ECLI:NL:RBZWB:2026:5808

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
11722087 \ CV EXPL 25-1910 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • de Graaf
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:52 BWArt. 6:82 lid 1 BWArt. 6:82 lid 2 BWArt. 6:83 sub b BWArt. 6:83 sub c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanneming van werk zonnepanelen en meterkast: herstel gebreken en schadevergoeding

Partijen sloten een overeenkomst voor levering en installatie van zonnepanelen en aanpassing van de meterkast. De aannemer leverde de werken op, maar er waren diverse gebreken zoals verkeerde aansluiting, gebrekkige montage en verkeerde kabelkleuren. De opdrachtgever klaagde hierover en plaatste negatieve reviews.

De rechtbank oordeelde dat de aannemer tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en veroordeelde hem tot herstel binnen zes weken en tot betaling van schadevergoeding voor onder meer beschadigde toiletdeur en baksteen. De opdrachtgever mocht de betaling van de factuur opschorten vanwege de gebreken en de vordering van de aannemer werd afgewezen.

De negatieve reviews van de opdrachtgever werden niet onrechtmatig bevonden, omdat zij feitelijk waren en de aannemer de mogelijkheid had om te reageren. De proceskosten werden de aannemer opgelegd. De algemene voorwaarden van de aannemer waren niet van toepassing omdat de overeenkomst via Whatsapp tot stand kwam zonder instemming met die voorwaarden.

Uitkomst: Aannemer moet gebreken herstellen, schadevergoeding betalen en opdrachtgever mocht betaling opschorten; reviews zijn niet onrechtmatig.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11722087 \ CV EXPL 25-1910
Vonnis van 24 juni 2026
in de zaak van
[aannemer 1] , H.O.D.N. [bedrijf 1],
te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [bedrijf 1] ,
gemachtigde: mr. C. Canters,
tegen
[opdrachtgever],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [opdrachtgever] ,
gemachtigde: mr. L. Houkes.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 mei 2025, met producties 1 t/m 15,
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met producties 1 t/m 4,
- de brieven aan partijen waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties 16 t/m 18,
- het bericht van 26 februari 2026 van [opdrachtgever] , met producties 5 t/m 7,
- de mondelinge behandeling van 16 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, en de door mr. Canters overgelegde spreekaantekeningen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[bedrijf 1] is met [opdrachtgever] een overeenkomst aangegaan voor de levering en installatie van zonnepanelen en voor het aanpassen van de meterkast. [bedrijf 1] heeft voor het sluiten van de overeenkomst aan [opdrachtgever] op 3 januari 2025 een offerte toegezonden. In de offerte is, voor zover van belang, opgenomen dat de kosten voor de zonnepanelen € 4.150,00 bedroegen indien de factuur binnen drie dagen werd betaald en anders € 5.395,00. Bij de offerte waren de algemene voorwaarden van [bedrijf 1] gevoegd.
2.2.
De installatie van de zonnepanelen en de aanpassing van de meterkast zijn opgeleverd op 31 januari 2025.
2.3.
[bedrijf 1] heeft op die dag aan [opdrachtgever] een factuur gezonden voor de installaties. [opdrachtgever] heeft de factuur ondanks aanmaning onbetaald gelaten.
2.4.
[opdrachtgever] heeft twee negatieve reviews op Google geplaatst over de met [bedrijf 1] gemaakte afspraken en de door [bedrijf 1] uitgevoerde werkzaamheden.

3.De geschillen

in conventie
3.1.
[bedrijf 1] vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [opdrachtgever] tot betaling van primair € 6.195,00 en subsidiair € 4.950,00, zowel primair als subsidiair te vermeerderen met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, en zowel primair als subsidiair met veroordeling van [opdrachtgever] tot het verwijderen en verwijderd houden van de reviews op straffe van een dwangsom, met veroordeling van [opdrachtgever] in de proceskosten.
3.2.
