Uitspraak
1.De stukken
2.De procesgang
3.Adviezen
4.Standpunt van partijen
5.Beoordeling
6.Beslissing
tweejaren;
aanmet de volgende voorwaarde:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is in juni 2024 veroordeeld tot een gevangenisstraf en tbs met voorwaarden wegens bedreiging en vernieling. De tbs zou eind juni 2026 aflopen, maar de officier van justitie verzocht om verlenging met twee jaar.
De reclassering adviseerde verlenging vanwege de nog lopende klinische behandeling en het ontbreken van een passende vervolgplek. Tevens werd een aanvullende voorwaarde voorgesteld om betrokkene te laten meewerken aan schuldhulpverlening en financiële transparantie.
De externe gedragsdeskundige constateerde een licht verstandelijke beperking, schizofreniespectrumstoornis en een stoornis in middelengebruik, met een laag-matig recidiverisico binnen het huidige kader, maar een hoog risico bij beëindiging van de tbs.
De verdediging stelde voor de tbs slechts met één jaar te verlengen gezien de positieve ontwikkelingen en motivatie van betrokkene. De rechtbank oordeelde echter dat de wettelijke criteria voor verlenging met twee jaar zijn vervuld, mede vanwege de noodzaak van verdere resocialisatie en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verlengde de tbs met twee jaar en voegde de gevraagde voorwaarde omtrent financiële medewerking toe, waarmee al in de praktijk werd voldaan.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de tbs met voorwaarden met twee jaar en voegt een voorwaarde toe omtrent financiële medewerking.