ECLI:NL:RBZWB:2026:5816
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van vrijstaande woning 2024
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1884 met een gebruikersoppervlakte van 88 m2, gelegen op een perceel van 590 m2. De vastgestelde WOZ-waarde voor het belastingjaar 2024 bedraagt €240.000. Na een ongegrond bezwaar is belanghebbende in beroep gegaan tegen deze vaststelling.
De rechtbank heeft het beroep op 17 maart 2026 behandeld. De heffingsambtenaar heeft een matrix met marktgegevens overgelegd waaruit een getaxeerde waarde van €241.000 blijkt. Belanghebbende heeft zijn eerdere stellingen deels ingetrokken en geen aanvullende bewijsmiddelen aangeleverd om de juistheid van de vastgestelde waarde te betwisten.
De rechtbank oordeelt dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de marktgegevens op juiste wijze zijn omgezet in een rekengrootheid voor de waardebepaling. De waarde van €240.000 is niet te hoog vastgesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd blijven.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €240.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.