Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
verhuurderschap] en bewoonbaarheid.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De huurder vorderde dat verhuurder Laurentius gebreken aan de woning zou herstellen en dat de huurprijs zou worden verlaagd zolang herstel uitbleef. De Huurcommissie had eerder geoordeeld dat er geen lekkages waren, maar condensvorming door onvoldoende verwarming en ventilatie. De kantonrechter kon op basis van de feiten geen actieve lekkages vaststellen, hoewel een oude lekkage in het verleden wel vaststond.
De huurder stelde dat er lekkages waren aan het dak, de slaapkamers, ramen, schoorsteen en metselwerk, en dat dit het woongenot ernstig aantastte. Laurentius betwistte dit en verwees naar herstelwerkzaamheden en het rapport van de Huurcommissie. De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende bewijs was geleverd voor actieve lekkages en dat de vochtplekken ook konden worden verklaard door condensatie. De vordering tot herstel werd daarom afgewezen.
Wel werd erkend dat er in het verleden een substantiële lekkage was geweest, die het huurgenot aantastte. Daarom werd een tijdelijke huurprijsvermindering van 10% toegekend over de periode van 1 december 2024 tot 1 april 2025. De kosten van het bouwkundig onderzoek werden niet toegewezen en de huurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Herstelvordering afgewezen wegens ontbreken actieve lekkages, maar tijdelijke huurprijsvermindering van 10% toegekend voor oude lekkage van december 2024 tot april 2025.