ECLI:NL:RBZWB:2026:5841
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag bpm wegens schending goede procesorde en termijnoverschrijding
Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag bpm van €6.962 opgelegd door de inspecteur. De inspecteur verklaarde de bezwaren ongegrond en handhaafde de aanslag. De rechtbank behandelde de beroepen op 21 oktober 2025 en constateerde dat de inspecteur de verweerschriften en stukken pas zes dagen voor de zitting had ingediend, ondanks herhaalde verzoeken om tijdige overlegging.
De rechtbank oordeelde dat dit handelen in strijd was met de goede procesorde, omdat belanghebbende hierdoor niet adequaat kon reageren op nieuwe standpunten over de handelsinkoopwaarde van de auto's. De stukken werden daarom als tardief beschouwd en buiten beschouwing gelaten. Door het ontbreken van de stukken was een juiste beoordeling van de aanslag niet mogelijk, wat leidde tot vernietiging van de naheffingsaanslag.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn van twee jaar voor de afhandeling van het bezwaar met achttien maanden was overschreden. Belanghebbende kreeg een immateriële schadevergoeding van €1.500, waarvan €250 voor rekening van de inspecteur en €1.250 voor rekening van de Staat. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag bpm en kent een immateriële schadevergoeding toe wegens schending van de goede procesorde en overschrijding van de redelijke termijn.