[bedrijf 1] legt aan de vorderingen kort gezegd het volgende ten grondslag. [bedrijf 1] heeft via een digitaal signeerplatform aan [opdrachtgever] een offerte toegezonden voor het leveren en monteren van zonnepanelen op de woning van [opdrachtgever] . Bij de offerte waren de algemene voorwaarden bijgevoegd. [opdrachtgever] heeft de offerte en algemene voorwaarden bekeken. [opdrachtgever] heeft via Whatsapp akkoord gegeven op het aanbod en is daardoor akkoord gegaan met de offerte en de algemene voorwaarden. Partijen zijn ook overeengekomen dat [bedrijf 1] voor € 800,00 de meterkast zou aanpassen. De installaties zijn op 31 januari 2025 werkend opgeleverd. Omdat [opdrachtgever] niet tijdig heeft betaald, is zij voor de zonnepaneleninstallatie € 5.395,00 verschuldigd. Ondanks herinnering en sommatie weigert [opdrachtgever] tot betaling over te gaan. [opdrachtgever] doet onterecht een beroep op opschorting, omdat de installatie werkt en [bedrijf 1] niet in de gelegenheid is gesteld om eventuele gebreken te verhelpen. [opdrachtgever] heeft negatieve reviews geplaatst, welke zij dient te verwijderen. De reviews zijn onjuist en onrechtmatig.
3.3.
[opdrachtgever] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [bedrijf 1] , met veroordeling van [bedrijf 1] in de kosten van deze procedure. [opdrachtgever] betwist dat via het signeerplatform een overeenkomst tot stand is gekomen, omdat de offerte is verlopen zonder dat deze is ondertekend. De algemene voorwaarden zijn niet van toepassing, nu de overeenkomst via Whatsapp tot stand is gekomen. Partijen zijn een totaalprijs van € 4.950,00 overeengekomen voor de zonnepanelen- en meterkastinstallaties. [opdrachtgever] heeft haar betalingsverplichtingen opgeschort vanwege wanprestatie van [bedrijf 1] en de door [bedrijf 1] veroorzaakte schades. De zonnepanelen werken niet naar behoren, de installatie in de meterkast is gevaarlijk en [bedrijf 1] heeft meerdere schades veroorzaakt. [bedrijf 1] weigert om tot herstel over te gaan. De negatieve reviews zijn daarom terecht geplaatst.
in reconventie
3.4.
[opdrachtgever] vordert – samengevat – primair ontbinding en subsidiair nakoming, binnen zes weken na betekening van het vonnis en op straffe van een dwangsom, van de tussen partijen gesloten overeenkomst en zowel primair als subsidiair veroordeling van [bedrijf 1] tot betaling van € 3.611,85 en een nog nader te offreren bedrag wegens schadevergoeding en veroordeling van [bedrijf 1] in de proceskosten.
3.5.
[opdrachtgever] legt aan de vorderingen het volgende ten grondslag. [bedrijf 1] is tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst. De tekortkomingen rechtvaardigen de ontbinding van de overeenkomst. [opdrachtgever] heeft door de tekortkomingen schade geleden, die [bedrijf 1] dient te vergoeden.
3.6.
[bedrijf 1] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [opdrachtgever] , met veroordeling van [opdrachtgever] in de kosten van deze procedure.
3.7.
[bedrijf 1] voert aan dat [opdrachtgever] na de oplevering alleen geklaagd heeft over de schade aan de muur en de wc-deur, het offline zijn van een aantal zonnepanelen en de verkeerde installatie van de meterkast. [bedrijf 1] is op grond van de algemene voorwaarden niet aansprakelijk voor de schade aan de muur. Zij heeft verder aangeboden de schade aan de deur te herstellen, maar [opdrachtgever] heeft dat aanbod niet geaccepteerd. [bedrijf 1] betwist dat de zonnepanelen niet goed functioneren en dat de werkzaamheden aan de zonnepanelen en de meterkast niet goed zijn uitgevoerd. Bovendien verkeert [bedrijf 1] niet in verzuim, zodat de overeenkomst niet kan worden ontbonden en [opdrachtgever] geen vervangende schadevergoeding kan vorderen. [bedrijf 1] betwist ook de gestelde schade. Ten aanzien van verschillende schadeposten waarvan [opdrachtgever] nu vergoeding vordert, heeft zij niet eerder bij [bedrijf 1] geklaagd.
