ECLI:NL:RBZWB:2026:599

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
C/02/443491 / FA RK 25-6740
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 sub c Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met bipolaire stoornis voor twee jaar

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 9 januari 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, die lijdt aan een bipolaire stemmingsstoornis en andere neurocognitieve problemen. De machtiging is verleend voor de duur van twee jaar, aansluitend op een eerdere machtiging die liep tot 30 januari 2026.

Tijdens de zitting werd vastgesteld dat betrokkene ondanks verbetering nog steeds last heeft van manische depressiviteit en dat vrijwillige zorgacceptatie niet altijd mogelijk is. De behandelaar en mentor bevestigden dat betrokkene in goede periodes vrijwillig medicatie accepteert, maar in manische periodes weerstand biedt en agressief gedrag kan vertonen.

De rechtbank oordeelde dat er sprake is van ernstig nadeel door de stoornis, waaronder zelfverwaarlozing en overlast. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven voor verplichte zorg. De toegewezen zorg omvat medicatietoediening, medische controles en beperkingen in de vrijheid, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

De machtiging is verleend voor de maximale duur van twee jaar, conform artikel 6:5 sub c Wvggz Pro, omdat betrokkene de afgelopen vijf jaar onafgebroken verplichte zorg heeft ontvangen. De rechtbank houdt rekening met de spanningen die betrokkene ervaart bij jaarlijkse verzoeken en verwacht dat vrijwillige zorgacceptatie voorlopig niet volledig zal plaatsvinden.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twee jaar met verplichte zorg aan betrokkene vanwege zijn bipolaire stoornis en het ontbreken van vrijwillige zorgacceptatie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/443491 / FA RK 25-6740
Datum uitspraak: 9 januari 2026
Beschikking zorgmachtiging aansluitend op een zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1962 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. Ph. van Kampen te Goes.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van 29 december 2025 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 29 december 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 januari 2026, in de vergaderruimte van het FACT-team te [plaats] aan [adres] . Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon 1] , mentor van betrokkene;
- de heer [persoon 2] , behandelaar.

2.Wat vaststaat

2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 30 januari 2025 is ten aanzien van betrokkene een (aansluitende) zorgmachtiging verleend tot en met 30 januari 2026.
2.2.
Voor betrokkene is mentorschap ingesteld.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twee jaar, met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat het goed met hem gaat. Hij is gestopt met roken en heeft geen behoefte meer aan alcohol. Wel heeft betrokkene nog steeds last van manische depressiviteit. De verzochte zorgmachtiging kan wat hem betreft worden verleend. Betrokkene benoemt tot slot dat hij graag een andere woning in [plaats] wil en dat hij nu geen spanning heeft.
4.2.
De advocaat van betrokkene benoemt dat het verzoek tot zorgmachtiging kan worden toegewezen. Het is niet gelukt om een referteverklaring op te stellen, maar betrokkene is het zo goed als eens met het verzoek. De advocaat merkt tot slot op dat de termijn van de zorgmachtiging wel zo kort mogelijk moet zijn, omdat er als betrokkene in goeden doen is, sprake is van vrijwilligheid ten aanzien van de benodigde zorg en medicatie.
4.3.
De behandelaar benoemt dat het op dit moment best goed gaat met betrokkene. De manische depressieve stoornis van betrokkene zal niet meer weggaan en zijn stemming schommelt nog steeds snel van maniform naar depressief. De pieken en dalen zijn nu wel minder heftig door de inzet van medicatie. Verder benoemt de behandelaar dat betrokkene niet tevreden is over zijn kamer, maar dat de structuur en de nabijheid van de begeleide woonomgeving hem wel goed doen. Ten aanzien van het verzet van betrokkene benoemt de behandelaar dat betrokkene in goeden doen de zorg en medicatie op vrijwillige basis accepteert, maar dat hij op momenten waarop hij erg druk is, ageert tegen de zorg en de noodzakelijk geachte medicatie. De behandelaar benoemt tot slot dat de zorgmachtiging voor de duur van twee jaar dient te worden verleend, omdat betrokkene rondom de verzoeken en zittingen steeds veel spanningen ervaart, waarbij hij dan ook boos kan zijn op zijn behandelaren.
4.4.
De mentor sluit zich aan bij hetgeen door de behandelaar is benoemd. De jaarlijkse verzoeken voor een zorgmachtiging bezorgen betrokkene telkens veel spanningen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twee jaar. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken is het de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van bipolaire stemmingsstoornissen, neurocognitieve stoornissen (o.a. dementie en delier) en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. Betrokkene is sinds 2009 belast met een bipolaire stoornis, met snelle en heftige manisch-psychotische ontregelingen. Dit is door of namens betrokkene niet betwist.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat is gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene tijdens een manisch-psychotische ontregeling fysiek en verbaal agressief gedrag kan vertonen en overlast kan veroorzaken. Daarnaast is er bij betrokkene sprake van zelfverwaarlozing en verwaarlozing van zijn leefomgeving. In sombere periodes is betrokkene met name achterdochtig en voelt hij zich niet veilig in zijn omgeving. Hij is dan erg angstig dat zijn spullen worden gestolen en beschuldigt de mensen in zijn omgeving daarvan.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Daarbij neemt de rechtbank in overweging dat betrokkene onvoldoende beschikt over ziektebesef en
-inzicht en dat betrokkene niet altijd voldoende open staat voor de benodigde behandeling en medicatie. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.9.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Op grond van artikel 6:5 sub c Wvggz Pro kan een zorgmachtiging voor maximaal twee jaar worden verleend, indien het een aansluitende zorgmachtiging betreft voor een persoon die de afgelopen vijf jaar verplichte zorg heeft ontvangen. Uit het overzicht van de eerder verleende machtigingen ingevolge de Wvggz blijkt dat betrokkene op dit moment vijf aaneengesloten jaren verplichte zorg heeft ontvangen, waardoor de zorgmachtiging voor de maximale duur van twee jaar verleend kan worden. Nu betrokkene bovendien veel spanningen ervaart van de tot op heden jaarlijks terugkerende verzoeken tot het verlenen van een zorgmachtiging en niet te verwachten is dat betrokkene de benodigde zorg de komende tijd (volledig) op vrijwillige basis zal (blijven) accepteren, zal de rechtbank de zorgmachtiging verlenen voor de duur van twee jaar, met ingang van heden en tot en met 9 januari 2028.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1962 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt
tot en met 9 januari 2028.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 23 januari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.