ECLI:NL:RBZWB:2026:5792

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
BRE 26/1588 hersteluitspraak
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hersteluitspraak ter correctie dwangsom in bestuursrechtelijke zaak tegen Dienst Toeslagen

Op 6 mei 2026 deed de rechtbank uitspraak in een bestuursrechtelijke zaak tussen eiseres en de Dienst Toeslagen. In de oorspronkelijke uitspraak werd onder het kopje 'beslissing' een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- opgelegd aan verweerder.

Eiseres maakte bezwaar tegen deze dwangsom omdat in de rechtsoverwegingen een hogere dwangsom van € 250,- per dag met een maximum van € 37.500,- was vermeld, mede omdat de termijn van 60 weken al was verstreken. De rechtbank stelde vast dat sprake was van een kennelijke verschrijving in het dictum.

Daarom heeft de rechtbank op 26 juni 2026 de uitspraak hersteld door de dwangsom in het dictum aan te passen naar € 250,- per dag met een maximum van € 37.500,-, en de rest van de uitspraak ongewijzigd te laten. Deze hersteluitspraak werd openbaar gemaakt en aan partijen verzonden.

Uitkomst: De rechtbank herstelt de dwangsom in de uitspraak naar € 250,- per dag met een maximum van € 37.500,-.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/1588

uitspraak van 26 juni 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

gemachtigde: mr. M. Akça-Altun,
en

Dienst Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

1. Op 6 mei 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak.

Overwegingen

2. De gemachtigde van eiseres heeft naar aanleiding van de uitspraak van 6 mei 2026 (hierna: de uitspraak) verzet ingediend op 21 mei 2026. Eiseres is het niet eens met de onder het kopje ‘beslissing’ opgelegde dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-, terwijl in rechtsoverweging 5 staat vermeld dat de rechtbank de dwangsom bepaalt op € 250,- per dag met een maximum van € 37.500,-, omdat de 60 weken al zijn verstreken.
2.1.
De rechtbank stelt vast dat hier sprake is van een kennelijke verschrijving. Daarom zal de rechtbank de uitspraak als volgt herstellen.

Beslissing

De rechtbank:
- herstelt de tussen partijen onder bovengenoemd zaaknummer gedane uitspraak van 6 mei 2026 aldus, dat de zinsnede “bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-” onder het kopje ‘beslissing’ wordt vervangen door: “bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 250,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,-” ;
- laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 26 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: