ECLI:NL:RBZWB:2026:5968

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
11824814 CV EXPL 25-2549 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Badal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 BWArt. 7:17 BWArt. 7:750 BWArt. 7:758 lid 3 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Keukenstunter moet gebreken keuken herstellen voor betaling resterende koopsom

Eiseres sloot op 27 oktober 2022 een overeenkomst met Keukenstunter Gorinchem B.V. voor levering en montage van een keuken en vloer. Na levering ontstonden geschillen over gebreken aan het keukenblad en de plinten, en over de betaling van het resterende bedrag van €5.636,00. Eiseres stelde dat zij pas hoefde te betalen nadat de keuken volledig en deugdelijk was gemonteerd, terwijl Keukenstunter betaling eiste voordat herstel zou plaatsvinden.

De rechtbank oordeelde dat partijen een nadere betalingsafspraak hadden gemaakt waarbij betaling pas na volledige en correcte montage verschuldigd was. Keukenstunter was tekortgeschoten door niet tijdig de afgesproken spatranden te plaatsen en de plinten conform overeenkomst aan te passen. Daarnaast erkende Keukenstunter andere gebreken die hersteld moesten worden.

De kantonrechter veroordeelde Keukenstunter om binnen tien weken de gebreken te herstellen en de keuken conform de overeenkomst af te ronden. Tevens werd een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €20.000 opgelegd. De vordering van Keukenstunter tot betaling van het openstaande bedrag werd afgewezen omdat de betaling niet opeisbaar was zolang de keuken niet correct was geleverd. Keukenstunter werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Keukenstunter moet binnen tien weken de gebreken herstellen voordat eiseres de resterende koopsom betaalt; vordering tot betaling afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11824814 \ CV EXPL 25-2549
Vonnis van 24 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. L.J. Verheij,
tegen
KEUKENSTUNTER GORINCHEM B.V.,
te Gorinchem,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Keukenstunter Gorinchem B.V.,
gemachtigde: mr. J.H. Bargeman.

1.De zaak in het kort

1.1.
[eiser] heeft met Keukenstunter een overeenkomst gesloten voor de levering en montage van een vloer en een keuken. [eiser] stelt dat er gebreken zijn en zij wil dat Keukenstunter die gebreken herstelt voordat zij de volledige koopsom betaalt. Keukenstunter voert hiertegen verweer en eist in reconventie betaling van het openstaande deel van de koopsom. Keukenstunter betwist een deel van de door [eiser] gestelde gebreken en stelt dat [eiser] eerst moet betalen voordat Keukenstunter overgaat tot herstel van de gebreken. De kantonrechter wijst de vorderingen in conventie toe en wijst de vorderingen in reconventie af. Hierna zal worden uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 29 juli 2025 met producties 1 tot en met 11;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties 1 en 2;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 12 tot en met 15;
- de akte overlegging producties 3 tot en met 6 aan de zijde van Keukenstunter;
- de mondelinge behandeling van 10 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Keukenstunter is een keukenverkoper.
3.2.
Op 27 oktober 2022 heeft [eiser] een overeenkomst gesloten met Keukenstunter voor de levering en montage van een vloer en keuken.
3.3.
Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. Daarin is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:

Artikel 6 Betaling Pro en incassokosten
1. Betaling van het verkoopbedrag minus een eventueel voldaan aanbetalingsbedrag dient
contant en/of per PIN te geschieden voorafgaand aan levering zonder dat enig beroep kan
worden gedaan op opschorting, compensatie, aftrek, tenzij uitdrukkelijk anders is
overeengekomen. Als datum van betaling geldt de dag waarop de betaling in onze kas is
gestort, resp. wij van de bank of girodienst de bevestiging van de ontvangst van de betaling
hebben ontvangen. Het tijdstip van geven van de betalingsopdracht door de koper of van
uitvoering door diens bank of girodienst is hiervoor niet bepalend.
(...)
Artikel 8 Garanties Pro, onderzoek en reclames
(...)