in conventie en in reconventie
3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie en in reconventie
4.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze gezamenlijk worden beoordeeld.
De overeenkomst
4.2.
Uit het overgelegde activiteitenoverzicht van het signeerplatform volgt dat [bedrijf 1] op 3 januari 2025 de offerte en de algemene voorwaarden aan [opdrachtgever] heeft toegezonden, dat [opdrachtgever] beide documenten heeft bekeken en dat de offerte op 19 januari 2025 is verlopen. Uit de overgelegde Whatsapp-correspondentie volgt dat partijen op 3 januari 2025 voor het eerst contact hebben. Daarbij wordt gesproken over een totaalprijs van € 4.150,00 voor het leveren en monteren van veertien zonnepanelen. Vervolgens hebben partijen pas weer op 25 januari 2025 contact. Op dat moment was de offerte die via het signeerplatform was toegezonden al verlopen. Daar komt bij dat [bedrijf 1] op 25 januari 2025 om 18.28u aan [opdrachtgever] vraagt of zij al een offerte had ontvangen. Daarop reageert [opdrachtgever] dat zij die niet heeft gehad en dat € 4.150,00 voor veertien panelen met micro-omvormers was afgesproken. Omdat partijen nog op 25 januari 2025 hebben onderhandeld over de prijs van de meterkastinstallatie, had het op de weg van [bedrijf 1] gelegen om een vernieuwde offerte via het signeerplatform toe te zenden als [bedrijf 1] daar belang aan hechtte. Dat heeft zij nagelaten.
4.3.
Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat partijen € 4.150,00 voor de zonnepanelen en € 800,00 voor de meterkastinstallatie zijn overeengekomen. De algemene voorwaarden zijn, hoewel deze op 3 januari 2025 zijn toegezonden, niet van toepassing op de overeenkomst. [opdrachtgever] heeft namelijk niet bij de totstandkoming van de overeenkomst via Whatsapp met de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden ingestemd. Dat [bedrijf 1] ook van de totaalprijs van € 4.950,00 voor beide installaties uitging, blijkt uit de Whatsapp-berichten van 31 januari 2025. [opdrachtgever] heeft niet hoeven begrijpen dat de in de offerte genoemde korting bij tijdige betaling ook van toepassing was bij het sluiten van de overeenkomst via Whatsapp, omdat in de Whatsapp-berichten alleen is gesproken over € 4.150,00 voor de zonnepaneleninstallatie. In beginsel is [opdrachtgever] dan ook hooguit gehouden om dit bedrag te betalen voor de zonnepaneleninstallatie.
Zonnepaneleninstallatie en meterkast
4.4.
[opdrachtgever] heeft aangevoerd dat de zonnepaneleninstallatie volgende gebreken vertoont:
a. a) enkele zonnepanelen leveren geen stroom;
b) de panelen zijn geplaatst op twee fasen in plaats van op de afgesproken drie fasen;
c) de panelen zijn niet aangesloten op een aparte (eigen) groep, maar op de voor de tuin bedoelde krachtgroep;
d) een vierpolige (in plaats van vijfpolige) elektriciteitskabel is niet vakkundig maar met tie-wraps vastgezet;
e) de panelen liggen scheef / golvend.
Ten aanzien van de meterkast heeft [opdrachtgever] aangevoerd dat van de volgende gebreken sprake is:
f) er zijn bewust allemaal schroeven en metalen deeltjes in de meterkast achtergelaten;
g) er is geen kookgroep geplaatst;
h) er zijn verkeerde kabelkleuren gebruikt.
