Uitspraak
datum : 25 juni 2026
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 25 juni 2026 een beschikking gegeven op een verzoek tot machtiging van een schenking. De bewindvoerder en betrokkene vroegen achteraf toestemming voor een schenking die reeds in 2024 was gedaan, waarbij elk van de twee kinderen van betrokkene een bedrag van €31.813 ontving.
Tijdens de mondelinge behandeling op 16 juni 2026 is vastgesteld dat betrokkene voldoende wilsbekwaam is om zelfstandig over deze schenking te beslissen. Dit betekent dat betrokkene in staat is de gevolgen van de schenking te overzien en te begrijpen.
Op grond hiervan heeft de kantonrechter het verzoek toegewezen en de machtiging achteraf verleend. De beschikking is openbaar uitgesproken en kan binnen drie maanden door belanghebbenden worden aangevochten via hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, uitsluitend via een advocaat.
Uitkomst: De kantonrechter verleent achteraf machtiging voor de in 2024 gedane schenking aan de kinderen omdat betrokkene voldoende wilsbekwaam is.