ECLI:NL:RBZWB:2026:5793
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen opschorting openbaarmaking op grond van Wet open overheid
Eisers hebben een beroep ingesteld tegen de opschorting van de openbaarmaking van documenten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen, welke opschorting was gebaseerd op een brief van 8 november 2024. Het college had het bezwaar van eisers tegen deze opschorting niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief niet als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro werd beschouwd.
De rechtbank heeft beoordeeld of het beroep van eisers ontvankelijk is en concludeert dat eisers geen procesbelang meer hebben bij het aanvechten van de opschorting. De opschorting gold slechts tot twee weken na de beslissing op bezwaar en is daarna door een voorlopige voorziening van de voorzieningenrechter verlengd tot na de bodemprocedure. Hierdoor kan het beroep niet leiden tot openbaarmaking van de documenten.
Daarnaast is vastgesteld dat de documenten 98, 99 en 100 niet onder de opschorting van het college vielen, maar pas in de bezwaarfase aan de lijst zijn toegevoegd en dat de opschorting van deze documenten het gevolg is van de voorlopige voorziening. Eisers hebben ook geen aanspraak gemaakt op schadevergoeding die procesbelang zou kunnen rechtvaardigen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om teruggave van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.H. van der Linden op 30 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de opschorting van de openbaarmaking wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.