ECLI:NL:RBZWB:2026:5819
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van vrijstaande woning
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 2004 met een gebruikersoppervlakte van 270 m2, gelegen op een perceel van 915 m2. De vastgestelde WOZ-waarde voor het belastingjaar 2024 bedraagt €929.000. Na een ongegrond bezwaar is belanghebbende in beroep gegaan tegen deze waarde.
De rechtbank heeft het beroep behandeld tijdens een cluster-zitting en beoordeelt het dossier op zijn eigen merites. De heffingsambtenaar heeft nadere stukken te laat ingediend, waaronder verweergronden en een waarderapport, die daarom buiten beschouwing zijn gelaten. De rechtbank baseert haar oordeel op de tijdig ingediende stukken.
Belanghebbende betwist de vergelijkbaarheid van de referentiewoningen en de waardering van bepaalde woningkenmerken zoals de ligging nabij sportvelden en de inpandige garage. De rechtbank oordeelt dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de verschillen adequaat zijn verdisconteerd. De invloed van de sportvelden wordt niet als waardedrukkend gezien en de garage is correct gewaardeerd op €0.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde niet te hoog heeft vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting blijven gehandhaafd. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €929.000 blijft gehandhaafd.