7. Indien vaststaat dat een zaak gebrekkig is en dienaangaande tijdig is gereclameerd, dan
zal Keukenstunter de gebrekkige zaak binnen redelijke termijn na retourontvangst daarvan
danwel, indien retournering redelijkerwijze niet mogelijk is, schriftelijke kennisgeving ter
zake van het gebrek door de Klant, ter keuze van Keukenstunter, vervangen of zorgdragen
voor het herstel daarvan danwel vervangende vergoeding daarvoor aan de Klant voldoen.
In geval van vervanging is de Klant gehouden om de vervangen zaak aan Keukenstunter
te retourneren en de eigendom daarover aan Keukenstunter te verschaffen, tenzij
Keukenstunter anders aangeeft.
(…)
3.4.
Keukenstunter heeft verschillende orders opgemaakt en verstuurd aan [eiser] . Op 27 oktober 2022 is een order opgemaakt waarin een koopsom van € 37.630,00 is opgenomen. Vervolgens is diezelfde dag een nieuwe order opgemaakt met als koopsom € 28.400,00.
3.5.
Op 29 oktober 2022 is een gewijzigde order opgemaakt waarin een koopsom van € 30.071,00 is opgenomen. Diezelfde dag heeft [eiser] in de winkel van Keukenstunter een contante aanbetaling gedaan van € 5.000,00. Vervolgens heeft Keukenstunter aan [eiser] een gewijzigde order gestuurd met een orderbedrag van € 25.071,00. Bij deze gewijzigde offerte heeft Keukenstunter een e-mailbericht aan [eiser] verzonden met de tekst: “
dit betreft de gewijzigde order n.a.v. de aanbetaling van €5000.”
3.6.
Op 10 juli 2023 is een gewijzigde order opgemaakt met als koopsom € 27.636,00.
3.7.
Op 4 november 2023 heeft [eiser] € 10.000,00 aan Keukenstunter betaald en op 27 november 2023 heeft [eiser] aan Keukenstunter een bedrag van € 12.000,00 voldaan.
3.8.
In april 2024 is een medewerker van de leverancier van de keuken bij [eiser] thuis geweest om een inventarisatie te maken van gebreken.
3.9.
Op 30 juni 2024 heeft Keukenstunter per e-mail aan [eiser] bericht dat de leverancier van de keuken spatranden zal leveren om de kieren achter het keukenblad weg te werken. Daarnaast heeft Keukenstunter toegezegd zelf de plinten te monteren en de overige onderdelen te vervangen.
3.10.
Op 7 juli 2024 heeft [eiser] per e-mail aan Keukenstunter gevraagd naar de datum voor het afronden van de keuken. Naar aanleiding hiervan is een afspraak ingepland bij [eiser] thuis om de keuken samen met Keukenstunter en de leverancier te bekijken.
3.11.
Keukenstunter heeft op 23 juli 2024 het volgende e-mailbericht gestuurd aan [eiser] :

Geachte [familie] ,
Er staat nog een bedrag open van €5636 op [factuur] .
We willen u verzoeken dit over te maken naar ons.
Zodra de smetplinten binnen zijn zullen wij alle onderdelen komen bezorgen en een datum inplannen met u voor de resterende werkzaamheden.
Mocht u naar aanleiding van deze e-mail nog vragen en/of opmerkingen hebben horen wij dat graag.
Met vriendelijke groet,
[persoon]
3.12.
Op 8 september 2024 heeft Keukenstunter per e-mail het volgende bericht aan [eiser] :

Goedemiddag,
We hebben nog steeds geen volledige betaling van u ontvangen voor [factuur] . Ik wil u er nogmaals op wijzen dat we geen service zullen uitvoeren zolang dit bedrag openstaat. Graag zien we de betaling uiterlijk dinsdag 10-sep binnenkomen zodat alle geplande werkzaamheden voortgezet kunnen worden.(…)
3.13.
Op 24 september 2024 heeft een afspraak plaatsgevonden in de woning van [eiser] , waarbij Keukenstunter en de leverancier aanwezig zouden zijn. De leverancier was verschenen om de spatranden te monteren. Keukenstunter was niet verschenen. De spatranden zijn die dag niet geplaatst.
