ECLI:NL:RBZWB:2026:598

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
C/02/443769 / FA RK 26-100
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voortzetting inbewaringstelling wegens reeds verleende rechterlijke machtiging

Betrokkene verblijft sinds 7 januari 2026 in een accommodatie op grond van een inbewaringstelling door de burgemeester van een gemeente. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van deze inbewaringstelling voor zes weken.

Tijdens de zitting op 9 januari 2026, waarbij betrokkene werd bijgestaan door een advocaat en tolk, werd het verzoek gelijktijdig behandeld met een ander verzoek tot rechterlijke machtiging tot opname en verblijf. De rechtbank verleende bij een separate beslissing een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden.

Gezien deze machtiging tot opname en verblijf is het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling niet meer van belang en werd het afgewezen. De beschikking werd mondeling gegeven en op 23 januari 2026 schriftelijk vastgelegd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen wegens reeds verleende rechterlijke machtiging tot opname en verblijf.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/443769 / FA RK 26-100
Datum uitspraak: 9 januari 2026
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1949 in [geboorteplaats] , Albanië,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in de [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat: mr. M.W. Dieleman uit Middelburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van 8 januari 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 8 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 januari 2026, in de hierboven genoemde accommodatie. Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk in de Albanese taal;
- [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde;
- [persoon 2] , coördinator welbevinden.
Verschenen, maar niet gehoord, is:
- mevrouw [persoon 3] , specialist ouderengeneeskunde in opleiding.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in [accommodatie] te [plaats 2] . De burgemeester van [plaats 1] heeft de inbewaringstelling op 7 januari 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.

4.De beoordeling

4.1
Gelet op de nauwe samenhang van dit verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van betrokkene met het verzoek tot het verlenen van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van betrokkene in de zaak met kenmerk C/02/443090 / FA RK 25-6474, zijn deze verzoeken gelijktijdig tijdens de zitting op 9 januari 2026 behandeld.
4.2
Bij separate beslissing van heden is een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van betrokkene verleend voor de duur van zes maanden, met ingang van heden en tot en met 9 juli 2026. Het voorgaande brengt mee dat het onderhavige verzoek zal worden afgewezen, nu bij de toewijzing van dit verzoek geen belang meer bestaat.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 23 januari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.