Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de mondelinge behandeling van 10 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Indien na afloop van een voor bepaalde tijd van twee onderscheidenlijk vijf jaar of korter aangegane huur met dezelfde huurder aansluitend opnieuw een huurovereenkomst wordt aangegaan, wordt deze laatste overeenkomst opgevat als een verlenging voor onbepaalde tijd van eerstgenoemde huurovereenkomst.” Vervolgens staat er in de Memorie van Toelichting dat het voor verhuurders dus niet mogelijk is om eenzelfde huurder een reeks van deze tijdelijke huurovereenkomsten aan te bieden. Die situatie doet zich in deze zaak ook niet voor. De huurovereenkomst is namelijk niet gesloten aansluitend na afloop van een huurovereenkomst voor bepaalde tijd. Weliswaar bestond er direct voorafgaand aan de huurovereenkomst ook een huurovereenkomst tussen partijen, maar dat betrof een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd én voor een ander adres ( [adres 1] ). Daarom is van strijd met artikel 7:271 lid Pro 1 (oud) BW naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter geen sprake. Dat er anderszins sprake is van misbruik van recht of strijd met de redelijkheid en billijkheid heeft [bewindvoerderskantoor] vooralsnog ook niet voldoende aannemelijk gemaakt. Het verweer van [bewindvoerderskantoor] slaagt daarom niet.