3.14.
Op 26 september 2024 heeft [eiser] een ingebrekestelling verzonden naar Keukenstunter, waarin zij een termijn van zeven weken heeft gegeven om de keuken te herstellen en af te ronden.
3.15.
Op 15 november 2024 heeft de gemachtigde van [eiser] Keukenstunter gesommeerd om de gebreken te herstellen.
3.16.
Op 16 november 2024 heeft Keukenstunter het volgende bericht aan [eiser] :

Goedemiddag,
Bedankt voor uw email. We hebben getracht om deze kwestie netjes op te lossen ondanks dat uw cliënt in gebreke is. Het bedrag voor de keuken had volgens de aangegane overeenkomst volledig betaald dienen te zijn voordat er überhaupt geleverd of gemonteerd zou worden door Keukenstunter. Dit bedrag staat nog steeds open ondanks toezeggingen van uw cliënt dat dit betaald zou worden.
Daarbij staan er ook nog zoveel onwaarheden dat ik mij echt mij echt afvraag waarom de klant ervoor kiest om bewust sommige feiten te verdraaien. We hebben heel veel coulance getoond en heel veel geduld getoond aan deze mensen maar ergens houdt het ook op voor ons. We zullen daarom ook absoluut niets uitleveren, monteren of in behandeling nemen zolang dit bedrag niet volledig is betaald aan ons.
Aangezien uw cliënt ervoor kiest om u in te schakelen i.p.v. het netjes met ons op te lossen en ervoor kiest om niet te betalen ondanks dat dit wel in de winkel mondeling was beloofd, zullen wij deze kwestie ook aanmelden bij onze juridische dienstverlener. U kunt binnen nu en 3 weken een email verwachten van degene die dit dossier in behandeling zal nemen.
Ik geef uw client nog een kans om het volledige openstaande bedrag over te maken naar ons binnen 7 dagen. In dat geval zullen wij begin december het volgende uitvoeren:
• De stollenwand naast de vaatwasser vervangen
• Het ladefront vervangen
• De wandplank vervangen
• De vaatwasser aansluiten
• De vermaler nakijken en indien nodig de leverancier inschakelen
• Er is nooit een werkblad in verstek verkocht, dit staat vanaf de eerste orderafdruk (27-10-2022) ook zo vermeld op de order, en de bewering van de klant hiervoor is niets anders dan glashard liegen/verdraaien. Hier gaan wij helemaal niets mee doen verder.
• De plinten zijn in verschillende hoogtes omdat dit ook zo is verkocht en afgesproken met de klant vanaf de eerste tekening en orderafdruk. Dit kon ook niet anders i.v.m. het schuine dak. Dat uw cliënt nu dit aanvoert als mankement is werkelijk onvoorstelbaar en toont aan hoe onbetrouwbaar de klant is. Hier gaan wij helemaal niets mee doen verder.
• De hoogte van de keuken is exact zoals overeengekomen. Hier gaan wij helemaal niets mee doen verder.
• Het keukenblad was ingemeten door de werkbladenleverancier en zij hebben iom ons en met de klant een oplossing geboden waar uw client mee akkoord is gegaan.
Als uw client niet binnen 7 dagen het openstaande bedrag á €5636 overmaakt naar ons, dan zullen wij ook geen verdere medewerking tonen en deze zaak juridisch laten escaleren.”

4.Het geschil

in conventie
4.1.
[eiser] vordert - samengevat - uitvoerbaar bij voorraad:
I. Keukenstunter te veroordelen om binnen twee weken na het vonnis de ontbrekende onderdelen te hebben afgeleverd, de afgeleverde zaak/zaken te hebben hersteld, althans voor zover nodig de reeds geleverde onderdelen te hebben vervangen, en de keuken conform de overeenkomst van 23 juli 2024 volledig en deugdelijk te monteren, zulks met bepaling dat een dwangsom verschuldigd is van een bedrag van € 100,00 per dag met een maximum van € 20.000,00 indien Keukenstunter niet binnen twee weken na dagtekening van het vonnis aan de veroordeling heeft voldaan.
