ECLI:NL:RBZWB:2026:6022

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
C/02/448488 / FA RK 26-2652
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Gremmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor twaalf maanden wegens psychische stoornis met positieve ontwikkelingen

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van de officier van justitie om een zorgmachtiging te verlenen voor betrokkene, geboren in 1999, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis. Betrokkene is sinds november 2023 onder curatele gesteld en verblijft momenteel in een instelling. De officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging voor 24 maanden, maar de rechtbank beperkte dit tot 12 maanden vanwege positieve ontwikkelingen.

Tijdens de zitting werden betrokkene, zijn moeder, twee verpleegkundig specialisten en een vervangend curator gehoord. De medische deskundigen constateerden een stabiele toestand dankzij medicatie, maar waarschuwden voor risico's bij stoppen met medicatie. Betrokkene ontkent zijn stoornis en medicatiebehoefte, wat vrijwillige zorg onmogelijk maakt.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis, waaronder agressie en slechte zelfzorg. Verplichte zorg is noodzakelijk, met name medicatietoediening, medische controles en beperkingen in vrijheid. Minder ingrijpende alternatieven ontbreken. Gezien de positieve ontwikkelingen en het streven naar terugkeer naar huis, werd de zorgmachtiging beperkt tot twaalf maanden met een toetsmoment.

De beschikking werd op 5 juni 2026 mondeling gegeven en op 10 juni 2026 schriftelijk bevestigd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden vanwege een psychische stoornis met positieve ontwikkelingen en het streven naar terugkeer naar huis.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448488 / FA RK 26-2652
Datum uitspraak: 5 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
verblijvende in [accommodatie] in [plaats] ,
advocaat mr. G.J. Woodrow uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 22 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 juni 2026 bij het [accommodatie] , [plaats] . Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder van betrokkene;
  • de heer [persoon 1] , verpleegkundig specialist in opleiding;
  • mevrouw [persoon 2] , verpleegkundig specialist;
  • mevrouw [persoon 3] , vervangend curator.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft bij beschikking van 3 juli 2025 een zorgmachtiging verleend tot en met 3 juli 2026.
2.2.
Betrokkene is vanaf 21 november 2023 onder curatele gesteld.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van vierentwintig maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene vindt dat er bij hem geen sprake is van een psychische stoornis. Hij vindt een zorgmachtiging niet nodig. Betrokkene wil graag weer thuis bij zijn moeder wonen.
4.2.
De moeder wil graag dat haar zoon uiteindelijk geen zorgmachtiging meer nodig heeft. Het is lang geleden dat hij problematisch gedrag heeft vertoond. Ze wil dat hij weer thuis komt wonen.
4.3
De verpleegkundig specialist in opleiding constateert dat het de afgelopen periode goed is gegaan met betrokkene. Er is sprake van een stijgende lijn en dat moet worden gecontinueerd. Dat betekent dat betrokkene zijn medicatie in moet blijven nemen. Hij heeft daar echter een wisselende houding over. Uit het verleden blijkt dat betrokkene impulsief kan zijn en ineens stopt met het nemen van medicatie. Dat leidt dan vervolgens tot decompensatie en ernstig nadeel. De komende periode wordt er gekeken naar een overplaatsing van betrokkene naar zijn moeder en dat betekent dat hij dus eerst moet gaan oefenen met meer vrijheden te krijgen. Daarvoor zijn nog wel een aantal stappen te zetten waaronder de inzet van ambulante begeleiding. Een verhuizing is ook een life event en dat kan risico’s met zich meebrengen. Om die reden is de verpleegkundig specialist in opleiding van mening dat een zorgmachtiging voor de duur van 24 maanden nodig is.
4.4
De verpleegkundig specialist geeft aan dat betrokkene altijd medicatie nodig zal hebben, gelet op de recidiverende psychoses die hij gehad heeft. Het gaat nu goed met betrokkene, omdat hij zijn medicatie inneemt. De insteek is dat zijn huidige verblijf in [plaats] een tijdelijk verblijf is. Er zal dus worden gewerkt aan een overplaatsing naar zijn moeder. Desgevraagd geeft de verpleegkundig specialist aan geen bezwaar te hebben tegen een beperking van de duur van de zorgmachtiging van 12 maanden om een toetsmoment in te bouwen.
4.5
De vervangend curator ondersteunt het verzoek van het openbaar ministerie. Het gaat goed met betrokkene, maar hij geeft regelmatig aan dat hij geen medicatie meer wil innemen. Het zou zonde zijn als er sprake is van een negatieve terugval bij betrokkene. Dus een zorgmachtiging is nog nodig.
4.6
De advocaat stelt dat het woord “zorgmachtiging” heel zwaar weegt voor betrokkene. Hij koppelt dat ook aan zijn verblijf in [plaats] en hij wil daar eigenlijk niet meer verblijven. Er is sprake van positieve ontwikkelingen bij betrokkene. De behandelaars geven ook aan dat het al een lange tijd goed gaat. De verzochte duur van de zorgmachtiging van 24 maanden is wat de advocaat betreft een te lange termijn. Hij verzoekt de duur van de zorgmachtiging te beperken tot 12 maanden. Het is voor betrokkene belangrijk dat hij perspectief heeft en het is wenselijk om over een jaar een toetsmoment te hebben, zodat er onder meer gekeken wordt naar de stand van zaken van de overplaatsing naar zijn moeder.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een schizofreniespectrum of een andere psychotische stoornis. Betrokkene betwist dat hij lijdt aan een psychische stoornis, maar de rechtbank heeft geen gegronde redenen om te twijfelen aan de bevindingen in de medische verklaring en de bevindingen van zijn behandelaars.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
In psychotische toestand is betrokkene fors fysiek agressief richting derden. Hij heeft eerder zijn moeder en casemanager aangevallen. Daarnaast stagneert betrokkene dan op diverse leefgebieden en is er sprake van slechte zelfzorg. Zo heeft betrokkene bijvoorbeeld geen structuur in zijn eet- en drinkpatroon.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het ontbreekt betrokkene vanuit zijn toestandsbeeld aan ziektebesef en ziekte-inzicht. Betrokkene ontkent hallucinaties en wanen te hebben gehad en bagatelliseert de incidenten die in het verleden hebben plaatsgevonden. Ook ontkent hij in het verleden op eigen initiatief te zijn gestopt met de medicatie en overziet hij niet dat hier grote risico’s aan kleven. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
5.8.
De overige verzochte vormen van verplichte zorg acht de rechtbank niet noodzakelijk. Het verzoek om die vormen van verplichte zorg op te nemen, zal daarom worden afgewezen.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.10.
Een zorgmachtiging voor de duur van 24 maanden is naar het oordeel van de rechtbank niet passend nu er sprake is van positieve ontwikkelingen bij betrokkene. Hij laat al geruime tijd een stabiele toestandsbeeld zien en er zal de komende periode worden gewerkt aan meer vrijheden en zelfstandigheid voor betrokkene. Het doel is dat betrokkene weer thuis bij zijn moeder gaat wonen. De duur van de zorgmachtiging zal daarom worden beperkt tot 12 maanden en het resterende verzoek wordt afgewezen.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 juni 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026 door mr. Gremmen, rechter, in aanwezigheid van Weterings, griffier en op schrift gesteld op 10 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.