ECLI:NL:RBZWB:2026:6020

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
C/02/446839 / FA RK 26-1758
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van Triest
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BWArt. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator in geschil over hoofdverblijf minderjarige

De zaak betreft een verzoek van een minderjarige om vanaf het volgende schooljaar bij zijn vader te mogen wonen in plaats van bij zijn moeder. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag, maar zijn het niet eens over het hoofdverblijf en de contactregeling. De minderjarige ervaart onrust bij zijn moeder en wil graag in de woonplaats van zijn vader naar school gaan en voetballen.

De moeder vermoedt dat de wens van de minderjarige voortkomt uit een loyaliteitsconflict, terwijl de vader stelt dat het een diepgewortelde wens is. De Raad voor de Kinderbescherming constateert dat de communicatie tussen de ouders stroef verloopt en adviseert de benoeming van een bijzondere curator.

De kinderrechter oordeelt dat er sprake is van een belangenstrijd tussen de ouders en de minderjarige en acht het in het belang van de minderjarige dat een bijzondere curator wordt benoemd. Deze curator zal onderzoeken wat de wensen en behoeften van de minderjarige zijn, de communicatie tussen de ouders beoordelen en advies uitbrengen over het hoofdverblijf en de zorgregeling.

De bijzondere curator zal gesprekken voeren met de minderjarige, de ouders en andere betrokkenen en verslag uitbrengen aan de kinderrechter. De procedure wordt aangehouden tot een nader te bepalen zittingsdatum. De ouders stemmen in met de benoeming van de bijzondere curator.

Uitkomst: De kinderrechter benoemt een bijzondere curator om de belangen van de minderjarige te behartigen in het geschil over het hoofdverblijf en de zorgregeling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/446839 / FA RK 26-1758
Datum uitspraak: 5 juni 2026
beschikking
in de zaak van
[minderjarige],
hierna te noemen [minderjarige] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2013,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende te [woonplaats] ,
bijgestaan door mr. N. Meijer, advocaat in Rotterdam.
De Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, is op grond van artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) betrokken in de zaak om de kinderrechter over de vraag van de minderjarige te adviseren.

1.De documenten

1.1
Tot de stukken behoren:
- de op 7 april 2026 ontvangen brief van [minderjarige] ;
- de op 21 mei 2026 ontvangen e-mail van mr. J.A. Scanlan.
1.2
De kinderrechter heeft op 23 april 2026 gesproken met [minderjarige] over zijn brief.
1.3
De kinderrechter heeft op 20 mei 2026 gesproken met de moeder, de vader en zijn advocaat en een vertegenwoordiger van de Raad.

2.De feiten

2.1
De moeder en de vader hebben een affectieve relatie gehad, uit welke relatie [minderjarige] is geboren.
2.2
De vader heeft [minderjarige] erkend. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.3
Bij beschikking van deze rechtbank van 8 september 2020 is de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 29 september 2017, bekrachtigd bij beschikking van het gerechtshof te Den Haag van 4 april 2018 gewijzigd, in die zin dat de vader [minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar:
- éénmaal per veertien dagen van vrijdagmiddag na school tot en met zondag 19.00 uur;
- elke week van vrijdagmiddag na school tot en met zaterdag 12.00 uur;
- de vader haalt de minderjarige op vrijdag op bij school en de vrouw haalt de minderjarige op zaterdag en op zondag op bij de man;
- de minderjarige verblijft in de zomervakantie eerst drie weken bij de moeder en daarna drie weken bij de vader;
- de minderjarige verblijft de komende jaarwisseling bij de vader;
- in de vakantieweek waarin de jaarwisseling valt, zal de minderjarige bij de moeder zijn, behalve in de oneven jaren op nieuwjaarsdag van 11.00 uur tot 20.00 uur en in de even jaren van oudejaarsdag 18.00 uur tot nieuwjaarsdag 15.00 uur, waarbij de vader in die even jaren [minderjarige] op oudejaarsdag – waarop de moeder tot 16.00 uur moet werken – komt halen.
- het verblijf van de minderjarige in de carnavalsvakantie, de meivakantie en herfstvakantie verdelen partijen in onderling overleg;
- de minderjarige is tijdens beide paasdagen in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder;
- de minderjarige is tijdens beide pinksterdagen in de even jaren bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader;
- op Moederdag verblijft de minderjarige bij de moeder en op Vaderdag verblijft de minderjarige bij de vader;
- de minderjarige is op zijn verjaardag in de even jaren bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader.