De kantonrechter overweegt over deze gestelde gebreken het volgende.
a.
a) werking zonnepanelen
4.5.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [opdrachtgever] , gelet op het door [bedrijf 1] gevoerde verweer, onvoldoende onderbouwd dat de zonnepaneleninstallatie niet (goed) werkt. [opdrachtgever] heeft slechts schermafbeeldingen overgelegd van de app van de zonnepanelen, waarop te zien is dat bepaalde panelen geen opbrengst vertonen. [bedrijf 1] heeft al in de dagvaarding aangevoerd dat dit mogelijk te maken heeft met een wifi-probleem en dat de panelen correct zijn aangesloten. [opdrachtgever] heeft in de conclusie van antwoord aangekondigd nadere stukken in te zullen dienen ter onderbouwing van haar standpunt dat enkele panelen geen stroom opleveren, maar dit heeft zij niet gedaan. Ter zitting heeft zij alleen aangevoerd dat het probleem twee panelen betrof en dat de zonnepanelen inmiddels zijn uitgezet. Het had op de weg van [opdrachtgever] gelegen om nader te onderbouwen dat er daadwerkelijk een probleem is met de werking van de zonnepanelen. Nu zij dat niet heeft gedaan, kan dit gestelde gebrek niet bij de beoordeling van de vorderingen worden meegenomen.
b) panelen niet geplaatst op drie fasen
4.6.
[bedrijf 1] betwist dat partijen hebben afgesproken dat de panelen op een driefasen-aansluiting zouden worden geplaatst. Zoals hiervoor is overwogen, hebben partijen de overeenkomst via Whatsapp gesloten. Dat partijen hebben afgesproken dat de panelen op drie fasen zouden worden aangesloten, kan niet uit de overlegde Whatsapp-conversatie worden afgeleid. [opdrachtgever] heeft ook niet toegelicht op grond waarvan zij ervan mocht uitgaan dat de panelen op drie fasen zouden worden aangesloten. Het enkele feit dat via Whatsapp gesproken is over het aanpassen van de meterkast aan de nog door de netbeheerder te maken driefasen-aansluiting, betekent nog niet dat de zonnepanelen vanzelfsprekend ook voor drie fasen geschikt zouden zijn. [opdrachtgever] had dit dus, als zij dat wilde, expliciet overeen moeten komen. Nu zij niet heeft onderbouwd dat zij dat heeft gedaan, kan het ontbreken van een driefasen-aansluiting niet als gebrek worden aangemerkt.
c) panelen niet aangesloten op een aparte (eigen) groep, maar op de voor de tuin bedoelde krachtgroep
4.7.
[bedrijf 1] heeft niet weersproken dat partijen zijn overeengekomen dat de zonnepanelen op een eigen, apart groep zouden worden geplaatst en dat dit niet is gebeurd. Dit vormt dus een gebrek.
d) elektriciteitskabel is niet vakkundig vastgezet
4.8.
[bedrijf 1] heeft niet weersproken dat de elektriciteitskabel met tie-wraps is vastgezet aan de regenpijp en dat dit geen deugdelijke manier van monteren is. [opdrachtgever] mocht op grond van de overeenkomst verwachten dat de kabel op een professionele en deugdelijke manier zou worden geplaatst. Nu [bedrijf 1] dit niet heeft gedaan is in zoverre sprake van een gebrek.
e) panelen liggen scheef / golvend
4.9.
