Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
2.Het verzoek
3.De standpunten
4.De beoordeling
5.De beslissing
tot en met 9 juli 2026.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 9 januari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1983, vanwege een psychische stoornis en ernstig middelengebruik. Betrokkene erkent verslavingsproblematiek maar ontkent een psychische stoornis en verzet zich tegen verplichte zorg.
Tijdens de zitting werden betrokkene, zijn advocaat, een behandelaar en een psychiater gehoord. De deskundigen stelden vast dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, gecombineerd met verslavingsstoornissen, wat leidt tot ernstig nadeel zoals agressief gedrag, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank concludeerde dat vrijwillige zorg niet mogelijk is omdat betrokkene geen ziekte-inzicht heeft en behandeling weigert. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk. De toegewezen zorgvormen omvatten medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, onderzoek aan kleding of lichaam, controle op middelengebruik, beperkingen in vrijheden en opname in een accommodatie.
De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden, ingaande 9 januari 2026 tot en met 9 juli 2026. De rechtbank acht de toegewezen zorgvormen evenredig en effectief, met het oog op stabilisatie van de geestelijke gezondheid en veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgvormen voor betrokkene vanwege een psychische stoornis en middelenmisbruik.