3.De vraag

3.1
Ter beoordeling ligt voor de vraag van [minderjarige] om vanaf volgend schooljaar bij zijn vader te mogen wonen.

4.De standpunten

4.1
[minderjarige] wil vanaf aankomend schooljaar bij zijn vader wonen. Hij woont nu bij zijn moeder in [plaats] en daar ervaart hij vaak onrust. Hij heeft in [plaats] bijna geen vriendjes. Zijn moeder komt nooit bij de voetbal kijken en de vriend van zijn moeder bemoeit zich vaak met hem en dat vindt hij niet fijn. Er is ook wel eens ruzie geweest tussen zijn vader en de vriend van de moeder. Bij zijn vader in [woonplaats] heeft [minderjarige] wel veel vriendjes. Hij zit daar ook op voetbal. Volgend jaar gaat [minderjarige] naar de middelbare school en hij wil dan liever in [woonplaats] naar school gaan. Hij heeft met zijn moeder naar een school in [plaats] gekeken ( [college 1] ), maar dat vindt hij een te grote en drukke school. In [woonplaats] is hij ook naar een school geweest ( [college 2] ) en dat vindt hij wel een leuke school. Het is daar niet zo groot en dat vindt [minderjarige] fijn. Op het moment dat hij in [woonplaats] woont, wil [minderjarige] graag de contactregeling met zijn moeder die hij nu met zijn vader heeft. [minderjarige] geeft verder aan dat zijn ouders niet goed met elkaar kunnen praten.
4.2
De moeder geeft aan dat zij niet wist dat [minderjarige] een brief had gestuurd naar de kinderrechter. Hij heeft haar verteld dat zijn vader het handig zou vinden wanneer [minderjarige] een brief zou schrijven naar de kinderrechter. Volgens de moeder heeft [minderjarige] het gevoel dat hij moet kiezen en dat legt veel druk op hem. [minderjarige] heeft juist behoefte aan rust en structuur. De moeder herkent zich niet in het negatieve beeld dat [minderjarige] schetst over hoe het in de thuissituatie bij haar gaat. [minderjarige] heeft ook in [plaats] veel vriendjes en op school gaat het goed. Daarnaast doet de moeder regelmatig leuke dingen met [minderjarige] . Zij heeft het gevoel dat [minderjarige] in een loyaliteitsconflict zit en daar is hulp voor nodig. Hij heeft al een gesprek gehad bij het Centrum voor Jeugd en Gezin.
4.3
De vader en zijn advocaat geven aan dat [minderjarige] al jarenlang de wens heeft om bij zijn vader te wonen. De vraag van [minderjarige] aan de kinderrechter komt volgens de vader niet vanuit een loyaliteitsconflict. Het is een diepgewortelde wens van [minderjarige] om bij zijn vader in [woonplaats] te wonen. [minderjarige] voetbalt in [woonplaats] en dat vindt hij heel leuk. Door de huidige contactregeling kan hij niet altijd meedoen aan de wedstrijden van zijn team. [minderjarige] is daar dan dus de dupe van. Volgens de vader verloopt de communicatie met de moeder stroef en hij is bereid om daar hulp voor te accepteren. Hij heeft echter niet veel vertrouwen in de hulp van het Centrum voor Jeugd en Gezin. Vanuit daar is namelijk al kenbaar gemaakt dat zij het beter vinden dat [minderjarige] bij zijn moeder blijft wonen. De vader is met [minderjarige] naar een school in [woonplaats] gaan kijken. De moeder heeft [minderjarige] al ingeschreven op de middelbare school in [plaats] ( [college 1] ), zonder dat aan hem te melden.
4.4
De vertegenwoordigster van de Raad constateert dat [minderjarige] een bepaalde wens uit bij de kinderrechter. De moeder geeft aan dat er bij [minderjarige] sprake is van een loyaliteitsconflict en de vader geeft aan dat het diepgewortelde wens is van [minderjarige] om bij de vader te wonen. Beide situaties kunnen op dit moment niet worden uitgesloten. Het is wat de Raad betreft duidelijk dat de ouders niet goed met elkaar over [minderjarige] communiceren. Er is bijvoorbeeld nog onduidelijkheid over hoe de contactregeling eruit zal zien wanneer [minderjarige] bij de vader zou wonen. [minderjarige] geeft aan dat hij de contactregeling wil omdraaien en dat zorgt ervoor dat hij in de weekenden bij de moeder is. De voetbalwedstrijden van [minderjarige] (bij zijn [club] ) zijn echter in het weekend. De Raad adviseert om een bijzondere curator te benoemen voor [minderjarige] , zodat nader onderzocht kan worden wat de wensen en behoeftes zijn van [minderjarige] . Ook kan dan worden onderzocht of het mogelijk is dat de ouders zelf nadere afspraken kunnen maken over het hoofdverblijf van [minderjarige] en de zorgregeling.