II. Keukenstunter te veroordelen om de proceskosten te betalen vermeerderd met de wettelijke rente.
4.2.
[eiser] legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. De geleverde keuken voldoet niet aan de overeenkomst en is non-conform. [eiser] hoeft het restant van de koopsom pas te betalen als Keukenstunter tot correcte montage van de keuken overgaat. De weigering van Keukenstunter om tot herstel en afronding over te gaan, vormt een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door Keukenstunter.
4.3.
Keukenstunter voert verweer en voert het volgende aan. Keukenstunter betwist een deel van de door [eiser] gestelde gebreken. Voor de door Keukenstunter erkende gebreken geldt dat [eiser] eerst het restant van de koopsom moet betalen, alvorens Keukenstunter overgaat tot herstel van deze gebreken.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
4.5.
Keukenstunter vordert - samengevat – uitvoerbaar bij voorraad [eiser] te veroordelen om aan Keukenstunter te betalen een bedrag van € 5.636,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2024 en [eiser] te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
4.6.
Keukenstunter legt daar het volgende aan ten grondslag. Door het resterende bedrag van € 5.636,00 niet te betalen, verkeert [eiser] in schuldeisersverzuim. Keukenstunter heeft haar verplichtingen terecht opgeschort.
4.7.
[eiser] voert verweer en stelt dat zij haar betalingsverplichting terecht heeft opgeschort.
4.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling in conventie en in reconventie

5.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze gezamenlijk worden behandeld.
Kwalificatie van de overeenkomst
5.2.
Met de aanvaarding van de offerte door [eiser] is tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen die kwalificeert als een gemengde overeenkomst. Ingevolge deze overeenkomst is Keukenstunter gehouden om de in de offerte omschreven keuken te leveren en te plaatsen. De levering van deze zaken betreft een consumentenkoop, nu Keukenstunter handelt in de uitoefening van haar bedrijf en [eiser] als koper een natuurlijk persoon is. Voor wat betreft de montage daarvan is er sprake van aanneming van werk. Op grond van artikel 7:5 lid 4 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) zijn de bepalingen van consumentenkoop in artikel 7:5 e.v. BW en die betreffende aanneming van werk in artikel 7:750 e.v. BW naast elkaar van toepassing, waarbij in geval van onderlinge strijdigheid de artikelen inzake consumentenkoop prevaleren.
Welk bedrag staat nog open?
5.3.
Partijen zijn in geschil over de vraag welk bedrag van de koopsom nog openstaat. [eiser] stelt dat er nog een bedrag van € 636,00 resteert. Keukenstunter maakt daarentegen aanspraak op een openstaand bedrag van € 5.636,00. Tussen partijen staat vast dat [eiser] op 29 oktober 2022 een contante aanbetaling heeft gedaan van € 5.000,00.
5.4.
[eiser] stelt dat het bedrag van € 5.000,00 in mindering moet worden gebracht op het uiteindelijke orderbedrag, waardoor het resterende saldo € 636,00 bedraagt. Volgens Keukenstunter is de aanbetaling reeds in het orderbedrag verwerkt, waardoor [eiser] nog een bedrag van € 5.636,00 verschuldigd is. Keukenstunter voert daartoe het volgende aan. [eiser] heeft op 29 oktober 2022 in de winkel van Keukenstunter verzocht om enkele toevoegingen aan de order. De gewijzigde ordersom kwam hiermee uit op een bedrag van € 30.071,00. Door [eiser] is vervolgens een bedrag van € 5.000,00 aanbetaald. Op basis hiervan heeft Keukenstunter een gewijzigde order opgemaakt met een resterend saldo van € 25.071,00. De totale koopsom bleef hiermee ongewijzigd € 30.071,00. Bij deze gewijzigde offerte heeft Keukenstunter een e-mailbericht aan [eiser] verzonden met de tekst: “
dit betreft de gewijzigde order n.a.v. de aanbetaling van €5000.” Na nadere wijzigingen is het orderbedrag gewijzigd naar € 27.636,00. De aanbetaling was in dit orderbedrag reeds verwerkt waardoor de werkelijke koopsom € 32.636,00 bedroeg. Daarom moet [eiser] nog steeds € 5.636,00 betalen. Daarnaast wijst Keukenstunter erop dat [eiser] op geen enkel moment bezwaar heeft gemaakt op de verwerking van de aanbetaling en de orderbevestigingen.
