adviseert om de tbs-maatregel te verlengen met de duur van één jaar.

4.Standpunt van partijen

4.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met één jaar te verlengen
gebleven. De officier van justitie heeft daarbij gewezen op de wettelijke criteria, waaraan is
voldaan en de nog door betrokkene te nemen stappen.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
Betrokkene en de raadsvrouw hebben zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft een verlenging van de tbs-maatregel met één jaar.
Betrokkene heeft verklaard te begrijpen waarom een verlenging van de tbs-maatregel met één jaar geadviseerd wordt en hij is het daar ook mee eens.
De raadsvrouw heeft verder aangevoerd dat betrokkene inziet waarom hij in het tbs-kader zit. De hoop is dat de te volgen stappen voortvarend zullen verlopen en dat de reclassering daar vlot bij betrokken kan worden.

5.Beoordeling

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de tbs-instelling en de externe gedragsdeskundigen wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium.
Uit het rapport van de tbs-instelling is duidelijk geworden dat betrokkene zich goed ingezet heeft en dat nog steeds doet. Hij werkt mee, houdt zich aan de afspraken, is medicatietrouw en gebruikt geen verdovende middelen meer. Wel zijn er nog een aantal stappen te zetten, waar betrokkene het ook mee eens is. De inschatting van de tbs-instelling is dat die stappen binnen één jaar te zetten zijn.
Gelet hierop, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene moet worden verlengd met één jaar.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van betrokkene met
1 (één)jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. E.B. Prenger, voorzitter, mr. K. Verschueren en mr. H. Faouzi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Tafazzul, griffier en is
uitgesproken ter openbare zitting op 16 juni 2026.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.