ECLI:NL:RBZWB:2026:5812
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning 2024 met vergoeding griffierecht
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande bungalow uit 1966 met een gebruikersoppervlakte van 180 m2, gelegen op een perceel van 1.023 m2. De vastgestelde WOZ-waarde voor het belastingjaar 2024 bedroeg € 430.000, waartegen belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens in beroep ging nadat het bezwaar ongegrond werd verklaard.
De rechtbank behandelde het beroep tijdens een cluster-zitting en beoordeelde het dossier op zijn eigen merites. De heffingsambtenaar diende een waarderapport in als nader bewijs, maar dit werd vanwege te late indiening buiten beschouwing gelaten. De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met het afnemend grensnut en het onderhoudsniveau van de woning, ondanks de stellingen van belanghebbende.
De rechtbank oordeelde dat de stukken in het dossier voldoende waren om de vastgestelde waarde te dragen en dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd blijven. Vanwege schending van de goede procesorde moet de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan belanghebbende vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, maar de heffingsambtenaar moet het griffierecht vergoeden.