5.5.
De kantonrechter overweegt dat Keukenstunter de stelling van [eiser] , dat een bedrag van € 5.000,00 in mindering moet worden gebracht op de resterende koopsom, voldoende gemotiveerd heeft betwist. Nadat [eiser] de contante aanbetaling had verricht, heeft Keukenstunter een gewijzigde order opgemaakt waarin expliciet is vermeld dat de aanbetaling daarin is verwerkt. [eiser] heeft hiertegen destijds geen bezwaar gemaakt. Ook bij de daaropvolgende gewijzigde order is de aanbetaling verwerkt in het orderbedrag. Dit betekent dat het resterende bedrag € 5.636,00 bedraagt.
5.6.
De vraag die vervolgens moet worden beantwoord, is wie van de partijen als eerste moet presteren, waarbij het erom gaat of [eiser] eerst het resterende bedrag van € 5.636,00 moet betalen of dat Keukenstunter eerst tot herstel over moet gaan.
Betalingsafspraak
5.7.
Volgens [eiser] is een van de overeenkomst afwijkende afspraak gemaakt over de betaling. Zij voert het volgende aan. Op 27 november 2023 is [eiser] naar de winkel van Keukenstunter gegaan en is met Keukenstunter afgesproken dat [eiser] een deel van de koopsom, namelijk € 5.636,00, pas zou betalen als de keuken volledig zou zijn geleverd en deugdelijk gemonteerd. Aanleiding hiervoor was de kort daarvoor door Keukenstunter gebrekkig gelegde pvc-vloer, waardoor [eiser] het vertrouwen in Keukenstunter was verloren. Het bestaan van deze afspraak volgt ook uit het feit dat de keuken in februari 2024 is geleverd en gedeeltelijk gemonteerd, terwijl de aankoopsom nog niet volledig door [eiser] betaald was, geheel conform afspraak. Op 16 april 2024 is [eiser] opnieuw naar de winkel van Keukenstunter gegaan om haar klachten kenbaar te maken. Tijdens dit bezoek is door Keukenstunter nogmaals bevestigd dat [eiser] gerechtigd was om een bedrag van € 5.636,00 onbetaald te laten totdat de keuken door Keukenstunter deugdelijk gemonteerd zou zijn.
5.8.
Keukenstunter betwist dat deze afspraak is gemaakt en voert het volgende aan. Normaal wordt na opdrachtverlening door de klant een aanbetaling gedaan ter hoogte van 30% van de totale order. Daarna wordt de keuken definitief ingemeten. Het restant wordt vervolgens voor levering betaald. In dit geval was er echter sprake van een afwijkende situatie. Het keukenblad kon na opdracht nog niet worden ingemeten en besteld. Dit was pas mogelijk nadat de keukenkasten bij [eiser] waren gemonteerd. Gelet op de geuite klachten en het feit dat het keukenblad nog moest worden ingemeten, is afgesproken dat een bedrag van totaal € 22.000,00 zou worden voldaan voorafgaand daaraan en een resterend bedrag van € 5.636,00 pas nadat het keukenblad ingemeten zou zijn en een leverdatum bekend zou zijn. [eiser] heeft zich echter niet aan deze afspraak gehouden en heeft genoemd bedrag niet voldaan nadat een leveringsdatum bekend was.
5.9.
