ECLI:NL:RBZWB:2026:598
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- De Beer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voortzetting inbewaringstelling wegens reeds verleende rechterlijke machtiging
Betrokkene verblijft sinds 7 januari 2026 in een accommodatie op grond van een inbewaringstelling door de burgemeester van een gemeente. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van deze inbewaringstelling voor zes weken.
Tijdens de zitting op 9 januari 2026, waarbij betrokkene werd bijgestaan door een advocaat en tolk, werd het verzoek gelijktijdig behandeld met een ander verzoek tot rechterlijke machtiging tot opname en verblijf. De rechtbank verleende bij een separate beslissing een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden.
Gezien deze machtiging tot opname en verblijf is het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling niet meer van belang en werd het afgewezen. De beschikking werd mondeling gegeven en op 23 januari 2026 schriftelijk vastgelegd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen wegens reeds verleende rechterlijke machtiging tot opname en verblijf.