ECLI:NL:RBZWB:2026:5813
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning 2024 met vergoeding griffierecht wegens schending goede procesorde
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1997 met een gebruikersoppervlakte van 365 m2 en een perceel van 6.875 m2. De vastgestelde WOZ-waarde voor het belastingjaar 2024 bedroeg € 777.000, waartegen belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank behandelde het beroep op een cluster-zitting en beoordeelde het dossier op eigen merites. De heffingsambtenaar diende verweer en een waarderapport laat in het proces in, wat in strijd werd geacht met de goede procesorde. Daarom werden deze stukken buiten beschouwing gelaten.
Materieel oordeelde de rechtbank dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met het afnemend grensnut en de verschillen tussen de woning en referentiewoningen. De verdedigde WOZ-waarde werd niet te hoog geacht.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd blijven. Vanwege de schending van de goede procesorde moet de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan belanghebbende vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de heffingsambtenaar moet het griffierecht vergoeden.