5.De beoordeling

5.1
[minderjarige] heeft de kinderrechter een vraag gesteld via de zogenaamde ‘informele rechtsingang’. De informele rechtsingang biedt een kind van twaalf jaar en ouder een eigen toegang tot de rechtbank. Op informele wijze, zoals bijvoorbeeld met een brief, e-mailbericht of telefoontje, kan een kind een vraag aan de kinderrechter stellen. Niet alle vragen van een kind kunnen door de kinderrechter via de informele rechtsingang worden behandeld. Een kind kan alleen gebruik maken van de informele rechtsingang als dat in de wet is bepaald. Dat betekent dat de kinderrechter over een beperkt aantal onderwerpen een beslissing kan nemen.
5.2
Artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek bepaalt – voor zover hier van belang – het volgende. Wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige de belangen van de met het gezag belaste ouders in strijd zijn met die van de minderjarige, kan de kinderrechter, indien dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk wordt geacht, daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking genomen, op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve een bijzondere curator benoemen om de minderjarige zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen.
5.3
Gebleken is dat zich in deze procedure met betrekking tot [minderjarige] een belangenstrijd in de zin van voormeld artikel voordoet, welke strijd zich toespitst op het hoofdverblijf van de minderjarige en de zorg- en contactregeling. [minderjarige] geeft aan dat hij bij zijn vader in [woonplaats] wil wonen. De moeder vermoedt dat de wens van [minderjarige] voortkomt uit een loyaliteitsconflict. De vader geeft aan dat [minderjarige] al jarenlang de wens heeft om bij hem te wonen. De ouders blijken niet in staat onderling een overeenstemming over de voormelde situatie te bereiken, zodat er sprake is van een strijd tussen het belang van de ouders en het belang van [minderjarige] .
5.4
De kinderrechter acht het dan ook in het belang van [minderjarige] dat een bijzondere curator
- zijn belangen behartigt,
- kan bezien in hoeverre een wijziging van het hoofdverblijf en de zorg- en contactregeling in het belang van [minderjarige] moet worden geacht;
- meedenkt over hoe de zorg- en contactregeling eruit moet zien als [minderjarige] in [woonplaats] gaat wonen en ook in [woonplaats] wil blijven voetballen in het weekend.
5.5
De ouders hebben aangegeven dat zij kunnen instemmen met het benoemen van een bijzondere curator.
5.6
Mevrouw mr. J.A. Scanlan, advocaat, kantoorhoudende te Roosendaal, is bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator voor [minderjarige] op te treden en zal hiertoe door de kinderrechter worden benoemd. Voor de duur van de procedure (in eerste aanleg) dient de bijzondere curator de belangen van [minderjarige] te behartigen.
5.7
De bijzondere curator dient te onderzoeken:
- of het belang van [minderjarige] gediend is met een wijziging zijn verblijfplaats en een eventuele wijziging van de zorgregeling en welke gevolgen dit heeft in praktische zin, bijvoorbeeld voor het voetballen van [minderjarige] ;
- hoe de communicatie tussen de ouders verloopt en indien deze voor verbetering vatbaar is, op welke wijze dit kan worden bewerkstelligd;
- indien sprake is van een slechte communicatie, welk effect dit heeft op [minderjarige] ;
- wat de werkelijke wensen en behoeften zijn van de [minderjarige] ten aanzien van het hoofdverblijf en de zorgregeling.
5.8
Indien de bijzondere curator daartoe aanleiding ziet, dan staat het haar eveneens vrij een advies uit te brengen over de benodigde hulpverlening ten behoeve van [minderjarige] .
5.9
Tevens dient de bijzondere curator te onderzoeken of een minnelijke regeling tot de mogelijkheden behoort.
5.1
