ECLI:NL:RBZWB:2026:602

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
C/02/443534 / FA RK 25-6760
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor verstandelijk beperkte betrokkene

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 9 januari 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor betrokkene, geboren in 1960, die lijdt aan een licht verstandelijke beperking. Betrokkene woont momenteel in een zorginstelling waar het goed met haar gaat, maar zij wenst terug te keren naar haar voormalige woonplaats nabij familie.

De arts, persoonlijk begeleidster, zorgmanager, gedragsdeskundige en curator gaven unaniem aan dat betrokkene intensieve 24-uurszorg en toezicht nodig heeft vanwege haar verstandelijke beperking, zorgmijdend gedrag en ernstige somatische aandoeningen. Betrokkene is niet in staat tot adequate zelfzorg en heeft geen inzicht in haar ziektebeeld, waardoor opname noodzakelijk is om ernstig lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang te voorkomen.

De rechtbank concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn, mede omdat betrokkene in de thuissituatie de benodigde zorg jarenlang heeft geweigerd. De machtiging wordt daarom voor de duur van twee jaar verleend, met ingang van 9 januari 2026 tot en met 9 januari 2028. Tevens zal worden onderzocht of betrokkene na toewijzing kan worden overgeplaatst naar een zorginstelling dichter bij haar familie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor twee jaar aan betrokkene wegens haar verstandelijke beperking en zorgbehoefte.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/443534 / FA RK 25-6760
Datum uitspraak: 9 januari 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1960 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat: mr. R.T.K. Davidse te Middelburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van 30 december 2025 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 december 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 januari 2026, op het woonadres van betrokkene. Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de heer [persoon 1] , arts VG;
- mevrouw [persoon 2] , persoonlijk begeleidster van betrokkene;
- mevrouw [persoon 3] , zorgmanager van de afdeling;
- mevrouw [persoon 4] , gedragsdeskundige,
via een online verbinding;
- mevrouw [persoon 5] , curator van betrokkene,
via een online verbinding.

2.Wat vaststaat

2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 18 augustus 2025 is ten aanzien van betrokkene een rechterlijke machtiging verleend tot en met 18 februari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van twee jaar.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat het wel goed met haar gaat. Zij wil heel graag terug naar [plaats 2] , zodat zij in de buurt van haar familie kan zijn.
4.2.
De advocaat van betrokkene bepleit primair afwijzing van het verzoek. Het gaat sinds de opname een stuk beter met betrokkene en zij vindt het erg gezellig in de zorginstelling en is tevreden met de begeleiding. Toch wil betrokkene nog steeds heel graag terug naar [plaats 2] . Daar zal zij dan de benodigde zorg accepteren. Subsidiair verzoekt de advocaat, als de rechterlijke machtiging wordt verleend, om te onderzoeken of betrokkene naar een zorginstelling in de buurt van [plaats 2] kan worden overgeplaatst.
4.3.
De arts VG benoemt dat er in de thuissituatie sprake was van een zeer slechte verzorging van betrokkene, waardoor de huid van betrokkene er erg slecht aan toe was en zij uiteindelijk in het ziekenhuis is beland en nadien in de zorginstelling is opgenomen. Hier gaat het goed met betrokkene. Zij accepteert de benodigde zorg waardoor haar somatische klachten afnemen. Ook doen de gezelligheid, de activiteiten en de sociale omgeving haar goed. Desondanks blijft betrokkene regelmatig aangeven dat zij terug wil naar [plaats 2] . Daarbij benoemt de arts dat betrokkene vanwege haar verstandelijke beperking niet in staat is tot een goede zelfzorg. Dit ziet betrokkene zelf niet in. Zij beschikt evenmin over inzicht in haar ziekte en is niet in staat om zelfstandig goede keuzes te maken. Betrokkene zal altijd afhankelijk blijven van mensen om haar heen. Daarom dient de machtiging tot opname en verblijf te worden verleend.
4.4.
De persoonlijk begeleidster benoemt dat het goed gaat met betrokkene in de zorginstelling. Zij heeft veel hulp nodig, maar luistert goed en houdt zich aan de regels. Ook gaat betrokkene erg graag naar de dagbesteding.
4.5.
De zorgmanager benoemt dat er na de zitting, als het verzoek wordt toegewezen, zal worden gekeken of betrokkene kan worden overgeplaatst naar een zorginstelling in de buurt van [plaats 2] .
4.6.
De gedragsdeskundige benoemt dat het goed gaat met betrokkene in de zorginstelling. Haar algehele gezondheid is sinds de opname flink verbeterd. De kaders, de structuur, het dag- en nachtritme, het gezonde eten, de medicatie, de dagbesteding en de veelvuldige sociale contacten doen betrokkene goed. Ook vertoont betrokkene weinig verzet tegen de opname. Uit de onderzoeken van de afgelopen tijd blijkt dat er sprake is van een zeer laag sociaal-emotioneel ontwikkelingsniveau bij betrokkene. Daardoor heeft betrokkene veel begeleiding en voortdurend iemand naast zich nodig om spanningen te reguleren en situaties te ondertitelen om zo enigszins grip te kunnen ervaren. Er is een machtiging voor de duur van twee jaar gevraagd zodat er de komende tijd nadere diagnostiek kan worden verricht om te kijken of er sprake is van ander psychiatrisch lijden of persoonlijkheidsproblemen bij betrokkene. De onderzoeksresultaten moeten daarna worden geïmplementeerd en geobserveerd. Dit zal nog enige tijd gaan kosten.
4.7.
De curator sluit zich aan bij de gedragsdeskundige. Er is nog meer tijd nodig om te onderzoeken waar betrokkene nog meer in kan worden ondersteund. Ook zal er de komende tijd worden onderzocht of betrokkene meer in de buurt van [plaats 2] kan gaan verblijven. Betrokkene dient in ieder geval in een zorginstelling te verblijven.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twee jaar. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken is het de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een verstandelijke handicap. Betrokkene is in 2010 gediagnosticeerd met een licht verstandelijke beperking. Dit is door of namens betrokkene niet betwist.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze handicap leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel is gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
5.4.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene is belast met ernstige somatische aandoeningen, die strikte zorg behoeven, terwijl betrokkene daar vanwege haar verstandelijke beperking en haar zorgmijdende gedrag niet zelfstandig in kan voorzien en/of de benodigde zorg niet accepteert. Mede daardoor zijn er in de thuissituatie van betrokkene gevaarlijke situaties ontstaan en is de thuissituatie van betrokkene onhoudbaar geworden. Verder lijkt er bij betrokkene sprake te zijn (geweest) van wanen en achterdocht.
5.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene is aangewezen op intensieve 24-uurszorg, toezicht en begeleiding in de nabijheid in een veilige en gestructureerde woonvoorziening in de gehandicaptenzorg. Dit kan betrokkene in [stichting] worden geboden. Vanuit de zorg is aangegeven dat de mogelijkheden van een overplaatsing van betrokkene naar een zorginstelling in de buurt van Spijkenisse na de zitting zullen worden onderzocht.
5.6.
Betrokkene verzet zich hier dagelijks en herhaaldelijk tegen. Zij blijft aangeven dat zij terug wil naar (haar voormalige woning in) [plaats 2] .
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene heeft in de thuissituatie jarenlang de benodigde zorg, huishoudelijke hulp en ondersteuning heeft geweigerd, waardoor de thuissituatie onhoudbaar was geworden.
5.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twee jaar, met ingang van heden en tot en met 9 januari 2028.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1960 in [geboorteplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
9 januari 2028.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 23 januari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.