ECLI:NL:RBZWB:2026:5814
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning met vergoeding griffierecht wegens schending goede procesorde
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande semibungalow uit 1985 met een gebruikersoppervlakte van 201 m2 en een perceel van 940 m2. De vastgestelde WOZ-waarde voor het belastingjaar 2024 bedroeg € 632.000, waartegen belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde nadat het bezwaar ongegrond werd verklaard.
De rechtbank behandelde het beroep op een cluster-zitting en beoordeelde het dossier op eigen merites. De heffingsambtenaar diende nadere stukken en een waarderapport laat in, wat in strijd werd geacht met de goede procesorde. Daarom werden deze stukken buiten beschouwing gelaten.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde niet te hoog had vastgesteld, mede gelet op de taxatiematrix en het ontbreken van betwisting van de waarde van het perceel en de dakkapel. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd blijven.
Vanwege de schending van de goede procesorde moet de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan belanghebbende vergoeden. Proceskostenvergoeding wordt niet toegekend aan belanghebbende. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Dondorp-Loopstra en griffier W.M.C. Oomen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, maar de heffingsambtenaar moet het griffierecht vergoeden wegens schending van de goede procesorde.