ECLI:NL:RBZWB:2026:5905
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening Participatiewet wegens gebrek aan spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een uitkering op grond van de Participatiewet. Hij stelde afhankelijk te zijn van liefdadigheid en een schuld van €17.600,- te hebben opgebouwd. De voorzieningenrechter vroeg om nadere toelichting op het spoedeisend belang, inclusief een overzicht van de financiële situatie met bewijsstukken.
Verzoeker weigerde bankafschriften te overleggen vanwege privacy, maar gaf aan wekelijks een voedselpakket te ontvangen en uitstel van huurbetaling te hebben sinds 30 maart 2026. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende heeft onderbouwd dat hij niet kan wachten op de uitkomst van de bezwaarprocedure.
Omdat het gevraagde bewijs ontbrak en verzoeker geen alternatieve bewijsstukken aanleverde, kon niet worden aangenomen dat er sprake was van een acute noodsituatie die een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder toekenning van griffierechtvergoeding of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.