Uitspraak
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2008 te [geboorteplaats] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2011 te [geboorteplaats] , en
[minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2017 te [geboorteplaats] .
Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, (hierna: de Raad), de rechtbank over de verzoeken geadviseerd.
1.Het (verdere) procesverloop
C/02/411204 / FA RK 23-3038:
C/02/445289/ FA RK 26-938:
2.De (verdere) beoordeling
C/02/411204/FA RK 23-3038heeft de rechtbank bij tussenbeschikking van 16 juli 2024, voor zover thans relevant:
Door indexering is dit bedrag nu € 191,61 per maand;
C/02/445289/ FA RK 26-938verzoekt de vrouw, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
naar de rechtbank begrijpt] wijzen wegens ongegrond;
de zitting van [datum] 2026 om [uur], ten overstaan van mr. Hendriks. De rechtbank verzoekt de Raad uiterlijk twee weken voor voormelde datum aan de rechtbank en (de advocaten van) partijen te rapporteren. Partijen kunnen tijdens de zitting op het rapport reageren. De rechtbank verzoekt de Raad in de rapportage tevens aan te geven of er een ondertoezichtstelling voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zal worden verzocht. Mocht de Raad daartoe een verzoek indienen, dan kan de Raad aan de rechtbank verzoeken om dit mits tijdig ingediend, mee te behandelen op voornoemde zitting van [datum] 2026.
e zitting van [datum] 2026 om [uur], ten overstaan van mr. Hendriks. De rechtbank verwacht daarbij van partijen dat zij
allerelevante stukken overleggen die ervoor nodig zijn om de kinder- en partneralimentatie te beoordelen. Deze stukken moeten, overeenkomstig het procesreglement familie- en jeugdrecht rechtbanken, door een advocaat worden ingediend, met afschrift aan de wederpartij, en uiterlijk tien dagen voor de dag van de zitting (
dus 23 augustus 2026) door de rechtbank zijn ontvangen. Als partijen nalaten alle relevante stukken te overleggen en hun standpunten dus niet (voldoende) onderbouwen kan de rechtbank daar gevolgen aan verbinden die zij geraden acht. De rechtbank zal hieronder onder rechtsoverweging 2.25 vermelden welke stukken de man tenminste, maar niet uitsluitend, moet overleggen.
de zitting van [datum] 2026 om [uur], ten overstaan van mr. Hendriks. Daarbij geldt dat alles wat hiervoor onder rechtsoverweging 2.22 is overwogen over de door partijen te overleggen stukken, van overeenkomstige toepassing is op dit verzoek. De rechtbank zal hieronder onder rechtsoverweging 2.25 vermelden welke stukken de man tenminste, maar niet uitsluitend, moet overleggen.
alleen doortussenkomst van
een advocaatkunnen worden ingediend
3.De beslissing
de zitting van [datum] 2026 om [uur], ten overstaan van mr. Hendriks, welke wordt gehouden in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, aan Kousteensedijk 2 in Middelburg;;
de zitting van [datum] 2026 om [uur], ten overstaan van mr. Hendriks, welke wordt gehouden in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, aan de Kousteensedijk 2 in Middelburg;
de zitting van [datum] 2026 om [uur], ten overstaan van mr. Hendriks, welke wordt gehouden in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, aan de Kousteensedijk 2 in Middelburg;