De kantonrechter is van oordeel dat Keukenstunter de door [eiser] gestelde afwijkende betalingsafspraak onvoldoende gemotiveerd heeft betwist en overweegt daartoe als volgt. Vaststaat dat de keuken in februari 2024 geleverd en gedeeltelijk is gemonteerd, terwijl [eiser] de koopsom op dat moment nog niet volledig had voldaan. Keukenstunter heeft ter zitting verklaard dat zij de keuken al volledig heeft geleverd zonder dat er was betaald, met uitzondering van enkele onderdelen die vervangen moesten worden. Uit deze feitelijke gedragingen en verklaring van Keukenstunter leidt de kantonrechter af dat partijen zijn overeengekomen dat betaling pas na volledige en deugdelijke levering hoefde plaats te vinden. Daarbij weegt mee dat Keukenstunter tot het e-mailbericht van 8 september 2024 geen aanspraak heeft gemaakt op tussentijdse betaling. Dat afgesproken was dat het resterende bedrag pas betaald hoefde te worden nadat het keukenblad ingemeten zou zijn en een leverdatum bekend zou zijn, komt niet overeen met de feitelijke gedragingen. De kantonrechter concludeert dan ook dat sprake is van een nadere betalingsafspraak waaraan Keukenstunter niet heeft voldaan en waardoor [eiser] terecht de betaling heeft opgeschort.
Gebreken
5.10.
Vervolgens dient te worden beoordeeld of sprake is van gebreken die moeten worden hersteld door Keukenstunter en of de keuken hierdoor non-conform is in de zin van artikel 7:17 BW Pro. De kantonrechter zal eerst de twee gebreken bespreken waarover partijen twisten. Vervolgens zal kort worden ingegaan op de gebreken die door Keukenstunter worden erkend.
Keukenblad
5.11.
[eiser] stelt dat het keukenblad ondeugdelijk is gemonteerd en voert daartoe het volgende aan. Het keukenblad is op 14 februari 2024 onjuist ingemeten door de leverancier van de keuken, wat te wijten is aan het feit dat Keukenstunter niet aan de leverancier heeft doorgegeven dat het werkblad aan moest sluiten op de schuine achterwand. Daardoor sluit het keukenblad niet goed aan op de schuine achterwand en zijn er gaten en kieren zichtbaar bij de wanden. In de overeenkomst heeft Keukenstunter vastgelegd dat de achterwand van het werkblad wordt afgewerkt en dat is niet deugdelijk gebeurd. Ook staat in de order dat bij het werkblad sprake is van een “afgewerkte kant achterwand”. [eiser] mocht er dus op vertrouwen dat Keukenstunter een blad zou monteren dat zou aansluiten op de schuine achterwand. De leverancier heeft in overleg met Keukenstunter als oplossing aangedragen om spatranden te plaatsen, om zo de ontstane gaten en kieren weg te werken. Daar is [eiser] mee akkoord gegaan onder de voorwaarde dat dit het probleem naar tevredenheid zou oplossen. Mocht dat niet het geval zijn, heeft zij zich het recht voorbehouden om alsnog herstel te vorderen. De leverancier heeft met Keukenstunter afgesproken dat Keukenstunter eerst de keuken verder zou afwerken. Dat heeft Keukenstunter nagelaten, waardoor de spatranden vervolgens niet geplaatst konden worden. De gaten en kieren zijn nog steeds zichtbaar bij de wanden.
5.12.
Keukenstunter betwist dit en voert het volgende aan. Zoals in de opdrachtbevestiging is vermeld, had [eiser] ervoor moeten zorgen dat de wanden van de ruimten vlak en waterpas zijn en de hoeken haaks. Ook in de opdrachtbevestiging staat vermeld bij het te leveren werkblad dat de hoekkoppeling haaks wordt aangeleverd en dus niet in verstek. Bij het inmeten en bestellen van het blad hoefde Keukenstunter dan ook geen rekening te houden met het feit dat er sprake is van een schuine wand. Keukenstunter heeft aangeboden om spatranden te leveren om de naden weg te werken. Daar heeft [eiser] mee ingestemd waardoor zij niet kan vorderen dat het keukenblad op basis van de kieren wordt aangepast of vervangen.
