ECLI:NL:RBZWB:2026:5843
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen evenementenvergunning Tilburg
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 25 juni 2026 uitspraak gedaan over een verzoek om een voorlopige voorziening gericht tegen een evenementenvergunning voor een muziekfestival in Tilburg. De burgemeester had de vergunning op 16 juni 2026 verleend, waarna verzoeker bezwaar maakte en tevens vroeg om het evenement te laten afgelasten of aan te passen.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd ingediend nadat het evenement al was begonnen, waardoor de voorzieningenrechter uitsluitend een belangenafweging kon maken. Verzoeker stelde dat het hoge geluidsvolume zijn nachtrust ernstig verstoorde, ondanks gesloten ramen, en verwees naar tentamentijd en hoge temperaturen als extra omstandigheden die het belang van rust versterkten.
De vergunning stond het evenement toe tot middernacht op 26 en 27 juni 2026, waarna de geluidsoverlast aanzienlijk zou afnemen. De voorzieningenrechter wees erop dat de vergunning geluidsnormen bevat en dat handhaving bij overtreding aan de burgemeester toekomt. Het algemene belang van het doorgaan van het evenement onder de vastgestelde voorwaarden werd zwaarder gewogen dan het individuele belang van verzoeker.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend, en verzoeker werd geacht het griffierecht te voldoen. De uitspraak is bindend voor de voorlopige fase en staat geen hoger beroep of verzet toe.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de evenementenvergunning is afgewezen wegens onvoldoende aantoonbare onevenredige nachtrustverstoring.