ECLI:NL:RBZWB:2026:6
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag Bpm en verzoek om immateriële schadevergoeding
In deze uitspraak beoordeelt de Rechtbank Zeeland-West-Brabant het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst, die op 30 oktober 2023 een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm) heeft opgelegd van € 6.452. De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd. De rechtbank heeft het beroep op 25 november 2025 behandeld, waarbij mr. M.U. Sahin namens belanghebbende en twee inspecteurs namens de Belastingdienst aanwezig waren.
De rechtbank heeft beoordeeld of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en of de herleidingsmethode kan worden toegepast. Belanghebbende had een BMW X4 M40i geregistreerd en een bedrag aan Bpm voldaan van € 4.279. De inspecteur stelde dat de verschuldigde Bpm € 10.731 bedraagt op basis van een hertaxatie. De rechtbank concludeert dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en dat de herleidingsmethode niet kan worden toegepast.
Daarnaast heeft belanghebbende verzocht om een immateriële schadevergoeding vanwege de overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn van twee jaar met acht maanden is overschreden en kent belanghebbende een schadevergoeding van € 1.000 toe, die door de Staat moet worden vergoed. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, maar wijst de schadevergoeding toe en kent ook proceskosten toe aan belanghebbende.