5.13.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Keukenstunter heeft terecht gewezen op de overeenkomst waarin is vermeld dat de wanden vlak- en waterpas en haaks dienen te zijn. Vaststaat echter dat partijen een nadere afspraak hebben gemaakt. Ter oplossing van de ontstane kieren en gaten is overeengekomen dat Keukenstunter spatranden zou plaatsen om de naden weg te werken. Keukenstunter is deze afspraak niet nagekomen. De keuken is immers niet verder afgewerkt en de spatranden zijn niet geplaatst. Keukenstunter is daarom gehouden deze nadere afspraak na te komen en dient dus alsnog de spatranden te plaatsen.
Hoogte plinten en keuken
5.14.
Het tweede gebrek waar partijen over twisten is de plinthoogte en de hoogte van de keuken.
5.15.
[eiser] stelt dat in de overeenkomst is opgenomen dat de plinthoogte overal 170 mm bedraagt. In de huidige situatie heeft de ene plint echter een hoogte van 170 mm en de andere plint een hoogte van 120 mm. Dit zorgt ervoor dat de kasten aan niet aansluiten op het plafond. Vier van de vijf geleverde plinten zouden conform afspraak 170 mm hoog zijn. De vijfde plint van 120 mm is door [eiser] als extra plint besteld om, vanwege de overeenkomende kleur, eventueel boven de hoge keukenkasten te gebruiken. Deze lagere plint is onder een kast geplaatst die niet tegen de schuine wand staat en zich op grote afstand van de dwarsbalken bevindt.
5.16.
Keukenstunter betwist het door [eiser] gestelde gebrek. Keukenstunter erkent dat er hoogteverschillen in de plinten zijn, maar voert aan dat deze noodzakelijk waren vanwege de aanwezige balken over de schuinte van de wand. Dit is verwerkt in de tekeningen behorende bij het leidingschema. Keukenstunter heeft dit ook telefonisch besproken met [eiser] en heeft toen toegelicht dat de hoogte van 120 mm nodig was voor een juiste aansluiting. [eiser] is daarmee akkoord gegaan. Verder voert Keukenstunter aan dat partijen niet zijn overeengekomen dat de keuken tot het plafond zou reiken. Het is gelet op de schuinte van het plafond en de houten dwarsbalken ook onmogelijk om de kasten te laten aansluiten op het plafond. Bovendien stelt Keukenstunter dat [eiser] hierover bij het moment van oplevering nooit heeft geklaagd en dat Keukenstunter op grond van artikel 7:758 lid 3 van Pro het BW dan ook niet meer aansprakelijk kan worden gehouden voor dit punt.
5.17.
[eiser] betwist het voorgaande en voert aan dat het leidingschema niet leidend is voor de maten van de keuken en bovendien niet bindend is. Verder is het leidingschema niet correct omdat de kast in het leidingschema tegen de schuine wand aan staat, maar uiteindelijk niet zo is geplaatst. Er hoefde dus geen rekening gehouden te worden met dwarsbalken of een schuine wand, waardoor het argument dat de plinten vanwege de schuine wand lager geplaatst moesten worden, geen stand kan houden. Ten aanzien van het beroep op artikel 7:758 lid 3 BW Pro voert [eiser] aan dat er nog niet is opgeleverd waardoor [eiser] wel degelijk Keukenstunter aansprakelijk kan stellen.
5.18.
