Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat het UWV niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar van 26 februari 2025 over een wijziging van een WIA-uitkering.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 27 augustus 2025 in gebreke heeft gesteld. Na het verstrijken van de wettelijke termijn is het beroep kennelijk gegrond verklaard zonder zitting.
De rechtbank legt het UWV op binnen vier maanden na verzending van het vonnis alsnog een besluit te nemen, rekening houdend met de noodzaak van zorgvuldige besluitvorming en het tekort aan verzekeringsartsen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd bij verdere overschrijding.
Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €467 aan eiseres. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen.