ECLI:NL:RBZWB:2026:5904

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
BRE 26/3247 PW VV
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening wegens niet-betaling vakantiegeld afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid

Verzoeker heeft een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg vanwege het niet betalen van vakantiegeld.

Volgens de Awb moet bij een verzoek om voorlopige voorziening een afschrift van het bezwaar- of beroepschrift en het bestreden besluit worden overgelegd. Verzoeker heeft dit besluit niet overgelegd, ondanks een schriftelijke herstelopdracht van de griffier.

Omdat verzoeker niet heeft gereageerd op het verzoek tot herstel, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Hierdoor wordt het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van het bestreden besluit.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/3247

uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 juli 2026 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg(college), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het niet betalen van vakantiegeld door het college.
1.1.
Op grond van artikel 8:83, derde lid van de Awb is een zitting achterwege gebleven.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Iemand die een verzoek om een voorlopige voorziening indient, moet een afschrift van het bezwaar- of beroepschrift en een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft (het besluit) overleggen. Dit staat in artikel 8:81, vierde lid, in samenhang met artikel 6:5, eerste lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de voorzieningenrechter - na een herstelmogelijkheid - het verzoek op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
2.1.
De voorzieningenrechter heeft op 18 juni 2026 een verzoekschrift ontvangen van verzoeker. Daarbij is het besluit waar dit verzoek betrekking op heeft niet overgelegd. De griffier heeft verzoeker bij brief van 18 juni 2026 verzocht om dit verzuim uiterlijk 25 juni 2026 te herstellen. Verzoeker is erop gewezen dat het verzoek anders niet-ontvankelijk verklaard kan worden.
2.2.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker tot op heden niet heeft gereageerd op de brief van de griffier van 18 juni 2026.

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 2 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.