Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
via een online verbinding;
via een online verbinding.
2.Wat vaststaat
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
9 januari 2028.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 9 januari 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor betrokkene, geboren in 1960, die lijdt aan een licht verstandelijke beperking. Betrokkene woont momenteel in een zorginstelling waar het goed met haar gaat, maar zij wenst terug te keren naar haar voormalige woonplaats nabij familie.
De arts, persoonlijk begeleidster, zorgmanager, gedragsdeskundige en curator gaven unaniem aan dat betrokkene intensieve 24-uurszorg en toezicht nodig heeft vanwege haar verstandelijke beperking, zorgmijdend gedrag en ernstige somatische aandoeningen. Betrokkene is niet in staat tot adequate zelfzorg en heeft geen inzicht in haar ziektebeeld, waardoor opname noodzakelijk is om ernstig lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang te voorkomen.
De rechtbank concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn, mede omdat betrokkene in de thuissituatie de benodigde zorg jarenlang heeft geweigerd. De machtiging wordt daarom voor de duur van twee jaar verleend, met ingang van 9 januari 2026 tot en met 9 januari 2028. Tevens zal worden onderzocht of betrokkene na toewijzing kan worden overgeplaatst naar een zorginstelling dichter bij haar familie.
Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor twee jaar aan betrokkene wegens haar verstandelijke beperking en zorgbehoefte.