[opdrachtgever] heeft met foto’s en een verklaring van [aannemer 2] , van [bedrijf 2] , onderbouwd dat de panelen scheef en niet netjes uitgelijnd op het dak liggen. [bedrijf 1] heeft een en ander niet gemotiveerd weersproken. Dat, zoals [bedrijf 1] aanvoert, de documenteigenschappen niet overeenkomen met de datum van de verklaring, brengt nog niet mee dat de inhoud van de verklaring onbetrouwbaar is. Het feit dat [opdrachtgever] niet eerder over dit punt bij [bedrijf 1] heeft geklaagd betekent ook niet dat het door [opdrachtgever] op dit punt gestelde onjuist is. [opdrachtgever] mocht op grond van de overeenkomst verwachten dat de panelen recht en netjes uitgelijnd op het dak werden geplaatst. Nu dit kennelijk niet is gebeurd, is in zoverre sprake van een gebrek.
f) schroeven en metalen deeltjes in de meterkast achtergelaten
4.10.
[opdrachtgever] heeft gesteld dat [bedrijf 1] (bewust) allerlei metalen deeltjes in de meterkast heeft achtergelaten, maar zij heeft dit niet aan haar vorderingen ten grondslag gelegd. Dit gestelde gebrek, dat [bedrijf 1] overigens heeft weersproken, zal daarom bij de beoordeling buiten beschouwing worden gelaten.
g) er is geen kookgroep geplaatst
4.11.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [bedrijf 1] erkend dat er geen aparte kookgroep is aangelegd, terwijl dat wel was overeengekomen. Dat [bedrijf 1] na de klacht hierover van [opdrachtgever] heeft aangeboden een klein plastic kapje op te sturen, is onvoldoende om dit gebrek te herstellen. Los van de stelling van [opdrachtgever] dat zij dit nooit heeft ontvangen, hoefde zij hier ook geen genoegen mee te nemen. Het was immers aan [bedrijf 1] om de kookgroep aan te leggen en dus ook om dit gebrek zelf te verhelpen.
h) er zijn verkeerde kabelkleuren gebruikt
4.12.
[opdrachtgever] heeft verder nog aangevoerd dat er in de meterkast verkeerde kabelkleuren zijn gebruikt en dat dit een schending is van de NEN1010 norm en risico’s meebrengt. Zij heeft haar stelling onderbouwd met een foto, waarbij is vermeld dat er een bruine draad is gebruikt voor de neutrale lijn vanuit de hoofdschakelaar, maar dat deze blauw hoort te zijn. AA heeft dit niet dan wel onvoldoende weersproken. In zoverre is daarom sprake van een gebrek op dit punt.
Gevolgen van de gebreken
4.13.
Uit het voorgaande volgt dat [bedrijf 1] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomsten voor wat betreft:
c) geen aansluiting van de zonnepanelen op een aparte (eigen) groep,
d) de gebrekkige montage van de elektriciteitskabel,
e) de gebrekkige montage van de panelen op het dak,
g) het ontbreken van de kookgroep,
h) het gebruik van verkeerde kabelkleuren in de meterkast.
4.14.
[bedrijf 1] heeft aangevoerd dat zij ten aanzien van deze gebreken niet is verzuim is geraakt, omdat zij niet in de gelegenheid is gesteld de gebreken te herstellen. Dit verweer slaagt. Uit de overgelegde Whatsapp-conversatie blijkt dat [opdrachtgever] alleen op 31 januari 2025 bij [bedrijf 1] heeft geklaagd over het ontbreken van de kookgroep (gebrek g) en op 3 februari 2025 (om 13.31u) over het feit dat de zonnepanelen niet op een aparte groep waren aangesloten (gebrek a). De overige gebreken heeft zij niet eerder dan in deze procedure bij [bedrijf 1] gemeld. Met betrekking tot de kookgroep stelde [bedrijf 1] voor om een klein plastic kapje na te sturen die de twee schakelaars met elkaar verbinden, waarna [opdrachtgever] heeft geantwoord “Oké top”. Met betrekking tot de aparte groep voor de zonnepanelen heeft [opdrachtgever] nog op 3 februari 2025 (om 13.55u) aan [bedrijf 1] laten weten dat zij een en ander zelf zou laten oplossen. [opdrachtgever] heeft [bedrijf 1] dus niet in gebreke gesteld door middel van een schriftelijke aanmaning waarbij zij [bedrijf 1] een redelijke termijn voor nakoming heeft gesteld (artikel 6: 82 lid 1 BW). Van een situatie waarin [bedrijf 1] niet kon nakomen of waarin aanmaning nutteloos zou zijn (artikel 6:82 lid 2 BW Pro) was geen sprake. Anders dan [opdrachtgever] heeft aangevoerd, was ook geen sprake van een situatie waarin zij uit een mededeling van [bedrijf 1] mocht afleiden dat zij in de nakoming tekort zou schieten (artikel 6:83 sub c BW Pro).