De kantonrechter overweegt als volgt. Zoals [eiser] terecht heeft aangevoerd, kan Keukenstunter zich niet beroepen op artikel 7:758 lid 3 BW Pro omdat een oplevering nog niet heeft plaatsgevonden. Vervolgens ligt de vraag voor wat partijen zijn overeengekomen met betrekking tot de hoogte van de plinten. Als uitgangspunt geldt dat de overeenkomst leidend is. In deze overeenkomst is opgenomen dat vier plinten een hoogte van 170 mm bedragen en één plint een hoogte van 120 mm. Keukenstunter heeft gewezen op de tekening bij het leidingschema waarin een plinthoogte van 120 mm staat vermeld. Bij deze tekening staat echter expliciet vermeld dat deze niet bindend is. Verder stelt Keukenstunter dat [eiser] telefonisch akkoord is gegaan met een plinthoogte van 120 mm waarmee partijen een nadere afspraak zouden hebben gemaakt die afwijkt van de overeenkomst. Dit is echter, gelet op de betwisting door [eiser] , onvoldoende onderbouwd door Keukenstunter. Dat betekent dat de oorspronkelijke overeenkomst, waarin vier plinten van 170 mm zijn opgenomen, leidend blijft. Hoewel tussen partijen niet expliciet is overeengekomen dat de keuken tot het plafond zou reiken, mocht [eiser] redelijkerwijs verwachten dat, vanwege het overeenkomen van een hoogte van 170 mm, de kasten tot aan het plafond zouden reiken. Omdat Keukenstunter lagere plinten heeft geplaatst dan is overeengekomen, is zij tekortgeschoten. Keukenstunter dient de plinten alsnog conform de overeenkomst aan te passen tot 170 mm. Dit herstel komt voor rekening en risico van Keukenstunter.
Overige gebreken
5.19.
De volgende gebreken zijn door Keukenstunter erkend en moeten door Keukenstunter worden hersteld voordat [eiser] het resterende bedrag hoeft te betalen. De scheve ladefront zal worden vervangen. De beschadigde wandplank zal worden vervangen en gemonteerd. Ook zal de vaatwasser worden aangesloten en het ontbrekende ladefront bij de vaatwasser worden geplaatst. Daarnaast is door Keukenstunter toegezegd de niet-aangesloten vermaler te controleren en indien nodig te herstellen.
Hersteltermijn
5.20.
De kantonrechter bepaalt een hersteltermijn van tien weken om Keukenstunter in de gelegenheid te stellen om de hiervoor genoemde gebreken te herstellen.
Dwangsom
5.21.
Als prikkel voor Keukenstunter om de veroordeling in het dictum na te komen, zal de kantonrechter, zoals gevorderd en niet betwist, hieraan een dwangsom verbinden van
€ 100,00 per dag met een maximum van € 20.000,00 dat zij hiermee in gebreke blijft.
De vordering in reconventie wordt afgewezen
5.22.
Keukenstunter vordert in reconventie veroordeling van [eiser] tot betaling van het openstaande bedrag van € 5.636,00. Keukenstunter legt hieraan ten grondslag dat [eiser] gehouden is eerst over te gaan tot betaling voordat Keukenstunter gehouden is tot herstel van de gebreken. De kantonrechter overweegt als volgt. Zoals in conventie reeds is overwogen, zijn partijen overeengekomen dat volledige betaling pas verschuldigd is ná correcte levering en montage van de keuken. Nu vaststaat dat Keukenstunter nog niet correct heeft geleverd, is de vordering tot betaling van € 5.636,00 niet opeisbaar. De vordering in reconventie wordt daarom afgewezen.
De proceskosten
5.23.
Keukenstunter Gorinchem B.V. is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden in conventie begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
90,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.102,04
5.24.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in conventie wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5.25.
Keukenstunter wordt daarnaast veroordeeld in de proceskosten in reconventie. De kosten in reconventie worden begroot op € 180,00 (0,5 punt x € 360,00).

6.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
6.1.
veroordeelt Keukenstunter om de gebreken zoals benoemd onder randnummers 5.13, 5.18 en 5.19 binnen tien weken te herstellen en de keuken daarmee conform de overeenkomst volledig en deugdelijk te monteren,
6.2.
veroordeelt Keukenstunter om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere dag dat zij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 20.000,00 is bereikt,
6.3.
veroordeelt Keukenstunter in de proceskosten van € 1.102,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in reconventie
6.4.
wijst de vorderingen van Keukenstunter af,
6.5.
veroordeelt Keukenstunter in de proceskosten van € 180,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in reconventie
6.6.
veroordeelt Keukenstunter tot betaling van de kosten van betekening als Keukenstunter niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.7.
veroordeelt Keukenstunter tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.8.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 6.1, 6.2, 6.3, 6.5, 6.6 en 6.7 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
6.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Badal en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.