ECLI:NL:RBZWB:2026:5823
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende onderbouwing afnemend grensnut
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande semi-bungalow uit 1971 met een gebruikersoppervlakte van 239 m2, gelegen op een perceel van 1.119 m2. De heffingsambtenaar stelde voor het belastingjaar 2023 de WOZ-waarde van de woning vast op €550.000. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waarde, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij in beroep ging bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 17 maart 2026 werden de standpunten van partijen besproken. De heffingsambtenaar overhandigde een matrix met een getaxeerde waarde van €555.000, terwijl belanghebbende een waarde van €505.000 aanvoerde. De rechtbank oordeelde dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren, maar dat de uitleg over de berekening van het afnemend grensnut door de heffingsambtenaar onvoldoende inzichtelijk was, waardoor de overtuigingskracht van de matrix ontbrak.
Belanghebbende slaagde er niet in zijn lagere waarde aannemelijk te maken, omdat er onvoldoende bewijs was voor een ondergemiddelde staat van de woning. De rechtbank stelde daarom de WOZ-waarde in goede justitie vast op €538.000, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en bepaalde dat de aanslag OZB dienovereenkomstig wordt verminderd. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €538.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.