4.15.
Het ontbreken van verzuim, brengt mee dat de vorderingen van [opdrachtgever] (in reconventie) tot ontbinding van de overeenkomst en tot vervangende schadevergoeding moeten worden afgewezen. Nakoming is immers niet tijdelijk of blijvend onmogelijk. De bevoegdheid tot ontbinding ontstaat dan pas als de schuldenaar is verzuim is (artikel 6:265 lid 2 BW Pro). Dit geldt ook voor de bevoegdheid tot omzetting van de verbintenis tot nakoming in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding (artikel 6:87 lid 1 BW Pro).
4.16.
Voor de subsidiaire vordering van [opdrachtgever] , die strekt tot nakoming van de overeenkomst, is verzuim echter niet vereist. Een schuldeiser die een opeisbare vordering op zijn schuldenaar heeft, kan in beginsel te allen tijde nakoming daarvan vorderen (artikel 3:296 BW Pro).
4.17.
[bedrijf 1] heeft ter zitting het verweer gevoerd dat [opdrachtgever] niet tijdig over de gebreken heeft geklaagd en dat zij daarom op een gebrek in de prestatie geen beroep meer zou kunnen doen (artikel 6:89 BW Pro). Voor wat betreft de gebreken onder a) en g) gaat dat verweer niet op, omdat [opdrachtgever] daarover al kort na afronding van de werkzaamheden door [bedrijf 1] heeft geklaagd. Voor wat betreft de overige gebreken geldt dat [opdrachtgever] die inderdaad niet eerder dan in de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie heeft gemeld. Die conclusie is genomen op 23 juli 2025, dus enkele maanden na afronding van de werkzaamheden. [bedrijf 1] heeft echter niet toegelicht waarom dit tijdsverloop van dien aard is dat nakoming redelijkerwijs niet meer van haar gevergd kan worden. Het beroep op schending van de klachtplicht wordt daarom verworpen.
4.18.
Het voorgaande betekent dat de vordering van [opdrachtgever] tot nakoming toewijsbaar is voor wat betreft de gebreken onder c, d, e, g en h. De subsidiaire vordering van [opdrachtgever] (in reconventie) zal in zoverre worden toegewezen. [bedrijf 1] heeft geen verweer gevoerd tegen de door [opdrachtgever] gevorderde termijn voor nakoming. De kantonrechter dat daarom bepalen dat [bedrijf 1] de overeenkomst binnen zes weken na betekening van dit vonnis moet nakomen. De tevens gevorderde dwangsom zal worden gematigd tot € 100,00 per dag met een maximum van € 5.000,00.
Schades
4.19.
Tussen partijen is verder nog in geschil of [bedrijf 1] verplicht is een vergoeding te betalen voor schade die [bedrijf 1] volgens [opdrachtgever] heeft veroorzaakt bij de uitvoering van de werkzaamheden. Als [bedrijf 1] schade heeft veroorzaakt, is zij ook zonder ingebrekestelling gehouden die schade te vergoeden. Het toebrengen van schade is immers onrechtmatig en in dat geval treedt het verzuim al in als de vordering tot schadevergoeding niet terstond wordt nagekomen (artikel 6:83 sub b BW Pro). Anders dan [bedrijf 1] betoogt, kan zij ter afwering van de vordering tot schadevergoeding ook geen beroep doen op haar algemene voorwaarden. Zoals hiervoor is overwogen, zijn partijen niet overeengekomen dat de algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn.
