ECLI:NL:RBZWB:2026:5800
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering WIA-uitkering door UWV na onjuiste loonverwerking
Eiser ontvangt sinds 2012 een WGA-uitkering die in 2015 werd omgezet naar een WGA-vervolguitkering. Het UWV besloot in januari 2023 de WIA-uitkering als voorschot uit te keren, omdat eiser naast zijn uitkering werkte. Later stelde het UWV vast dat eiser € 6.888,64 te veel had ontvangen en vorderde dit bedrag terug.
Eiser betwist de terugvordering en voert aan dat zijn ex-werkgever zijn uren en loonstroken niet correct heeft verwerkt, waardoor het lijkt alsof hij niet aan zijn verplichtingen voldeed. Hij stelt dat hij meer uren heeft gewerkt en nog loon tegoed heeft. De rechtbank oordeelt dat het UWV in beginsel mag uitgaan van de door de werkgever aangeleverde gegevens bij de Belastingdienst en dat de door eiser overgelegde loonstroken overeenkomen met deze gegevens.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tijdig en ontvankelijk is ingediend, ondanks een aanvankelijk niet-ondertekend beroepschrift dat ter zitting alsnog werd ondertekend. De rechtbank concludeert dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de gegevens onjuist zijn en dat er geen dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van eiser ongegrond en bevestigt de terugvordering van de WIA-uitkering door het UWV.