Indien de bijzondere curator niet buiten rechte een oplossing weet te bereiken, kan zij [minderjarige] in rechte vertegenwoordigen en met betrekking tot zijn vraag een advies aan de kinderrechter uitbrengen in de vorm van een verslag van bevindingen. Desgewenst kan de bijzondere curator als vertegenwoordiger van de minderjarige een zelfstandig verzoek indienen.
5.11
De bijzondere curator wordt verzocht gesprekken te voeren met
[minderjarige] , de moeder en de vader individueel en bij voorkeur ook met de ouders gezamenlijk ofwel met de ouders en [minderjarige] gezamenlijk.
5.12
Het staat de bijzondere curator vrij gesprekken te voeren met overige betrokken personen die informatie over [minderjarige] kunnen verschaffen.
5.13
De kinderrechter wijst de ouders er op dat zij de verplichting hebben aan de door de bijzondere curator te geven instructies gevolg te geven.
5.14
Voorts verzoekt de rechtbank de bijzondere curator de leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek in acht te nemen.
5.15
Dit brengt mee dat als volgt wordt beslist. Daarbij behoudt de rechtbank zich iedere verdere beslissing voor.
5.16
[minderjarige] krijgt een brief van de kinderrechter met een uitleg over deze beslissing. De brief ziet er als volgt uit:
Beste [minderjarige] ,
Op 23 april 2026 heb jij gesproken met de kinderrechter. Je geeft aan dat je voortaan bij je vader wil wonen en dat je vanaf volgend schooljaar in [woonplaats] naar school wil gaan. Je hebt gezegd dat je dan de contactregeling wil omdraaien.
Op 20 mei 2026 heeft de kinderrechter gesproken met je ouders en met iemand van de Raad voor de Kinderbescherming. Daaruit blijkt dat je ouders het niet eens zijn over of je bij je moeder blijft wonen of dat je voortaan bij je vader gaat wonen. Verder lukt het je ouders ook niet om af te spreken wanneer je naar je moeder gaat in de situatie dat je bij je vader woont. Verder geven je ouders aan dat zij hulp willen om beter met elkaar te leren praten over jou.
De kinderrechter gaat een bijzondere curator voor jou benoemen. Dat is iemand die met jou en met je ouders gaat praten over je wens om voortaan bij je vader te wonen en het contact met je moeder. Zij gaat na die gesprekken een advies geven aan de kinderrechter. Op [datum] 2026 zijn je ouders, de bijzondere curator en iemand van de Raad voor de Kinderbescherming uitgenodigd om daarover weer bij de kinderrechter in gesprek te gaan.
Jij krijgt opnieuw een brief met een uitnodiging om weer een gesprek te hebben met de kinderrechter. Dat gaat dan over hoe jij de gesprekken met de bijzondere curator vond en natuurlijk ook over waar je wil wonen en waar je volgend schooljaar naar school gaat.
Met vriendelijke groet,
Namens de kinderrechter, de griffier.

6.De beslissing

De kinderrechter
6.1
benoemt – met inachtneming van het hiervoor overwogene – over [minderjarige]
tot bijzondere curator:
mr. J.A. Scanlan, advocaat, kantoorhoudende te Roosendaal;
6.2
verzoekt de bijzondere curator om in ieder geval één week vóór de hierna te melden zittingsdatum en tijdstip aan de kinderrechter schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over de vragen van [minderjarige] in te nemen;
6.3
houdt de behandeling van de zaak aan tot de zitting van
[datum] 2026 om [uur], bij mr. C. Phillips als kinderrechter, in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan de Stationslaan 10, 4815 GW;
6.4
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproepding voor die zitting voor de moeder, de vader en zijn advocaat, de Raad en de bijzondere curator;
6.5
bepaalt dat [minderjarige] in gelegenheid wordt gesteld zijn mening tijdens een gesprek met de kinderrechter kenbaar te maken, waarbij het gesprek op een ander moment zal plaatsvinden dan de zitting;
6.6
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026 in tegenwoordigheid van Weterings, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
verzonden:

Voetnoten

1.In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van de rechtbank Breda.