ECLI:NL:RBZWB:2026:5815
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 2000 met een gebruikersoppervlakte van 224 m2, gelegen op een perceel van 694 m2. De vastgestelde WOZ-waarde voor het belastingjaar 2024 bedraagt €668.000. Na een ongegrond bezwaar is belanghebbende in beroep gegaan tegen deze waarde en de daarmee samenhangende aanslag onroerendezaakbelasting.
De rechtbank heeft het beroep behandeld tijdens een cluster-zitting op 17 maart 2026. De heffingsambtenaar diende nadere stukken laat in, waaronder verweergronden en een waarderapport, die de rechtbank buiten beschouwing liet wegens schending van de goede procesorde. De rechtbank baseert haar oordeel daarom op de tijdig ingediende stukken.
De rechtbank concludeert dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde niet te hoog heeft vastgesteld. De waardedrukkende aspecten die belanghebbende aanvoerde zijn niet met bewijsmiddelen onderbouwd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting wordt ongegrond verklaard en de waarde van €668.000 blijft gehandhaafd.