ECLI:NL:RBZWB:2026:5820
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning 2024 met vergoeding griffierecht
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1978 met een gebruikersoppervlakte van 282 m2 gelegen op een perceel van 3.495 m2. De vastgestelde WOZ-waarde voor het belastingjaar 2024 bedraagt € 502.000. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze waarde, maar dit bezwaar is ongegrond verklaard. Vervolgens is beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep behandeld tijdens een cluster-zitting op 17 maart 2026. De heffingsambtenaar heeft nadere stukken ingediend, waaronder een waarderapport zonder dagtekening, maar deze stukken zijn te laat ingediend en worden daarom buiten beschouwing gelaten wegens schending van de goede procesorde. De rechtbank beoordeelt het geschil op basis van de stukken die wel tijdig zijn ingediend.
Belanghebbende betwist de bruikbaarheid van een referentiewoning, maar de rechtbank oordeelt dat deze woning voldoende vergelijkbaar is. De heffingsambtenaar heeft voldoende rekening gehouden met verschillen in objectkenmerken. De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond.
Vanwege de schending van de goede procesorde moet de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan belanghebbende vergoeden. De WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting blijven gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, maar de heffingsambtenaar moet het griffierecht vergoeden.