Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
2.Wat vaststaat
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
tot en met 9 juli 2026.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 9 januari 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor betrokkene, geboren in 1949, die verblijft in een zorginstelling te [plaats 2]. Betrokkene lijdt aan vasculaire dementie, vastgesteld in februari 2025, en vertoont ernstig zorgmijdend en verward gedrag met risico op lichamelijk letsel, verwaarlozing en ondervoeding.
Betrokkene verzet zich tegen opname en verblijf, wat door de rechtbank als verzetscriterium wordt aangemerkt. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar; thuiszorg en andere maatregelen boden onvoldoende veiligheid of werden afgewezen. De opname in de zorginstelling is noodzakelijk en geschikt om ernstig nadeel te voorkomen.
De rechtbank verleent daarom de machtiging voor de duur van zes maanden, ingaande 9 januari 2026 tot en met 9 juli 2026. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter De Beer, met mogelijkheid tot cassatie.
Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden verleend wegens ernstig nadeel en verzet.