Uitspraak
1.[verzoeker 1] ,
[verzoeker 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekers, de kinderen van de overleden erflater, hadden de nalatenschap zuiver aanvaard. Na het overlijden van hun moeder in 2019, die echtgenote van de erflater was, ontvingen zij jarenlang teveel lijfrente-uitkeringen. Centraal Beheer stelde hen in december 2025 en januari 2026 aansprakelijk voor terugbetaling van deze teveel ontvangen bedragen.
Verzoekers waren niet op de hoogte van deze schuld en verzochten de kantonrechter om machtiging om alsnog beneficiair te aanvaarden, conform artikel 4:194a BW. Centraal Beheer reageerde niet op het verzoek, waardoor de kantonrechter aannam dat er geen bezwaar was.
De kantonrechter oordeelde dat verzoekers de schuld niet kenden en ook niet behoorden te kennen bij de zuivere aanvaarding. De brief van Centraal Beheer bevestigde dat het overlijden van de moeder niet bekend was bij de verzekeraar, waardoor ook de erfgenamen niet redelijkerwijs van de schuld op de hoogte konden zijn.
Daarom werd het verzoek toegewezen en werd verzoekers gemachtigd om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden. De kantonrechter wees erop dat zij nog een verklaring van beneficiaire aanvaarding moeten afleggen bij de griffie om de nalatenschap formeel beneficiair te aanvaarden.
Uitkomst: Verzoekers worden gemachtigd om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden wegens een onbekende schuld.