4.20.
De kantonrechter komt daarom toe aan de beoordeling van de volgende, door [opdrachtgever] genoemde, schadeposten.
Toiletdeur en baksteen
4.21.
Tussen partijen is niet in geschil dat [bedrijf 1] bij de uitvoering van de werkzaamheden de toiletdeur heeft beschadigd. Naar het oordeel van de kantonrechter dient [bedrijf 1] de schade aan de toiletdeur te vergoeden. De toiletdeur dient in het geheel te worden vervangen. [opdrachtgever] heeft onweersproken aangevoerd dat het ging om een gloednieuwe deur. Zij hoefde daarom geen genoegen te nemen met het door [bedrijf 1] gedane aanbod om de schade aan de deur te herstellen met plamuur. [opdrachtgever] heeft ter onderbouwing van haar schade een offerte overgelegd voor het vervangen, schilderen en plaatsen van een nieuwe deur voor een bedrag van € 968,00 incl. btw. [bedrijf 1] heeft dit bedrag onvoldoende gemotiveerd weersproken. De kantonrechter zal daarom een bedrag van € 968,00 toewijzen als schadevergoeding.
4.22.
Verder moet [bedrijf 1] de schade aan de baksteen vergoeden. [bedrijf 1] heeft zich beroepen op de uitsluiting van schade aan bakstenen in de algemene voorwaarden, maar hiervoor is al geoordeeld dat de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn op de overeenkomst. De door [opdrachtgever] ingeschakelde aannemer heeft de kosten voor dit herstel opgenomen in een totaalbedrag aan herstelwerkzaamheden gevel en afwerking elektraleiding. De kantonrechter zal de schade begroten op € 50,00 incl. btw en [bedrijf 1] veroordelen tot betaling daarvan.
Dakpannen en toiletbril
4.23.
De door [opdrachtgever] gevorderde vergoeding wegens schade aan de dakpannen en de toiletbril zal worden afgewezen. [opdrachtgever] heeft onvoldoende toegelicht dat zij op dit punt schade heeft geleden en dat [bedrijf 1] deze schade heeft veroorzaakt.
Opschorting
4.24.
[opdrachtgever] heeft voor wat betreft de betaling van de aan haar gezonden factuur voor de werkzaamheden van [bedrijf 1] een beroep gedaan op opschorting. Een schuldenaar die een opeisbare vordering heeft op zijn schuldeiser, is bevoegd de nakoming van zijn verbintenis op te schorten tot voldoening van zijn vordering plaatsvindt, indien tussen vordering en verbintenis voldoende samenhang bestaat om deze opschorting te rechtvaardigen (artikel 6:52 BW Pro).
4.25.
Uit hetgeen de kantonrechter hiervoor heeft overwogen volgt dat [opdrachtgever] nog een opeisbare vordering op [bedrijf 1] heeft wegens de niet-nakoming ten aanzien van de gebreken onder c, d, e, g en h en wegens een door [bedrijf 1] verschuldigd bedrag van in totaal € 1.018,00 aan schadevergoeding. [opdrachtgever] is in totaal € 4.950,00 aan [bedrijf 1] verschuldigd. De kantonrechter is van oordeel dat de opschorting van de betaling van dit bedrag onder deze omstandigheden gerechtvaardigd is. Om te voldoen aan de eis van proportionaliteit van de opschorting is het niet noodzakelijk dat de waarde van opeisbare vordering van de partij die een beroep doet op opschorting gelijk is aan de waarde van de opgeschorte prestatie.
4.26.
Het beroep van [opdrachtgever] op opschorting slaagt dus. Dit betekent dat zij het bedrag van € 4.950,00 nog niet aan [bedrijf 1] hoeft te betalen. De vordering van [bedrijf 1] zal daarom op dit punt worden afgewezen.
Reviews
4.27.
[bedrijf 1] heeft verder nog gevorderd dat [opdrachtgever] de door haar geplaatste reviews verwijdert. Het plaatsen van een review of recensie kan onder omstandigheden onrechtmatig zijn. Aan de ene kant heeft [opdrachtgever] het recht op vrije meningsuiting, aan de andere kant heeft [bedrijf 1] het recht ter bescherming van eer en goede naam. Voor het antwoord op de vraag welk recht zwaarder weegt, moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen. Welke van deze belangen, die in beginsel gelijkwaardig zijn, de doorslag moet geven, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij kan worden gedacht aan de aard van de uitlatingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie de uitlatingen betrekking hebben, de ernst van de mogelijke misstand die aan de kaak wordt gesteld, de mate waarin de uitlatingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal, de totstandkoming en de inkleding van de uitlatingen, het gezag van het gebruikte medium en de maatschappelijke positie van de betrokken persoon.
4.28.
Naar het oordeel van de kantonrechter zijn de reviews niet onrechtmatig. De reviews zijn online geplaatst bij de bedrijfspagina van [bedrijf 1] op Google. Hoewel [bedrijf 1] heeft aangevoerd dat zij als gevolg van deze specifieke uitlatingen omzet is misgelopen, heeft zij dit niet onderbouwd. Daar staat tegenover dat de uitlatingen van [opdrachtgever] en haar partner, mede in het licht van al hetgeen hiervoor is overwogen, voldoende feitelijk zijn. Ook heeft [bedrijf 1] de mogelijkheid om hierop haar reactie te geven (hetgeen zij volgens [opdrachtgever] ook heeft gedaan), zodat een lezer zelf een afweging kan maken over de inhoud van de review. Weliswaar wekt [opdrachtgever] door het plaatsen van een dubbele review (door zowel haarzelf als door haar partner) de indruk dat er één slechte ervaring meer is dan dat feitelijk het geval is, maar niet is gebleken dat dit tot een serieuze aantasting van de eer en goede naam van [bedrijf 1] heeft geleid. Het voornoemde leidt dan ook tot de slotsom dat [opdrachtgever] de geplaatste reviews niet hoeft te verwijderen.
Conclusie en proceskosten
4.29.
De conclusie is dat de vorderingen van [bedrijf 1] (in conventie) worden afgewezen. [bedrijf 1] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [opdrachtgever] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
864,00
4.30.
De vorderingen van [opdrachtgever] (in reconventie) worden deels toegewezen. [bedrijf 1] is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [opdrachtgever] worden begroot op € 253,00 (2 punten x € 253,00 x 0,5) aan salaris gemachtigde.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen van [bedrijf 1] af,
5.2.
veroordeelt [bedrijf 1] in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [bedrijf 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
in reconventie
5.4.
veroordeelt [bedrijf 1] om, binnen zes weken na betekening van dit vonnis, de tussen partijen gesloten overeenkomst na te komen, voor wat betreft:
c) de aansluiting van de zonnepanelen op een aparte (eigen) groep,
d) de montage van de elektriciteitskabel,
e) de rechte montage van de zonnepanelen op het dak,
g) de plaatsing van de kookgroep,
h) de plaatsing van de juiste kabelkleuren in de meterkast,
5.5.
veroordeelt [bedrijf 1] tot betaling aan [opdrachtgever] van een dwangsom van € 100,00 per dag voor iedere dag dat [bedrijf 1] nalaat om aan het onder 5.4. bepaalde te voldoen, met een maximum van € 5.000,00,
5.6.
veroordeelt [bedrijf 1] tot betaling aan [opdrachtgever] van een bedrag van € 1.018,00 aan schadevergoeding,
5.7.
veroordeelt [bedrijf 1] in de proceskosten van € 253,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [bedrijf 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. de Graaf en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.